Lineair versus circulair denken

Wanneer we problemen ervaren binnen onze relatie of gezin, zijn we vaak geneigd om hiervoor een verklaring te zoeken. En die verklaring zoeken we vaak, voor de hand liggend, in bepaalde negatieve eigenschappen van onszelf of de ander. Bijvoorbeeld: `we hebben altijd ruzie omdat hij zich voortdurend terugtrekt’, of `het hele gezin lijdt onder het opstandige gedrag van onze dochter’. Dit soort verklaringen zijn lineair, ze wekken de suggestie dat er een rechtstreeks verband is tussen een bepaalde gedraging van iemand en de ervaren problemen. We zullen dan ook geneigd zijn om aan die factor die wij als de oorzaak zien vooral veel aandacht te geven. Een vrouw gaat haar man die zich altijd terugtrekt `achtervolgen’, ouders gaan hun `losgeslagen’ kind extra controleren of van alles verbieden, etc. Meestal helpt dit echter niet, en vaak verergert de problematiek hierdoor juist. Naarmate de man zich meer achtervolgt voelt zal hij zich nog meer gaan terugtrekken, en de opstandige puber die te maken krijgt met overmatige controle zal zich van de weeromstuit nog stiekemer gaan gedragen, wat haar ouders ertoe drijft er nog maar een schepje bovenop te doen. Zo raak je met elkaar steeds vaker in een negatieve spiraal.

Als therapeut help ik mijn cliënten om meer inzicht te krijgen in dergelijke `circulaire’ patronen. Ik help hen de problemen niet zozeer te lokaliseren in een gezinslid (partner, kind, ouder), maar tussen de gezinsleden. Het helpt niet zoveel om je af te vragen wiens schuld het is. Ga er maar van uit dat niemand erop uit is om een probleem te creëren. We gaan weg bij de schuldvraag en we gaan ons richten op de interactie, het patroon. Dat is niet makkelijk, en vaak heb je een buitenstaander nodig om je te helpen dergelijke patronen te gaan zien. Dan ontdekken we bijvoorbeeld dat naarmate Julia meer behoefte heeft aan vrijheid, haar moeder haar meer en meer gaat beperken en controleren, en naarmate moeder haar meer controleert, Julia steeds meer stiekem gaat doen, maar als moeder daarachter komt zij de controle nog meer opvoert. Dan krijgt moeder ook nog eens ruzie met vader, die vind dat ze niet zo betuttelend moet zijn en vader gaat op zijn beurt Julia een alibi verlenen om haar tegen haar moeder in bescherming te nemen, waardoor het gedrag van Julia verder ontspoort, de relatie tussen ouders onder spanning komt te staan en de escalaties zich steeds verder verdiepen. Het is niet Julia’s `onverantwoordelijke gedrag’ dat de grootste bedreiging vormt voor dit gezin, ook niet moeders `overbezorgdheid’ of vaders `laksheid’. Ik zet deze termen bewust tussen haakjes, want deze kwalificaties zijn blamend en versterken de escalatie. We moeten weg bij dergelijke kwalificaties en met elkaar de Escalatie tussen de gezinsleden als het belangrijkste probleem gaan zien. In plaats van tegen elkaar te gaan vechten kunnen de gezinsleden nu gezamenlijk het gevecht aangaan met de ontwrichtende Escalatie. Vervolgens kunnen we samen op zoek gaan naar helpende strategieën om Escalatie te verkleinen en constructieve patronen te vinden, waardoor de interactie kan veranderen en de relaties verbeteren. Er komt weer contact, ruimte voor positiviteit en voldoende veiligheid om kwetsbaar te kunnen zijn en zorgen en behoeften met elkaar bespreekbaar te maken. Zo komt er ruimte voor andere perspectieven en ontstaat weer zicht op verandering. Dit is waar we met narratieve therapie concreet aan werken.

Advertenties