Mentaliseren in gezinstherapie

In gezinstherapieën hoor ik bepaalde zinnen vaak terug. Bijvoorbeeld: `ik wordt gek van zijn ADHD-gedrag!’, `zij doet dat expres om mij te kwetsen’, of `als mijn kind bij zijn vader is geweest en weer thuiskomt huilt hij altijd, omdat hij mij heeft gemist’.

Voor mij is het begrijpelijk dat ouders in hun spreken over en hun omgaan met hun kinderen soms gefocussed zijn op het gedrag, vooral wanneer de spanning soms hoog oploopt. Deze manier van denken/spreken draagt echter ook bij aan het instandhouden van het probleem. Wanneer we namelijk op zo’n manier denken (en dat doen we inderdaad allemaal wel eens) zijn we niet meer in staat om ons te verplaatsen in de beweegredenen van de ander, proberen we niet meer te begrijpen wat maakt dat je kind zich zo gedraagt, en maken we geen onderscheid meer tussen hoe we ons zelf voelen en hoe het kind zich voelt.

De mate waarin je in staat bent om te reflecteren op je eigen innerlijke wereld en die van anderen, noemen we mentaliseren. Zoals Peter Fonagy, de grondlegger van MBT (mentaliseren bevorderende therapie) het zegt: `impliciet en expliciet het gedrag van anderen en zichzelf kunnen interpreteren als betekenisvol, op basis van gerichte mentale processen’. Mentaliseren speelt zich altijd af in de interactie tussen mensen.

Je hoeft geen MBT therapeut te zijn om mentaliseren te gebruiken in therapie. Het vermogen van mensen om te mentaliseren over de interactie is altijd van belang, en het is verbonden met hechting. Hoe beter ouders kunnen mentaliseren (ook onder stress), hoe beter de hechting bij hun kinderen tot ontwikkeling kan komen. Maar ook andersom kun je stellen dat wanneer er sprake is van hechtingsgerelateerde problematiek binnen gezinnen, het bevorderen van mentaliseren een goede interventie is die bij kan dragen aan herstel en heling van relaties.

Concreet betekent dit dat ik in gesprekken met gezinnen (of stellen) voortdurend op zoek ben naar momenten dat gezinsleden goed mentaliseren, om dit aan te moedigen, en momenten waar slecht gementaliseerd wordt (wat vaak uitmondt in destructieve patronen, beschuldigingen, escalaties) te stoppen en erop te reflecteren, om zo het mentaliseren opnieuw op gang te brengen. Het fijne daarvan is ook dat ik niet eens altijd veel ` inhoud’  nodig heb (datgene wat gezinnen in sessie aan me vertellen over wat er gebeurd is), maar dat ik kan werken met datgene wat er voor mijn neus gebeurd.

Daarbij ga ik als narratief systeemtherapeut ook altijd op zoek naar overtuigingen (narratieven) die het mentaliseren ondermijnen (bv: `ik reageer zo omdat ik een borderliner ben’) en zoeken we samen naar narratieven die juist het mentaliseren bevorderen. Hierdoor worden onderlinge verbindingen versterkt, krijgt bepaald gedrag een andere betekenis, en wordt interesse in elkaar bevorderd. Sommig gedrag kan dan nog steeds lastig zijn, maar gezinnen kunnen het beter dragen. Op termijn verminderd of verdwijnt het lastige gedrag vaak ook, maar dat is niet de focus van de behandeling, meer een gevolg van de toename van betrokkenheid bij elkaar.

Advertenties

Een meerzijdige visie op geweld

Geweld en veiligheid is vaak een issue in therapie. Van verbaal tot fysiek geweld, strijd om de macht, controle, destructieve patronen die kwetsbaarheid ondermijnen. Als therapeut geef ik altijd prioriteit aan het bevorderen van veiligheid in sessies. Zonder veiligheid geen kwetsbaarheid, en zonder kwetsbaarheid geen constructieve dialoog. Maar als het gaat om veiligheid gaat de aandacht vaak uit naar degene die openlijk agressief is, bijvoorbeeld de partner die fysiek agressief is of het kind dat zijn/haar zin probeert door te drijven. Is dat terecht, en is het helpend? Ik denk vaak van niet.

Laat me duidelijk zijn: ernstige fysieke agressie, mishandeling, misbruik is nooit toelaatbaar. Er zijn grenzen. Dat neemt echter niet weg dat achter elk gedrag betekenis schuil gaat en zonder die betekenis te begrijpen is het moeilijk om aan verandering te werken. Daarbij zijn er vele manieren waarop geweld, macht en controle wordt vormgegeven in menselijk gedrag, ook heel subtiele, en die zijn niet persé minder destructief.

Voor het bespreekbaar maken van onveiligheid binnen een relatie- of gezinstherapie is het in mijn visie essentieel dat de therapeut geen kant kiest en een onbevooroordeelde houding inneemt naar ieder gezinslid. Welke betekenis gaat er schuil achter het boze/agressieve gedrag van het ene gezinslid? Wat is het dat de Boosheid wil zeggen, wat maakt dat het (nog) niet met woorden duidelijk gemaakt kan worden? Welke belangrijke waarde wordt hier bedreigd waartegen Boosheid zich teweer stelt? Wat is de betekenis en het effect van het afhaken/terugtrekken/afschermen van een ander gezinslid? Wat is de functie van het negeren door weer een ander gezinslid? Kan dat misschien ook als een vorm van geweld worden ervaren?

Mijn ervaring in contact met cliënten, maar zeker ook onder professionals, is dat de aanwezigheid van geweld/agressie vaak maakt dat alle bogen direct enorm gespannen raken. Het gevolg daarvan is dat er weinig ruimte voor reflectie meer is en dat diegene die het agressieve gedrag laat zien al snel het gevoel krijgt de boeman of boevrouw te zijn. We willen best naar je luisteren, maar dan moet je wel eerst stoppen met de agressie. Alle focus gaat dan hiernaar uit. Nu is het zeker heel belangrijk om een aantal afspraken te maken, om te voorkomen dat het ernstig uit de hand loopt wanneer de spanning oploopt (een time-out plan). Wanneer meerdere personen binnen een gezinssysteem voortdurend op de hoede moeten zijn omdat er ieder moment een gewelddadige escalatie kan plaatsvinden, is er geen basis om verder met elkaar in gesprek te gaan. Een time-out regeling is niet bedoeld om te veroordelen of een dader aan te wijzen, maar het is een essentiële stap waarmee gezinsleden (allemaal) verantwoordelijkheid leren nemen om escalaties te stoppen, en uit de geweldsspiraal te stappen.

Juist omwille van een goed werkend time-out plan zal ik als therapeut altijd proberen het thema geweld meervoudig bespreekbaar te maken. De wereld bestaat niet uit daders en slachtoffers. In iedere dader zit een slachtoffer en in ieder slachtoffer een dader. Het is niet alleen de `dader’ die verantwoordelijk is om het geweld te stoppen, ook de `slachtoffers’ moeten zich bewust worden van eigen handelen, wat koren op de molen van de geweldsspiraal is, waardoor de dader tot `dader’ wordt gemaakt. Het is belangrijk om hier oog voor te hebben en dit in beeld te krijgen. Alleen dan kan er een constructief gesprek over geweld plaats vinden, wat het gezin als geheel verder helpt.

Over dit thema hebben Justine van Lawick en Martine Groen een goed boek geschreven: intieme oorlog.

een pleidooi voor de liefde

Vroeger was een huwelijk vooral een verstandshuwelijk, een huwelijk dat om politieke of economische redenen werd gesloten, niet zozeer tussen twee individuen, maar tussen twee families. En binnen families van allochtone afkomst is dat soms nog steeds zo, al is het vaak wat minder strikt. De moderne liefdesrelatie, zoals wij die kennen in zijn vele verschijningsvormen, bestaat nog niet zo lang eigenlijk. Je zou het gerust een revolutie kunnen noemen. Voor het eerst in de geschiedenis bepalen twee partners (en dat kunnen ook twee partners van hetzelfde geslacht zijn) zelf met wie ze hun leven willen delen, en dat op feitelijk maar een basis: de liefde! Dat is natuurlijk fantastisch, en er is geen haar op mijn hoofd dat er maar in de verste verte naar verlangt om terug te keren naar het gearrangeerde huwelijk van weleer.

Toch heeft dit nieuw verworven recht, het recht op vrije liefde, ook een keerzijde. Kijk maar naar de cijfers, meer en meer relaties lopen op de klippen. Dan vormen zich vaak ook weer nieuwe relaties en nieuw samengestelde gezinnen, opnieuw met als doel om de liefde centraal te stellen, en soms lukt dat ook, soms niet. Ik zou zeker niet willen stellen dat de liefde failliet is of dat het liefdesverbond ten dode is opgeschreven. Er is wel een probleem wanneer we onze relaties teveel ophangen aan de (hartstochtelijke) liefde alleen. Ik noem met nadruk hartstochtelijke liefde, want dat is de liefde waar de meeste relaties mee beginnen: je wordt verliefd, je bent hotel de botel van elkaar, vlinders in de buik, volledig in de ban van die ander. Een fantastisch gevoel, maar dat blijft natuurlijk niet. Althans, niet altijd en voortdurend. De meeste stellen die het langer met elkaar uithouden, hebben een manier gevonden om (ook) op een andere manier van elkaar te houden. De hartstochtelijke liefde gaat na verloop over in een meer duurzame vorm van liefde, en partners worden meer maatjes, gezworen kameraden, no matter what (een beetje zoals de klassieke trouwbelofte: ik blijf je trouw tot de dood ons scheidt). Niet dat het vlammetje helemaal dooft, maar het gaat op een wat lagere, stabielere, intensiteit branden, om zo nu en dan nog eens op te vlammen, van tijd tot tijd.

Ik denk dat het belangrijk is om te beseffen dat de liefde verschillende fases kent, en dat het voor een relatie, wil die duurzaam zijn, welhaast onvermijdelijk is dat de liefde zich transformeert, overgaat in die nieuwe fase. Dat hoeft niet te betekenen dat alle spanning er persé uit gaat, maar je kunt niet 30/40 jaar lang als tortelduifjes om elkaar heen dartelen, dat is gewoon niet realistisch. Misschien zijn onze verwachtingen van wat de liefde moet zijn, hoe een relatie moet zijn, soms wel iets te hoog gespannen. Misschien kent de liefde wel meerdere gedaantes, en is de ene gedaante niet persé beter dan de andere. De liefde is het fundament van onze relaties geworden, misschien zelfs wel het fundament van ons bestaan. In het begin is liefde vooral een gevoel, later wordt het meer een soort mariniersmentaliteit: wij zullen overwinnen, niemand blijft achter. Althans, dat kan het worden, en misschien moet het dat ook, om de uitdagingen van het leven aan te kunnen, zodat de liefde kan overwinnen.

En is dat niet het beste wat we onze kinderen mee kunnen geven? Want ook zij groeien op binnen die door liefde gedefinieerde relatie, binnen het gezin dat de twee ouders hebben gesticht. De wereld om hen heen probeert hen wijs te maken dat liefde vooral hartstocht is, dat aantrekkingskracht vooral lichamelijk is, dat geliefden voor elkaar gaan zolang `het goed voelt’. Laten we hen een voorbeeld geven, laten we ze leren dat liefde iets is waar je voor moet knokken, dat je erin moet investeren, dat het soms pijn doet, dat je soms moet inleveren, maar dat de liefde ons drijft en de liefde uiteindelijk overwint. De liefde moet transformeren om te overleven. Dan overwint de liefde alles.

ik lees momenteel het fantastische boek `over de liefde‘ van de Franse filosoof Luc Ferry, vandaar dat ik opnieuw zo enthousiast ben over de liefde 🙂

Grenzen verleggen

Therapie is soms net stappen zetten in het donker. Je staat in een donkere ruimte en je zet een stap. Je hebt geen idee wat er gaat gebeuren, waar je naartoe gaat, of het wel goed komt. Je weet een ding zeker: je wilt niet blijven waar je bent. Je aarzelt, je voelt de weerstand, angst, en toch zet je die stap, die eerste stap op weg naar een betere toekomst. Een toekomst zonder… , een toekomst met minder…, een toekomst met meer…

Ik vind het altijd heel dapper wanneer mensen deze stap zetten. Niets is namelijk zo spannend als verandering. Aan de andere kant: leven is beweging, zonder risico wordt het leven saai, verstikkend, dodelijk misschien zelfs. Alles stroomt. Toch is het altijd makkelijker om te bewegen als je meewind hebt (gehad). Voor sommige mensen is het leven niet aardig geweest, was thuis geen veilige haven, was er geen basale veiligheid waar je altijd op terug kunt vallen. Sommigen zijn beschadigd door rampen, ziekte, traumatische gebeurtenissen. Zet dan maar eens een stap in het donker, dat vergt enorme moed.

En toch kan het. Laten we eerst zorgen dat het veilig genoeg is. De therapeutische relatie moet veilig zijn. Maar vervolgens werken we ook aan het versterken van andere veilige relaties. Je hebt een paar mensen om je heen nodig, het hoeven er niet veel te zijn, mensen die je accepteren zoals je bent, je niet zullen veroordelen, en die van jou willen leren hoe ze je het beste kunnen ondersteunen, zodat jij die spannende stappen kunt gaan zetten. Een kleine stap kan al genoeg zijn, het geeft je het gevoel dat je kunt bewegen, dat je risico kunt nemen en er niet altijd iets verschrikkelijks hoeft te gebeuren. Naarmate je meer van deze nieuwe ervaringen krijgt zal je zelfvertrouwen verder toenemen. De veilige mensen om je heen zullen getuige zijn van je groei en je verder aanmoedigen. Je kunt weer trots zijn op jezelf. Je hebt het gedaan!

Zelf heb ik ook dit soort stappen moeten zetten in mijn leven. En binnenkort ga ik er weer een zetten, ga ik een grens verleggen, iets doen wat ik nooit eerder durfde. Ik ga een paar dagen trekken en bivakkeren in de vrije natuur: bergwandelingen maken, slapen in het pikkedonker in de buitenlucht, misschien mijn eigen kampvuurtje maken. Omdat ik binnenkort aan een nieuwe baan ga beginnen heb ik een paar weken vrij, en ik heb besloten die te gebruiken om een grens te verleggen. Ik zal mezelf tegenkomen. Ik hou van de natuur en ik hou ook erg van buiten zijn en wandelingen maken. Maar het overnachten buiten lijkt me vreselijk spannend. Ik moet iets van controle loslaten en dat vind ik spannend. Toch ga ik het aan. Waarom? Omdat ik mezelf op dit punt wil confronteren, ik wil iets achter me laten, iets dat me jarenlang in de weg heeft gezeten. Het beheerst al lang niet meer mijn leven, maar ook het laatste restje wil ik overwinnen. Het lijkt een kleine stap, zeker gezien het jarenlange proces dat eraan vooraf ging. Toch voelt het voor mij niet zo, het voelt als een forse en spannende stap, de laatste stap die ik moet zetten om een bepaalde angst definitief te overwinnen. Niet dat ik denk dat die angst er daarna nooit meer zal zijn, maar ik weet, ik voel dat die me dan nooit meer de baas zal zijn. Deze grens moet verlegd worden. Ik ga deze uitdaging alleen aan, ik moet het alleen aangaan. Toch weet ik mij gesteund door belangrijke mensen in mijn leven: mijn vrouw, mijn ouders, mijn kinderen, een paar vrienden. Dankzij hen kan ik deze stap zetten. Maar ik doe het ook een beetje voor hen. Elke stap die ik zal zetten zal ik alleen zetten, en toch ook weer niet, toch zetten we die stappen ook samen.

Samen alleen.
Alleen samen.

Dominante verhalen

Er bestaan vele ideeën over wat een relatie is en hoe die zou moeten zijn. Deze ideeën/verhalen (die ontstaan in een culturele, maatschappelijk, religieuze en politieke context, zijn vaak dominant en hebben grote invloed op hoe wij onze relaties beleven. In onze westerse samenleving wordt een partnerrelatie over het algemeen gezien als iets bijzonders, een relatie die veel hoger gewaardeerd wordt dan andere relaties. Romantiek en gevoel worden daarin als belangrijk gezien, en als die ontbreken dan is dat een probleem, het kan de reden zijn om uit elkaar te gaan. Het niet hebben van een relatie wordt ook al snel als problematisch gezien. Partnerrelaties staan vaak onder hoogspanning, omdat er zoveel van verwacht wordt, en het is dan ook niet verwonderlijk dat velen ermee worstelen: schiet ik niet tekort, is het normaal als ik een tijdje weinig liefde voel voor hem of haar, hoe vaak in de week zou je eigenlijk seks moeten hebben?

Dan is het ook nog zo dat relaties heel erg kunnen verschillen. Misschien komt jouw familie wel uit een niet-westerse cultuur. Hoe kom je tot een goed evenwicht tussen de traditie uit je cultuur van herkomst en je eigen beleving? Misschien zijn jullie homoseksueel, verschillen jullie behoorlijk in leeftijd, hebben jullie beiden een andere religie, of wijken jullie op een andere manier af van de heersende norm. Hoe hou je eigenheid in je relatie en hoe ga je daarbij om met maatschappelijke druk/verwachtingspatronen? Wat is eigenlijk je eigen idee van een goede relatie, en dat van je partner, wat zijn de overeenkomsten en verschillen en hoe gaan jullie daarmee om?

Al deze verhalen hebben invloed. Wanneer het niet zo lekker gaat, wanneer je problemen ervaart in je relatie, is het vaak zo dat bepaalde verhalen gaan domineren, er ontstaat een probleemverhaal: wij passen niet bij elkaar, wij kunnen elkaar niet gelukkig maken, onze verschillen zijn onoverbrugbaar, ik zit vast in mijn rol, hij is altijd weg, hij/zij houdt niet meer van me, ik ben niet met je moeder getrouwd!’.

In relatietherapie ga ik met stellen op zoek naar deze dominante verhalen en onderzoeken we samen wat de invloed ervan is. We vragen ons af of er ook andere verhalen zijn. Ik help jullie om de verhalen te nuanceren, om je opnieuw te positioneren ten opzichte van bepaalde verhalen, om samen een nieuw verhaal te ontwikkelen, een verhaal waarbij wie jullie zijn (zowel als individu als samen) tot zijn recht komt, een verhaal waarmee jullie de toekomst tegemoet kunnen. Sommige verhalen zullen moeten worden afgesloten, of een andere plek krijgen. Nieuwe verhaallijnen mogen ontstaan. Ik vind het altijd een voorrecht om getuige te mogen zijn van zo’n proces.

Weerstand bestaat niet

Verandering is moeilijk. De meeste mensen hebben wel wat dingetjes op hun lijstje van `dingen die ik eigenlijk zou moeten veranderen’. Maar mensen zijn meesters in aanpassen, en als het niet echt heel erg nodig is veranderen we liever niet teveel. Verandering is onbekend terrein, het vraagt moed, doorzettingsvermogen, bloed zweet en tranen. Als het te moeilijk wordt gaan we meestal snel weer terug naar vertrouwd terrein.

Dat is al zo met alledaagse dingen, zoals de kapotte lamp op de gang die ik eigenlijk moet vervangen, maar in plaats daarvan zet ik de deur van de slaapkamer wel open zodat ik net genoeg licht heb. Of dat ik, als ik het sleuteltje van mijn fietsslot kwijt ben, het oude slot niet even doorslijp (teveel gedoe), maar het nieuwe slot er gewoon overheen hang. Als het met kleine alledaagse dingen al zo gaat, hoe dan met meer wezenlijke dingen? Je relatie is niet meer zo sprankelend als het was, maar ja, het leven is druk, en vaak ben je te moe om `s avonds ook nog een gesprek met je partner aan te gaan, en je kunt er trouwens je vinger niet echt op leggen, laat ook maar, even… Het gedrag van jullie dochter kan zo echt niet langer, maar net als je overweegt om er serieus werk van te maken draait ze weer (even) bij en gaat het net weer iets beter. Ach, de puberteit, en het moet toch ook gezellig blijven, en je laat het erbij. Tot de volgende keer dat je met je handen in het haar zit…

En dan heb je de stap genomen om hulp te zoeken, heb je jezelf en je partner of je gezin aangemeld voor therapie, `het kan zo echt niet langer’, blijkt het toch veel moeilijker dan gedacht. Wil ik dit wel echt? Kan ik dit wel?

In therapieland is daar een woord voor: weerstand. Althans, zo wordt het vaak genoemd. Ik vind het een vreselijk woord. Het is zo’n dooddoener, zo beschuldigend. Alsof het aan jou ligt dat het niet lukt. Heb je geen succes met je therapie? Dan komt dat omdat je weerstand hebt! Maar weet je: het is heel normaal. Iedereen die in therapie gaat wil verandering, maar de meeste mensen die in therapie gaan willen niet (meteen) veranderen. Ik noem dat aarzeling. We aarzelen. We aarzelen om het oude los te laten en het onbekende te omarmen. We aarzelen om naar onszelf te kijken, we aarzelen om de ander anders te bekijken. We aarzelen om kwetsbaar te zijn. We aarzelen om een barrière te doorbreken, we aarzelen om een stap in het duister te zetten, daar waar nog geen licht is, waar we niet zien waar we onze voet neerzetten.

Natuurlijk kan ik als therapeut geen succesgarantie geven. Je kunt een therapeut niet verantwoordelijk stellen voor het al dan niet slagen van een therapie. Maar ik vind wel dat een therapeut er altijd alles aan zou moeten doen om je te verleiden om over de drempel te stappen, om dat spannende proces aan te gaan dat verandering heet. Het is de taak van een therapeut om je genoeg veiligheid te bieden dat je het aandurft, en je tegelijk genoeg uit balans te krijgen dat je in beweging komt. Stilstand is achteruitgang. Maar vooruitgang is niet vanzelfsprekend.

Met systemen/gezinnen werkt het niet anders. De aarzeling kan zelfs nog complexer en nog sterker zijn. Ieder systeem streeft naar evenwicht, kijk maar naar de natuur, naar ecosystemen. Gezinssystemen werken niet anders. Er is in de loop der tijd een evenwicht tot stand gekomen, en ook als die situatie negatieve elementen bevat, dingen die je liever met elkaar anders zou willen, dan nog is het een evenwicht. Een heftige gebeurtenis, een crisis, een nieuwe gezinsfase (bv puberteit) kan dit evenwicht tijdelijk verstoren, maar omdat ieder systeem streeft naar herstel van het evenwicht, zal een gezin ertoe neigen om terug te keren naar een bekend evenwicht. Met therapie proberen we het veranderingsproces te faciliteren, de disbalans te gebruiken om nieuwe patronen te ontwikkelen. En dat is niet gemakkelijk, het levert vaak onrust op, soms angst, frustratie, gevoelens van onmacht, etc. Het is de taak van de therapeut om deze ongemakkelijke gevoelens te kunnen verdragen, het gezin hierin als het ware voor te gaan, het gezin te leren om dit tijdelijke ongemak te doorstaan, vast te houden op de nieuwe ingeslagen weg, totdat er een nieuw evenwicht is bereikt, een evenwicht dat genoeg vertrouwd is om niet meer vreemd te voelen, en tegelijk genoeg verschilt om nieuw te zijn.

Weerstand bestaat niet. Aarzelen doen we allemaal.

Het geheim van de kleine gebaren

Binnen de hulpverlening gaat altijd veel aandacht uit naar wat niet goed gaat. Daar wordt ook het meeste onderzoek naar gedaan. Er wordt nauwelijks onderzoek gedaan naar wat goed gaat. We weten inmiddels wel welke redenen er allemaal kunnen zijn waarom relaties stranden. Maar waarom slagen sommige relaties eigenlijk? Hoe hou je je relatie gezond?

Sue Johnson (oprichter van EFT, Emotion Focussed Therapy) vroeg zich dit ook af, en begon onderzoek te doen naar wat maakt dat relaties wel slagen. Verwacht geen grote dingen, geen 5 stappen op weg naar huwelijksgeluk o.i.d., een van haar conclusies was juist dat het hem heel erg zit in de kleine dingetjes. De stellen die bij elkaar blijven en er ook nog eens in slagen elkaar gelukkig te maken, dat zijn de stellen die het kunnen verdragen om het soms moeilijk te hebben met elkaar, maar die altijd kleine attenties van liefde blijven geven aan elkaar. Dat kan van alles zijn: een bosje bloemen, een klein cadeautje, een lief smsje, gewoon blijven zeggen hoeveel je van elkaar houdt. Af en toe iets spannends/onverwachts doen. Op de een of andere manier lukt het deze stellen om hun liefde voor elkaar brandend te houden, zelfs in woelige tijden.

Zoals het met zo veel moeilijkheden gaat in het leven, zo gaat het ook binnen relaties: als je niet oppast bestaat het leven alleen nog maar uit de problemen. En problemen kunnen heftig zijn, dat zal ik niet ontkennen. Maar het zijn diegenen die temidden van de problemen toch oog kunnen blijven houden voor de positieve dingen, en daar ook aandacht aan geven, die het redden.

Als relatietherapeut probeer ik met stellen altijd te zoeken naar sprankjes hiervan, naar vonkjes van liefde, die weer aangewakkerd kunnen worden; veel kleine vonkjes en een beetje wind kunnen het vuur weer doen oplaaien… Maar in plaats van meteen in therapie te gaan, zou je ook eens wat andere dingen kunnen proberen:

– Zoek oppas voor de kinderen en boek een (verrassings)weekendje weg voor jullie twee
– Of, dichter bij buis: neem je geliefde onverwachts mee voor een etentje of om samen ergens iets te drinken
– Schrijf eens een kaartje met wat lieve woorden voor je partner, en leg dit bij zijn/haar ontbijtbord
– Plan een verrassingsbezoekje aan je partner op zijn/haar werk en breng een bos bloemen mee (en geniet van de jaloerse blikken van alle collega’s)
– Boek een hotelkamer in je eigen stad
– Probeer eens iets nieuws op seksueel gebied (spannend!)
– Biedt aan om een keer te koken op een dag dat het niet jouw beurt is en je partner een lange werkdag heeft, en maak een heerlijke maaltijd voor hem/haar klaar
– Geef je partner iedere dag een (gemeend) complimentje (wat zit je haar leuk, wat ben je toch een knapperd,…)
– Blijf eens een tijdje aandachtig naar je partner kijken terwijl hij/zij met iets bezig is

Aandacht geven aan dingen bepaalt je focus. En waar je je focus op legt daar ga je aandacht aan geven. Focus je je op de negatieve dingen, de problemen, de dagelijkse irritaties, dan gaat daar je aandacht naar uit. Focus je je op de positieve dingen dan zal daar je aandacht naar uitgaan. Hoe meer energie en aandacht je hierin steekt hoe meer moeilijkheden je binnen je relatie kunt verdragen.

Relatietherapie als APK

Vaak zien we dat stellen pas heel laat hulp zoeken bij relatieproblemen. Een van de partners staat al met een been buiten de relatie of is al begonnen aan een nieuwe. Er is al jaren ruzie en nu wordt er nog een keer een poging ondernomen om de boel te redden. Relatietherapie als laatste strohalm, of als noodzakelijke tussenstap op weg naar een scheiding.

Natuurlijk is er niets mis mee om op zo’n moment hulp te zoeken en dit kan ook zeker helpen. Soms ga je dan op een betere manier uit elkaar, en zeker als er kinderen betrokken zijn, is het een goede zaak wanneer je een scheiding zo goed mogelijk wilt proberen te regelen. Soms ben je er nog niet aan uit en kan relatietherapie helpen om te herontdekken waarom je het (nog) niet wilt opgeven, waar je precies voor wilt vechten, en vind je elkaar opnieuw.

Maar waarom zo lang wachten, eigenlijk? Ieder stel, iedere relatie, kent moeilijke momenten, struggles, dipjes in de liefde. Dat is toch niet gek. We leven in een tijd waar de verwachtingen over de liefde, over romantiek, over seks, hooggespannen zijn. Maar een relatie gezond houden is hard werken, en het is zeker niet vanzelfsprekend dat dit allemaal zomaar lukt. Er zijn periodes dat de liefde niet zo voelbaar is, dat je wat vervreemd van elkaar, dat de alledaagse beslommeringen je zo in beslag nemen dat je een tijd vergeet om nog te investeren in je relatie. Dat zijn momenten dat je relatie best even een APK kan gebruiken.

Wacht niet met het inschakelen van een relatietherapeut tot het moment dat het echt kritiek is geworden. Een paar gesprekken op het juiste moment kan jullie relatie net die boost geven die je nodig hebt. De scherpe randjes gaan er weer even vanaf, er komt wat lucht in vastgeroeste patroontjes, je leert weer verliefd te worden, je brengt weer wat spanning terug in je relatie. Een relatietherapeut kan jullie hierbij goed helpen.

Investeer tijdig in de kwaliteit van je relatie. Zo duur is dat nu ook weer niet…

Een goede vraag is beter dan honderd antwoorden

vragen antwoorden therapie gezin relatie

Een van mijn docenten zei vaak: `ik zie mijzelf als een professionele vragensteller’. Die opmerking geeft goed weer waar het in mijn ogen in therapie (en systeemtherapie in het bijzonder) om gaat. Er is nog steeds een heersende opvatting dat therapeuten en hulpverleners antwoorden zouden moeten bieden. Mensen met een hulpvraag verwachten antwoorden, verwijzers willen oplossingen en overheden eisen resultaten.

Ik geloof daar niet in. De therapeut als expert is een achterhaald concept. Maar, zou je misschien denken, jij bent goed opgeleid en hebt jarenlange ervaring in het werken met gezinnen, dat zou jou tot een deskundige moeten maken, toch? Dat klopt, en dat ben ik ook, de vraag is alleen waarin ik dan deskundig ben. Ben ik degene die jou precies gaat vertellen hoe je de problemen in je leven moet oplossen? Ben ik degene die altijd (en liefst snel) precies weet wat jij nodig hebt? Nee, in die zin ben ik geen expert. En al zou ik een wandelende encyclopedie zijn die desgevraagd allerhande opvoedtips, probleemoplossingen, communicatie adviezen en veranderingsstrategieën zou oplepelen, hoe zou jou dat dan op de lange duur echt helpen om duurzame verandering te bewerken en vast te houden?

Natuurlijk kan een goede tip soms best helpend zijn, en als ik er een heb dan zal ik hem je echt niet onthouden. Maar, tenzij ik ernaast zit, heel vaak is het probleem toch niet perse dat je niet weet hoe het zou moeten? En dan nog, het moet wel bij je passen, jij moet er iets mee kunnen. En daarvoor zou ik je eerst goed moeten leren kennen. Over het algemeen zijn er geen pasklare antwoorden. Ten diepste geloof ik dat jij zelf het beste weet wat jij en je gezin nodig hebben. Jij bent de expert van je eigen leven. Het is mijn taak, en daar ben ik goed in, om de juiste vragen te stellen, zodat die je helpen om er achter te komen waar jouw/jullie eigen krachten zitten en hoe je die kunt inzetten om moeilijkheden te overwinnen. Dat kost tijd, moeite en energie, het is hard werken. Maar uiteindelijk helpt dat je beter vooruit dan allerlei goedbedoelde adviezen en tips. Anders was het al lang gelukt toch? Een echt goede vraag is daarom vaak beter dan honderd antwoorden. Denk je ook niet?

Lineair versus circulair denken

Wanneer we problemen ervaren binnen onze relatie of gezin, zijn we vaak geneigd om hiervoor een verklaring te zoeken. En die verklaring zoeken we vaak, voor de hand liggend, in bepaalde negatieve eigenschappen van onszelf of de ander. Bijvoorbeeld: `we hebben altijd ruzie omdat hij zich voortdurend terugtrekt’, of `het hele gezin lijdt onder het opstandige gedrag van onze dochter’. Dit soort verklaringen zijn lineair, ze wekken de suggestie dat er een rechtstreeks verband is tussen een bepaalde gedraging van iemand en de ervaren problemen. We zullen dan ook geneigd zijn om aan die factor die wij als de oorzaak zien vooral veel aandacht te geven. Een vrouw gaat haar man die zich altijd terugtrekt `achtervolgen’, ouders gaan hun `losgeslagen’ kind extra controleren of van alles verbieden, etc. Meestal helpt dit echter niet, en vaak verergert de problematiek hierdoor juist. Naarmate de man zich meer achtervolgt voelt zal hij zich nog meer gaan terugtrekken, en de opstandige puber die te maken krijgt met overmatige controle zal zich van de weeromstuit nog stiekemer gaan gedragen, wat haar ouders ertoe drijft er nog maar een schepje bovenop te doen. Zo raak je met elkaar steeds vaker in een negatieve spiraal.

Als therapeut help ik mijn cliënten om meer inzicht te krijgen in dergelijke `circulaire’ patronen. Ik help hen de problemen niet zozeer te lokaliseren in een gezinslid (partner, kind, ouder), maar tussen de gezinsleden. Het helpt niet zoveel om je af te vragen wiens schuld het is. Ga er maar van uit dat niemand erop uit is om een probleem te creëren. We gaan weg bij de schuldvraag en we gaan ons richten op de interactie, het patroon. Dat is niet makkelijk, en vaak heb je een buitenstaander nodig om je te helpen dergelijke patronen te gaan zien. Dan ontdekken we bijvoorbeeld dat naarmate Julia meer behoefte heeft aan vrijheid, haar moeder haar meer en meer gaat beperken en controleren, en naarmate moeder haar meer controleert, Julia steeds meer stiekem gaat doen, maar als moeder daarachter komt zij de controle nog meer opvoert. Dan krijgt moeder ook nog eens ruzie met vader, die vind dat ze niet zo betuttelend moet zijn en vader gaat op zijn beurt Julia een alibi verlenen om haar tegen haar moeder in bescherming te nemen, waardoor het gedrag van Julia verder ontspoort, de relatie tussen ouders onder spanning komt te staan en de escalaties zich steeds verder verdiepen. Het is niet Julia’s `onverantwoordelijke gedrag’ dat de grootste bedreiging vormt voor dit gezin, ook niet moeders `overbezorgdheid’ of vaders `laksheid’. Ik zet deze termen bewust tussen haakjes, want deze kwalificaties zijn blamend en versterken de escalatie. We moeten weg bij dergelijke kwalificaties en met elkaar de Escalatie tussen de gezinsleden als het belangrijkste probleem gaan zien. In plaats van tegen elkaar te gaan vechten kunnen de gezinsleden nu gezamenlijk het gevecht aangaan met de ontwrichtende Escalatie. Vervolgens kunnen we samen op zoek gaan naar helpende strategieën om Escalatie te verkleinen en constructieve patronen te vinden, waardoor de interactie kan veranderen en de relaties verbeteren. Er komt weer contact, ruimte voor positiviteit en voldoende veiligheid om kwetsbaar te kunnen zijn en zorgen en behoeften met elkaar bespreekbaar te maken. Zo komt er ruimte voor andere perspectieven en ontstaat weer zicht op verandering. Dit is waar we met narratieve therapie concreet aan werken.