Een leeg nest, en dan?

Veel vijftigers en zestigers worstelen hiermee. Ze zijn vaak al jaren samen, hebben samen kinderen opgevoed, maar dan, als de jongste het huis uit is, het nest is leeg, dan komt de klap. En niet alleen het gevoel van leegte, doelloosheid, en alles wat erbij kan horen, kan een probleem zijn, maar ook de relatie met je partner. Geen afleiding meer door opgroeiende kinderen en alle regelzaken eromheen. Wat bindt je nog samen? Ken je elkaar eigenlijk nog wel? Is het nog wel fijn om samen te zijn, of ben je elkaar gaandeweg kwijt geraakt, zo erg dat je je afvraagt of dit nog wel toekomst heeft?

Niet voor niets zie je steeds vaker dat echtparen gaan scheiden als de kinderen het huis uit zijn. Gelukkig zijn er ook voorbeelden van stellen die het prima hebben met elkaar, waarbij de liefde nog springlevend is, maar dat is toch niet zo vanzelfsprekend. En hoe doen die dat eigenlijk? Er kunnen vele redenen zijn waarom het juist dan mis gaat. De balans is al jaren zoek, er is structurele scheefgroei geweest, de ene partner heeft al die tijd teveel moeten geven, dan komt op een dag de afrekening. Of het is de sluipmoordenaar die op kousenvoeten komt; je bent zo in beslag genomen geweest door de `opvoedfabriek’ dat je niet in de gaten hebt gehad hoezeer je uit elkaar aan het groeien was. En dan kan het zijn dat je nog maar een uitweg ziet: scheiden.

Natuurlijk is dat begrijpelijk, een huwelijk kan als een gevangenis gaan voelen en je eigen ontwikkeling volledig verstikken. Maar vergis je niet, een scheiding maakt zaken er niet altijd beter op, je wordt er niet altijd gelukkiger van. Het kan vergaande invloed hebben op andere relaties, sommige mensen raken vrienden kwijt, familierelaties worden gespannen of verbroken, en het komt voor dat een van de ouders zijn/haar kinderen en kleinkinderen niet of nauwelijks meer ziet. Ook als de kinderen al het huis uit zijn kunnen rond een scheiding loyaliteitsproblemen de kop op steken. Er is veel eenzaamheid onder ouderen door echtscheiding.

Het is niet gemakkelijk als je in een dergelijke situatie terecht bent gekomen en je voelt je diep ongelukkig erover. Of je zou er wel iets aan willen doen, maar je partner ziet het probleem niet. Ik zou stellen in ieder geval altijd adviseren om hulp te zoeken en het nog een kans te geven. Misschien hebben jullie wel nooit geleerd om met elkaar over deze dingen of over gevoelens te praten. Een relatietherapeut kan je daar heel goed bij helpen. Hoe wakker je de liefde weer aan als het een wel erg klein smeulend vuurtje is geworden? Wat thuis niet mogelijk lijkt kan in de therapiekamer misschien wel lukken.

Maar het kan ook te laat zijn. Als er geen vonkje meer is kan een therapeut ook niets beginnen. Maar ook dan kan een therapeut helpend zijn, om samen met jullie dingen helder te krijgen, zodat je ook weet dat je alles geprobeerd hebt. Wacht niet te lang met hulp zoeken. Eigenlijk zou een echtpaar, wanneer een van twee aanvoelt dat er iets niet goed gaat, dat de verbinding erodeert, aan de bel moeten trekken en hulp moeten zoeken. Denk niet: het komt later wel, als de kinderen het huis uit zijn dan hebben we wel weer tijd voor elkaar. Nee, begin vandaag, wacht niet tot het misschien te laat is. Als je straks niet meer de belangrijkste persoon bent in het leven van je kinderen, dan heb je elkaar hard nodig. En als je er dan achter komt dat er niets meer is, dat de koek op is, dan is dat een bittere pil. Hulp zoeken en aan je relatie werken is niet altijd de makkelijkste weg. Het vraagt keuzes en het kost inzet. Maar het is het waard en het betaald zich terug.

Vraag gerust een vrijblijvend kennismakingsgesprek aan.

Advertenties

Vreemdgaan – is er nog liefde na overspel?

Onlangs was Esther Perel (psychotherapeut en relatietherapeut in New York) te gast in Zomergasten. Esther heeft baanbrekend werk gedaan op het gebied van erotiek binnen relaties en leverde een nieuwe kijk op overspel. Erotiek staat voor haar voor levenslust en is daarom veel breder dan seks (de daad).

Het is inspirerend om te lezen of te horen (je kunt haar sessies beluisteren in een podcast) hoe Esther paren behandeld in haar sessies. Een eyeopener voor mij was wat Esther zegt over vreemdgaan. Vaak zorgt het moment dat uitkomt dat een van de partners vreemd is gegaan voor de grote klap. Esther adviseert mensen niet om vreemd te gaan, maar in haar therapieën probeert ze stellen wel te helpen om verder terug te kijken naar waar het mis ging (en nog daarvoor: toen het nog goed was). Het is niet zo dat er alleen maar een dader (de overspelige) en een slachtoffer (de bedrogene) is, het verraad heeft al veel eerder plaatsgevonden, binnen de relatie. Het gaat vaak over niet begrepen zijn, uit elkaar groeien, teveel scheefgroei, elkaars groei belemmeren, jezelf langzaam afsluiten voor elkaar, buiten spel gezetten voelen ten aanzien van de opvoeding, jezelf verstoppen in een bepaalde rol, veel onuitgesproken zaken en opgekropte woede of teleurstelling.

Mensen die vreemdgaan willen niet weg uit hun relatie, ook zijn ze niet op zoek naar iemand anders, ze zijn op zoek naar zichzelf. Ze willen nieuwe kanten van zichzelf ontdekken, of bepaalde kanten herontdekken, uitbreken uit de beperking die hun relatie is gaan vormen. Degene die het slachtoffer is van het overspel is niet altijd ook degene die het slachtoffer is van de relatie.

Daarnaast is ontrouw iets van alle tijden. Het verschil met vroeger is dat relaties tegenwoordig anders in elkaar zitten. Vroeger was het vaak een verstandshuwelijk, een economische overeenkomst tussen twee families, wat niet altijd veel met liefde van doen had. De (romantische) liefde werd dan ook vaak buiten de deur gezocht. Kwam dit uit dan was dat een bedreiging voor de economische overeenkomst, maar werd vaak wel weer toegedekt omwille van het grotere verband (familie-eer). Tegenwoordig verwachten we al ons geluk en welbevinden van onze relatie. Overspel is dan ook een doodzonde, want het vernietigt de liefde en het geluk. Overspel is niets nieuws, maar het heeft nog nooit zoveel pijn gedaan.

Hoopvol is dat er altijd mogelijkheden zijn voor een nieuwe start. Voorwaarde is dat stellen voorbij de daad durven kijken en gaan spreken over waar het werkelijk om gaat: waar zijn we elkaar kwijtgeraakt? Na overspel is je (eerste) huwelijk voorbij. Je kunt dan besluiten om ook daadwerkelijk uit elkaar te gaan. Je kunt ook samen aan je volgende huwelijk beginnen. Sommige mensen trouwen meerdere keren, met dezelfde persoon.

Lessen uit de systeemtherapie

Het systeemdenken heeft ons interessante invalshoeken opgeleverd, die echt niet alleen beperkt hoeven te blijven tot de therapiekamer. Laatst schreef ik een blog over hoe ik als systeemtherapeut inspiratie haal uit een ander discipline (jazzmuziek), maar het kan net zo goed andersom: wat hebben we aan de inzichten uit de systeemtherapie voor het `gewone’ leven, voor de maatschappij, voor de commerciële wereld? Ik zal proberen wat lijnen te trekken.

Luisteren naar ieders verhaal

In de systeemtherapie is het belangrijk dat ieders verhaal op waarde wordt geschat. Alles is communicatie en iedereen heeft iets belangrijks te vertellen. Pas op dat niet één verhaal dominant wordt, want dan worden andere verhalen ondergesneeuwd. Je ziet het gebeuren in onze maatschappij, waar hele groepen zich niet vertegenwoordigd (lees gehoord) voelen. Verbinding begint met oprecht luisteren naar de ander; misschien brengt hij/zij het op een manier die je lastig of irritant vind, maar probeer te begrijpen wat diegene wil zeggen. Kunnen jouw verhaal en dat van de ander misschien naast elkaar bestaan? Ook voor het bedrijfsleven of overheidsinstanties, probeer eens anders te kijken naar die ontevreden klant of boze burger: zou zijn/haar verhaal misschien iets waardevols kunnen opleveren voor jouw bedrijf/instantie, kun je er iets van leren en daardoor beter worden in wat je doet?

Samenwerken

In het verlengde daarvan, werk eraan om de relatie wederkerig te maken. Wil jij slechts een product verkopen aan je klant, is je doel om de burger zo snel mogelijk weer de deur uit te werken? Of ben je gericht op het tot stand brengen van een (zoveel mogelijk gelijkwaardige) samenwerkingsrelatie? Eenrichtingsverkeer is devaluerend voor iedere persoon, betrokkenheid ontstaat pas wanneer de relatie wederkerig en gelijkwaardig wordt. Wat heeft de ander jou te bieden? Als voorbeeld noem ik de manier waarop het bedrijf Coolblue met haar klanten omgaat. Klanttevredenheid staat bij hen hoog in het vaandel en zij snappen dat dat veel waardevoller is dan een klein beetje financieel verlies. Daarom maken zij er nooit een probleem van als je een product wilt terugsturen of omruilen. Klachten worden gezien als een kans om de service en kwaliteit te verbeteren. Zij dragen dit ook expliciet uit in al hun communicatie. Een klant die iets komt terugbrengen omdat hij/zij niet tevreden is is een partner, je wilt graag weten waarom diegene niet tevreden is, zodat je die klant en vele anderen in de toekomst beter kunt helpen.

Verhaal maken

Verhaal maak je samen. Iemand kan bij je komen met een klacht of een negatieve houding, maar diegene heeft iets zinnigs te vertellen, ga daar maar van uit. Het wordt alleen in negatieve en probleembevestigende termen verwoord. Probeer de ander te helpen om het perspectief te verbreden en werk samen aan een meer helpend verhaal. Stap niet in de valkuil om overdreven optimistisch te gaan doen als iemand je net iets verschrikkelijks heeft verteld, valideer de pijn en het rotgevoel, maar laat het daar niet bij. Ga samen op zoek naar een manier van spreken die jullie beiden verder helpt.
Ik denk bijvoorbeeld aan een huurder die bij de woningbouwvereniging een klacht komt indienen over de leefbaarheid in het woonblok. Het is gemakkelijk om te denken: zeur niet zo, iedereen heeft wel eens overlast van buren, dat valt niet te voorkomen in een portiekflat, en bovendien: wat kunnen wij eraan doen? Dergelijke gedachten leiden tot een apatische houding, de klacht wordt genoteerd, de huurder wordt afgescheept of voelt zelfs dat je hem irritant vind. Je weet dan iig zeker dat de huurder ontevreden zal zijn en in de toekomst zal diegene waarschijnlijk alleen maar meer gaan klagen en het nog steviger aanzetten. Je kunt ook denken: wat fijn dat iemand zich hier druk maakt om de leefomgeving! Deze huurder kan een partner zijn. Je zou dan bijvoorbeeld kunnen reageren door te zeggen: meneer, ik hoor dat u zich zorgen maakt over de leefbaarheid, wat vervelend dat u zoveel overlast ervaart. Blijkbaar vind u het belangrijk dat mensen in uw buurt goed met elkaar omgaan. Bent u bereid om samen eens na te denken wat we zouden kunnen doen om de leefomgeving te verbeteren? Zoiets kunnen wij als woningbouwvereniging niet alleen, daar hebben we de input en inzet van mensen zoals u bij nodig. Ik ben benieuwd naar uw ideeën.

Betekenis geven

Het probleem is het probleem, de persoon is niet het probleem. Samen geef je betekenis aan de situatie, dat gebeurd in interactie. Dat is een zoekproces, waarbij aanvankelijk misschien twee (schijnbaar) tegengestelde verhalen tegen over elkaar staan, maar waarbij je op zoek gaat naar `common ground’. Waar kun je elkaar vinden? Hoe kunnen we samen het probleem begrijpen, welke betekenis geven we eraan en lukt het om samen een richting te vinden op weg naar een oplossing? Dit is wat ik als systeemtherapeut dagelijks doe, maar die principes zijn evengoed toepasbaar in allerlei alledaagse situaties.
Doe er je winst mee.

Therapie is jazz

Jazz is. Jazz leeft. Jazz is therapie.

In het vak van systeemtherapeut heb ik mijn professionele passie gevonden. Ik had al een andere passie en dat is muziek, en dan met name jazzmuziek. Dat is mooi, want de twee lijken op elkaar. Luisteren naar (jazz) muziek kan zeer therapeutisch zijn. Maar therapie is vaak ook als jazzmuziek.

jazz

De jazzmuzikant is vaak goed geschoold, beheerst zijn instrument en en alle techniek die erbij hoort. Maar daarmee krijg je nog geen jazz. Jazz is improvisatie, en daarvoor is durf nodig, vertrouwen in elkaar, vrijheid. Als therapeut werk ik vaak op dezelfde manier: ik heb een toolbox, kennis en ervaring ter beschikking, maar in de praktijk is het toch een kwestie van afstemmen op het gezin, improviseren, werken met wat zich aandient en daarop reageren. Het is ook zoeken naar een melodie, de een speelt een stukje, de ander herhaalt dit maar dan net anders, en zo blijf je op elkaar reageren en maak je samen een verhaal.

chemie

Wie wel eens een legendarisch concert heeft meegemaakt kent die mysterieuze chemie die de muzikanten tot grotere hoogten tilt en de muziek een magisch karakter geeft. In therapie is het niet anders: het draait om betekenis geven. En betekenis is er niet al van tevoren, het is ook niet iets wat de therapeut het gezin biedt, het is iets dat in het samen spreken en bezig zijn ontstaat. Soms gebeurd er niets of weinig, of duurt het een hele poos, maar er zijn ook momenten dat je het gevoel hebt dat je met zijn allen ineens vleugels krijgt. Je kunt dat niet plannen, en het is ook niet precies te zeggen waarom het soms wel en soms niet gebeurd. Ik denk wel dat er een aantal belangrijke factoren van invloed zijn: de kundigheid van de therapeut, de mate waarin deze in staat is om samen met het gezin een veilige basis te creëren (grondmelodie) waarop geïmproviseerd kan worden, de mate waarin het systeem zich open stelt (en dat weer in wisselwerking met de therapeut), komt er een goede samenwerking tot stand, zijn alle betrokken het eens over het doel van de therapie, voelt ieder zich gehoord, maakt de therapeut een verschil tov het verhaal van het gezin en is dat verschil precies groot genoeg (sluit het voldoende aan maar opent het tegelijk ook nieuwe perspectieven?), enzovoorts.

de therapeut als jazzmuzikant

En dan is er nog de vraag: wat voor muzikant ben ik, zou ik willen zijn, als therapeut? Ik hou enorm van het geluid van de tenorsaxofoon, maar iedere saxofonist speelt anders. Coleman Hawkins (the Hawk) was een toeteraar, met een aanwezig geluid, hard en robuust, een beetje als Charlie Parker. Lester Young (Prez) had een zachter en soepeler geluid, hij vertelde als het ware een verhaal met zijn spel. Ben Webster (the Brute and the Beautiful) kon allebei, hij kon fluisteren maar ook plots knorren en brullen. Spannend om naar te luisteren.

Als therapeut wordt ik echter het meest geïnspireerd door trompettist Miles Davis. Wie luistert naar zijn bekendste album Kind of Blue, hoort een verhaal dat zich heel voorzichtig en langzaam ontvouwt. Davis luistert ahw meer dan hij speelt, de melodie ontvouwt zich in samenspel, maar als die er dan is dan gaat hij hem steeds steviger aanzetten. Davis kan ook langere tijd stil zijn en het podium aan de andere muzikanten laten. Hij speelt dan niet, maar als hij terugkomt vermengt hij al het voorgaande en geeft er een nieuwe dimensie aan. Bescheidenheid en vakkundigheid gaan hier hand in hand. Dat inspireert mij.

Gezag is relatie & opvoeden doe je niet alleen

Ik ben de afgelopen jaren regelmatig ouders tegengekomen die met hun handen in het haar zaten. En dat was echt niet alleen omdat ze een kind hadden dat agressief was of op het criminele pad begon te raken (ook dat), maar vaak ging het over veel alledaagser dingen: altijd gedoe over huishoudelijke taken, voortdurend achter de computer willen of de hele dag op dat telefoontje, etc.

Nu ben ik toevallig zelf ook ouder, en herken ik dit gevoel. Mijn vrouw en ik hebben ook regelmatig van die momenten gehad dat we het even niet meer zagen zitten. En sommige van die momenten duurden best lang…

In de verhalen hoor ik vaak bepaalde thema’s terugkomen: opvoeden in deze tijd is moeilijk(er), kinderen zijn mondiger, gezag is niet meer vanzelfsprekend, er is veel meer afleiding, soms het gevoel hebben er alleen voor te staan of tegen de stroom in te moeten zwemmen. Vroeger was gezag misschien meer vanzelfsprekend: vaders woord was wet, de leraar had aanzien, en wie het toch waagde er tegenin te gaan die… Er is veel veranderd wat dat betreft, en we zouden ook niet meer terugwillen naar bv de jaren `50 van de vorige eeuw. Maar hoe doe je het dan wel vandaag de dag? Hoe geef je je gezag als ouders vorm zonder autoritair of conflict vermijdend te worden?

Toen wij daar thuis mee worstelden hebben we inspiratie gehaald bij Chaim Omer. Omer is bekend van met name twee boeken: Nieuwe Autoriteit en Geweldloos Verzet (in gezinnen). De term geweldloos verzet verwijst naar Gandhi, die door middel van verzet zonder geweld te gebruiken verandering bewerkte binnen de Indiase maatschappij. De term geweldloos verzet raakt inmiddels wat uit zwang, tegenwoordig wordt vaker het begrip Verbindend Gezag gebruikt. Dat begrip geeft mooi aan hoe gezag en verbinding (warmte) hand in hand kunnen gaan. Gezag is tegenwoordig niet meer persé `ik moet zorgen dat je naar mij luistert’, het is veel meer `ik maak me zorgen om je en ik ga iets doen om die zorgen te verminderen’, of `ik geef om je en daarom kan ik niet langer toestaan dat…’.

Verbindend gezag is aanwezig zijn. En naarmate je zorgen groter worden zal je aanwezigheid ook groter worden. Bijvoorbeeld: je zorgt dat je weet waar je kind is, en als je dat niet weet, vraag je hulp aan anderen om ook op te letten, en zo je aanwezigheid te vergroten. Cruciaal bij verbindend gezag is om het niet (langer) alleen te doen. Er is een uitdrukking `it takes a village to raise a child’, en dat is waar. Ouders hebben tegenwoordig vaak het gevoel het alleen te moeten doen, voelen schroom om anderen `tot last te zijn’, en andersom voelen we ook schroom om onze buren of familieleden aan te spreken: `he, het valt me op dat er vaak ruzie is bij jullie de laatste tijd’, `ka n ik iets voor jullie betekenen?’. Opvoeden wordt dan een eenzame bezigheid met voortdurend falen als gevolg. Verbindend gezag betekent ook verbreden van gezag. Vertel je kind dat je dingen niet langer geheim wilt houden en neem de stap om een aantal mensen uit je omgeving die je vertrouwd erbij te betrekken. Deel je verhaal, geef openheid, vraag hulp en steun. De meeste mensen waarderen het vaak alleen maar als je hen om advies of hulp vraagt, het komt bijna niet voor dat mensen helemaal niets kunnen/willen doen. Maak het concreet, bijvoorbeeld: `mag ik je de volgende keer als we weer eens ruzie hebben bellen, wil je dan komen en bemiddelen?’, of `onze zoon is vaak na 22u nog buiten terwijl dat niet mag, zou je hem eens willen aanspreken als je hem rond die tijd nog op straat ziet?’. Als ouders blijf je verantwoordelijk, maar je kunt wel steun organiseren voor je opvoeding. Je gezag als ouder wordt er alleen maar door versterkt.

Dit (vak)artikel van het Lorentzhuis gaat wat dieper in de op de materie en geeft wat richtingaanwijzers. Het belangrijkste is denk ik om gezag te gaan benaderen als iets relationeels. Gezag heeft weinig of niets te maken met controle uitoefenen, gehoorzaamheid afdwingen of willen winnen. Gezag heeft alles te maken met geraakt worden, grenzen bieden, samenwerken, herstellen en verbinding zoeken. En nogmaals: ouders, kom uit je schulp, doe het niet langer alleen. Zoek steun in je omgeving.
Opvoeden doe je niet alleen!

Wandelen in het park – hoe zorg je als hulpverlener voor jezelf?

Dit keer preek ik voor eigen parochie en schrijf ik een artikel voor onszelf als therapeuten/hulpverleners.

Veel hulpverleners hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Niet zo heel gek natuurlijk, we zijn niet voor niets de hulpverlening in gegaan. We houden van mensen, willen graag helpen en (heel menselijk) we willen graag een beetje belangrijk zijn. Het is opvallend hoe vaak we moeite hebben om echt goed voor onszelf te zorgen. Zorgen voor een ander kunnen we wel, maar hoe zit dat met onszelf? Hoe komt het dat zoveel hulpverleners overspannen raken, zich kapot lopen op deadlines en werkdruk? Gaat er niet iets heel erg mis en ligt dat dan aan ons of aan het `systeem’?

Het is makkelijk om het `systeem’ de schuld te geven, en voor een deel ook terecht. In de basis zit er iets goed verkeerd in de zorg. Ik hoor collega’s wel klagen over het feit dat op beleidsniveau alles in economische cijfertjes wordt uitgedrukt, en dat is waar. Hoewel ik begrijp dat ieder bedrijf, iedere instelling, financieel gezond moet zijn om te kunnen overleven, is dit ongelofelijk doorgeschoten, en iedereen weet dit wel maar er wordt niets aan gedaan. Je kunt werk met mensen niet vergelijken met een productielijn in een fabriek. De terminologie die gebruikt wordt (taal!) spreekt boekdelen: producten, DBC’s, kostprijs, productie, kostenefficiënt, evidence based, sturen op zelfredzaamheid, samenwerking in de keten, opschalen, etc. Laten we om te beginnen dit soort taalgebruik eens afschaffen en weer meer menselijkheid in ons spreken brengen. Ons spreken stuurt onze aandacht. Waarom spreken we in de zorg over `productie’? Zo’n term devalueert ons werk tot lopende band werk en onszelf tot `productiemedewerkers’. We zijn geen fabrieksmedewerkers, we zijn mensen en we werken met mensen. Zelf werk ik o.a. met personen (vaak kinderen en jongeren) die te maken hebben met ernstig trauma en persoonlijkheidsproblematiek. Dat heeft vaak een enorme impact op het leven van mijn cliënten en hun omgeving. Maar het heeft ook vaak een forse impact op mij als therapeut. Ik kan alleen iets betekenen voor mijn cliënten als ik dichtbij kom, en wat ze mij vertellen raakt mij (natuurlijk), ik ben geen robot! Maar in de `kostprijs’ zien we dit niet terug. Die `kostprijs’ bestaat uit salarissen, reiskosten, gebouwkosten, overhead, verzekeringen, registraties, etc. etc. maar nergens in dat plaatje staat `wandeling in het park’ of `herstelperiode voor de therapeut’.

Curieus eigenlijk, toch? Het gevolg: overspannen therapeuten die ternauwernood hun hoofd boven water kunnen houden, van bovenaf nog extra werkdruk, efficientieslagen en productienormen opgelegd krijgen (ik wordt geacht in mijn werk minimaal 89% clientregerelateerde tijd te hebben!). En een therapeut kan nog zo goed zijn, een overspannen therapeut is geen therapeut.

Het woord Therapie komt van Therapeia, een oud-Grieks woord. De betekenis hiervan luidt ongeveer: Het geven van zorg en aandacht aan een ander door te pogen naast of met die ander te staan als hij of zij in de wereld is en zijn leven leeft (Evans, 1981)

Daar is geen woord managamenttaal bij! Hoe kan ik een goede therapeut zijn als ik niet goed voor mezelf zorg, als ik niet de ruimte krijg om voor mezelf te zorgen? De zwaarte van de verhalen die mensen mij vertellen, het is niet niks. Natuurlijk heb ik geleerd daar professioneel mee om te gaan, maar dat wil niet zeggen dat het me niet raakt (als de verhalen me niet meer raken zou ik dit werk niet meer willen doen). En als ik 4 of 5 van dat soort verhalen op een dag heb gehoord (nog even los van de complexe dynamiek, de appeal op mij als therapeut, de noodzaak om continue bewust te zijn van wat er in de therapeutische relatie gebeurd) dan is dat gewoon veel!

Gelukkig ken ik mooie voorbeelden van collega’s die er echt werk van maken om goed voor zichzelf te zorgen. Ik heb daar veel van geleerd en tegenwoordig besteed ik daar ook veel aandacht aan. De een doet dit door tussendoor een wandelingetje te maken, of door ervoor te kiezen niet meer dan 4 gesprekken op een dag te doen. Veel collega’s houden in hun vrije tijd van de natuur ingaan, of sporten. Sommigen gebruiken muziek of creativiteit om zich te uiten. Anderen wonen bewust `buiten’ om na een lange werkdag tot rust te kunnen komen in een mooie prikkelarme omgeving.
Hoe je het ook doet, iedere therapeut zou als prioriteit goed voor zichzelf moeten zorgen. Hoe kun je naast iemand gaan staan en diegene je onverdeelde aandacht geven als je eigen hoofd en lijf vol spanning zit?

Is het dan inderdaad weer puur de eigen verantwoordelijkheid van de therapeut/hulpverlener? Nog meer druk op je schouders… Ik denk wel dat het daar begint, neem je verantwoordelijkheid en zorg goed voor jezelf. Denk niet dat je een goede hulpverlener bent als je nog meer hooi op je vork neemt of nog harder gaat werken omdat het nu eenmaal van je verwacht wordt. Dat is een illusie! Ik ben er van overtuigd dat wanneer je er echt op let dat je niet teveel cliënten tegelijk hebt en er voldoende ruimte voor jezelf is om weer op te laden, je uiteindelijk veel effectiever zult worden in je werk. Je kunt dan misschien minder werk tegelijk oppakken, maar je trajecten verlopen beter, waardoor je vaak eerder kunt afronden en weer ruimte krijgt voor een volgende cliënt.

Maar dat is niet het enige, ook het `systeem’ moet veranderen, en dat doen we met zijn allen. Laten we beginnen met ons taalgebruik: stop met het overnemen van verhullende en vertekenende managementtaal, spreek over je vak zoals je wilt dat er over wordt gesproken en dat recht doet aan de waarden waar we voor staan. Daarnaast: voedt je managers op! Als zij denken dat wachtlijsten weggewerkt kunnen worden door efficientieslagen, opschroeven van productienormen en caseloads, help ze uit de droom. Accepteer het niet, en sta voor de manier waarop jij denkt dat je je werk goed kunt doen. Durf ook eigen regie te nemen, registreer gewoon dat kwartiertje `wandeling in het park’ als extra tijd bij een afspraak, waarom niet? En als we dat allemaal doen, wie gaat ons dan vertellen dat het niet mag? En laat je niet intimideren, of angst aanpraten. Als we met elkaar staan voor ons vak, dan groeien we, inhoudelijk en in effectiviteit, daar ben ik van overtuigd. We blijven zelf gezond, en onze organisaties ook. Organisaties die zich laten verleiden tot werkstress, productiedrang en overcontrole verliezen aan kracht, raken in een negatieve spiraal: medewerkers raken overspannen, verloop neemt toe, werkplezier neemt af, efficiëntie sijpelt weg, cliënten voelen deze spanning en raken toenemend ontevreden, etc. etc. Met andere woorden: als wij goed voor onszelf zorgen, zorgen we ook goed voor onze organisatie. En andersom: als de organisatie goed voor ons zorgt, zullen wij ook beter voor onszelf gaan zorgen. En vraag je eens af wat dat zal betekenen voor onze cliënten…

Wat voor ADHD heb jij dan? – over dialogisch diagnosticeren

Stel, je brengt je auto naar de garage, omdat er iets mis mee is. Hij maakt een raar geluid en je weet niet precies waar het vandaan komt. De monteur zegt `oh, ik weet het al hoor’, het is vast de uitlaat. Hij gaat onder de auto liggen en sleutelt wat aan de uitlaat. `Hm, nee, dat is het toch niet, het geluid zit er nog steeds, weet je wat, ik denk dat het bij de aandrijfassen zit’ , en hup, hij duikt er weer onder. Weer iets later (natuurlijk is dat het ook niet) opent hij de motorkap en begint rucksichtlos aan draadjes te trekken, schroefjes los te maken, net zolang tot je hele motor uit elkaar ligt en de monteur steeds gefrustreerder wordt. Scheldend geeft hij het uiteindelijk op, `die valt niet te repareren!’, en laat je vertwijfeld achter met een half gedemonteerde auto.

Bovenstaande, lichtelijk bizarre, verhaaltje illustreert het belang van een grondige diagnose. Een goede monteur gaat methodisch te werk, hij rommelt niet maar wat aan, maar weet waar hij mee bezig is en door bepaalde mogelijkheden uit te sluiten komt hij steeds dichter bij de mogelijke oorzaak van het probleem. Dit heet een diagnose stellen. Dat doen we in de hulpverlening ook.

Een goede diagnose stellen is enorm belangrijk. We willen niet dat hulpverleners als bovenstaande monteur tewerk gaan en cliënten van de regen in de druk raken door ongestructureerde en ondoordachte interventies. Een diagnose stellen is ook enorm invloedrijk. Het is nogal niet wat om te horen dat je autistisch bent, of borderline hebt, of een depressie. Diagnoses kunnen opluchting geven (nu weet ik eindelijk wat ik heb, nu snap ik waarom mijn kind zo doet), ze kunnen weerstand oproepen (maar zo ben ik helemaal niet!), maar ze kunnen ook de plank gigantisch misslaan, bijvoorbeeld wanneer bij een kind ADHD of trauma wordt gediagnosticeerd terwijl volledig voorbij is gegaan aan de enorme spanningen waar het kind al een paar jaar aan blootgesteld wordt door gescheiden ouders die maar blijven vechten.

In mijn ogen wordt diagnostiek nog te vaak gezien als eenrichtingsverkeer, als een onomstotelijk vaststaand wetenschappelijk gegeven, als dit er uitkomt dan is het zo. Gelukkig al lang niet meer zozeer door onderzoekers, therapeuten, psychologen en psychiaters, al kom je zo nu en dan nog wel eens een diagnostiek-dinosaurus tegen. Het zijn vaak ook de verwachtingen bij cliënten die zo hoog gespannen zijn. Maar diagnostiek is geen exacte wetenschap, het is een manier om te classificeren, om bepaalde symptomen en klachten te groeperen en vervolgens te kunnen zeggen: dit noemen we …. en dat kun je zus en zo behandelen. Diagnostiek is een hulpmiddel, een belangrijk hulpmiddel, maar geen doel op zich. Uiteindelijk gaat het er om hoe we de auto weer aan de praat krijgen, toch?

Het is belangrijk om de functie van diagnostiek binnen een behandeling goed te begrijpen. Is wat ik denk gevonden te hebben helpend voor deze cliënt, is het acceptabel voor hem/haar en gaat het deze cliënt/dit gezin verder helpen? Als iemand moeite heeft om de diagnose autisme aan te nemen, moet dat dan persé `door iemands strot geduwd worden’ omdat het nu eenmaal wetenschappelijk is vastgesteld? Of kun je ook op zoek gaan naar een formulering en duiding waar de cliënt wel iets mee kan? Waar heeft hij/zij last van, waar loopt diegene tegenaan, en wat gaat diegene helpen om er op een andere manier mee om te gaan zodat het minder een (sociaal) probleem hoeft te zijn? Uiteindelijk gaat het daar toch om? Of wanneer een kind wordt aangemeld voor onderzoek en de ouders aangeven dat ze echt een duidelijke diagnose willen en dat ze denken dat het kind ADHD heeft, maar jij (ook) ziet hoeveel spanning er in het systeem is vanwege de slepende vechtscheiding. Is het dan wel verstandig en wenselijk om een `excuusdiagnose’ te stellen waarmee het kind gelabeld wordt? Veel onderzoekers stellen in zo’n geval een onderzoek uit en nemen het kind niet individueel in behandeling voor er meer rust in het systeem is gekomen. Ik vind dat heel verstandig.

Diagnose stellen zou naar mijn idee geen strikt onderzoek moeten zijn met als uitkomst een rapport dat los van de cliënt geschreven is en als vaststaand gegeven gepresenteerd wordt. Diagnostiek zou in dialoog moeten plaatsvinden, waarbij onderzoeker en onderzochte samen naar een passend beeld zoeken dat acceptabel en helpend is voor de cliënt en niet contraproductief werkt. Naar mijn idee is alleen dan diagnostiek echt zorgvuldig en respectvol.

Wat ik zo leuk vind aan Michael White (een van de grondleggers van de narratieve therapie) is dat hij, toen hij een jongetje met ADHD en zijn ouders in de kamer kreeg, meteen begon de diagnose te bevragen: `oh, dus jij hebt ADHD. Wat voor soort ADHD heb je dan?’. Het jongetje en de ouders begrepen de vraag niet meteen, maar White ging erop door: `hoe ziet jouw ADHD er uit, wat voor kleur heeft hij, wat wil hij eigenlijk en wat vind jij daar zelf eigenlijk van?’. Mensen kunnen zo gemakkelijk hun diagnose worden (ik HEB ADHD, ik BEN borderliner). White externaliseert meteen de diagnose, hij haalt het uit het kind, en hierdoor kan er op een andere manier over gesproken worden en wordt het ineens iets dat niet persé IN het kind zit, maar waar het hele gezin zich toe moet gaan VERHOUDEN.

Dialogische gezinstherapie

“Alle gedrag is communicatie” ~ Paul Watzlawick

Mensen communiceren op vele manieren, met woorden, gebaren, gedrag en zelfs met stilte. Communicatie wordt vaak omschreven als het overbrengen van informatie van een zender naar een ontvanger. De boodschap die gezonden wordt kan goed of verkeerd begrepen worden, en als de boodschap zonder al te veel vervorming aankomt bij de ontvanger spreken we van goede communicatie. Over het algemeen gebeurd dat ook en begrijpen we elkaar meestal redelijk goed.

Hoewel communicatie in deze zin een tijdlang veel aandacht had van de sociale en psychologische wetenschappen is het eigenlijk een beetje een versimpeling van de werkelijkheid. Wanneer mensen met elkaar communiceren is er namelijk niet slechts sprake van het uitwisselen van informatie, het gaat ook om betekenisgeving en afstemming. Dit noemen we een dialoog. Wanneer mensen met elkaar in dialoog zijn is er sprake van allerlei (onuitgesproken) verwachtingen, en wanneer die verwachtingen niet helder zijn of niet met elkaar matchen ga je erover in onderhandeling. Vaak gaat dit impliciet.

Dit gebeurd binnen de relaties die mensen met elkaar hebben, zoals binnen een liefdesrelatie of binnen een gezin. Maar het gebeurd ook binnen de therapeutische relatie. Ik besef me altijd goed dat dit aan de hand is.

Een gezin komt meestal bij mij met bepaalde verwachtingen. Verwachtingen ten aanzien van de therapie, verwachtingen ten aanzien van de therapeut, en ten aanzien van de samenwerking. Aan het begin van een therapie probeer ik altijd om een aantal van die verwachtingen expliciet te krijgen, en erover in gesprek te gaan. In dialoog geven we zo samen betekenis aan wat therapie kan zijn en stemmen we onze verwachtingen over en weer af. Dit samen betekenis geven blijft vervolgens tijdens de hele therapie belangrijk. Kenneth Gergen zei hierover: `ik heb de ander nodig om iets te betekenen’, wat aansluit bij de filosoof Emmanuel Levinas (`de ander is een spiegel van mijzelf’).
Betekenis is dus niet iets dat vooraf bestaat en wat `ontdekt’ moet worden, betekenis is iets dat er vooraf niet is, maar dat we samen in dialoog creëren. Er is verschil tussen jou en mij, we kijken anders naar dezelfde situatie, doen pogingen dit onder woorden te brengen, reageren daarbij op elkaar (nou, ik zie dat toch net anders; misschien is dit een beter woord; kan het ook zijn dat…), net zolang tot we iets gevonden hebben waarvan we samen kunnen zeggen: ja, zo kunnen we het begrijpen, zo krijgt het een betekenis die helpend is, waardoor we elkaar vinden en verder komen.

Een voorbeeld uit mijn praktijk: een moeder en dochter komen bij me om te vertellen over waar ze last van hebben. In hun verhalen komt steeds naar voren dat vader zijn dochter niet begrijpt en voortdurend fel op haar reageert, hij wil bijvoorbeeld dat ze een taak doet en als ze dan zegt `ik ben nog even bezig, ik doe het zo’, wil vader dat ze het meteen gaat doen en wordt daar boos over. In de dialoog ga ik met moeder en dochter op zoek naar een ander perspectief, ik geef aan dat het me opvalt dat er veel gesproken wordt over dat vader het niet goed doet, en dat ik me afvraag wat de reden kan zijn dat vader zo reageert. Heeft hij misschien de ervaring dat dochter blijft uitstellen, en heeft hij er daarom geen vertrouwen in dat ze het echt gaat doen, of kan hij er niet goed tegen als het niet netjes is in huis? We krijgen hierdoor een ander gesprek, en gaandeweg zoeken we naar een manier om het meer circulair te begrijpen: wanneer dochter zus doet, en vader zo reageert, waarop dochter geïrriteerd raakt, waardoor vader mogelijk geraakt wordt, enzovoorts, ontstaat een escalatie die beiden niet hebben gewild. Al sprekende stemmen we af en check ik bij moeder en dochter of ze dit andere perspectief kunnen toelaten. Dochter geeft op een gegeven moment aan dat ze inderdaad ziet dat het ook een cyclisch proces is, maar ze zegt ook dat ze nog steeds boos is op haar vader. Het is dus belangrijk dat dit boze gevoel er ook mag zijn en door dit nieuwe perspectief niet weggepoetst wordt. Beide perspectieven mogen dus naast elkaar bestaan. We hebben zo samen een basis gecreëerd waarbij dochter zich serieus genomen kan voelen en er tevens ruimte ontstaat om met vader op een constructieve manier in gesprek te gaan.

Dit is iets fundamenteel anders dan wanneer we proberen te achterhalen wat de oorzaak is, wanneer we proberen een eenduidig antwoord op een probleem te vinden. In plaats van als een specialist-buitenstaander te proberen verklaren wat er aan de hand is, wil ik als therapeut op een respectvolle manier in dialoog gaan met mijn cliënten, om ze vanuit die betrokkenheid te prikkelen om gezamenlijk betekenis te geven aan wat er gebeurd, en zoeken we samen naar manieren waarop ze daarna weer, zonder mij, waardig verder kunnen leven.

(voor het schrijven van dit artikel heb ik me o.a. gebaseerd op het boek `Samen in Therapie’, van Peter Rober)

Therapeutische brieven

Ik maak in mijn therapieën meestal gebruik van therapeutische brieven. Ik vind het een krachtig middel dat helpt om de narratieve wegen die we tijdens sessies inslaan te documenteren, en tevens de samenwerking en interactie met de cliënten bevorderd. Bovendien, wanneer ontvangen mensen tegenwoordig nog een brief? Het schrijven van brieven aan mijn cliënten wordt door hen ervaren als heel persoonlijk en het bevorderd de therapeutische band.

In de brieven leg ik vast wat ik in de sessie heb gehoord, en ik zoek naar een formulering die aansluit bij mijn cliënten, maar toch genoeg verschil maakt. Het heeft weinig zin om in een brief nog eens alles te herhalen wat letterlijk is gezegd in de sessie. Cliënten beginnen vaak met veel concrete informatie te vertellen, over wat er precies gebeurd is, uitleggen waarom ze zus of zo gereageerd hebben; veelal vertellen ze mij dingen die voor hen niet persé nieuw zijn, al kunnen ze wel van mening verschillen, dit weten ze eigenlijk wel van elkaar. Het wordt spannender als ik die ` probleem’ verhalen ga uitdagen, als ik op zoek ga naar de verschillen en de mogelijke andere perspectieven die er kunnen zijn op het probleem. De narratieve werkwijze betekent dat we samen proberen het perspectief te verbreden, dat verhalen meer gelaagd worden, en soms probeer ik uitspraken te `reframen’, te zoeken naar een net andere betekenis. Bijvoorbeeld:` wanneer je vader zo boos op je is omdat je weer niet naar school bent gegaan, wat zou dat zeggen over zijn wensen voor jou?’. We ontwikkelen zo samen een nieuwe manier van spreken, als het ware een nieuwe Taal. Deze nieuwe Taal is anders dan de Taal die ze tot nu toe spraken, maar hij moet toch dicht genoeg bij hen liggen dat ze er mee uit de voeten kunnen. Dit is een proces van continu afstemmen: `is het ok als ik het zo zeg?’, `wat voor beeld zou hierbij kunnen passen?’…

Omdat het een nieuwe Taal is, is het nog lastig om dit vast te houden, en ik wil als therapeut natuurlijk graag dat er niet alleen in de sessies een nieuwe werkelijkheid ontstaat, maar dat de gezinnen het ook `mee naar huis nemen’. Daarbij kan het schrijven van therapeutische brieven (en andere vormen van documentatie, zoals bijvoorbeeld samen een foto ergens van maken of iets in een tekening tot uitdrukking brengen) enorm helpend zijn.

Ik geef mijn cliënten altijd de gelegenheid om te reageren op wat ik hen in de brief heb geschreven. We staan er dan samen even bij stil, soms komt er ook iets per mail terug, wat we dan in de volgende sessie weer kunnen bespreken. Als we verder zijn in de therapie vraag ik cliënten ook wel eens om zelf bepaalde dingen te beschrijven, en dan ontstaat soms een briefwisseling waarin we samen zoeken naar een manier om betekenis te geven aan wat er speelt. De brieven hebben een reflectief karakter, ik probeer niet mijn cliënten een zekere `waarheid’ op te spelden, ik reflecteer verder op wat reeds besproken is en probeer het aantal mogelijke perspectieven te verbreden; als het ware zet ik steeds meer raampjes open. De cliënten bepalen zelf welk uitzicht heb bevalt, waar ze wat mee kunnen, en welke raampjes eventueel weer gesloten worden. Zo schrijven en schaven we samen aan een helpend gezinsverhaal.

Houd me vast – verhaal maken in relatietherapie

Ik schreef al eens eerder over Sue Johnson, de grondlegger van EFT (Emotionally Focussed Therapy). Als het gaat om relaties en relatietherapie heeft zij veel zinnige dingen onderzocht en ontwikkeld. Lees bijvoorbeeld eens haar boek Houd Me Vast, leerzaam voor ieder stel waar wel eens wat `schuurt’.

Een van de rode draden in haar methode is het gegeven dat hechting in relaties een grote rol speelt. Vandaar ook de titel: Houd Me Vast . Wat mensen in een liefdesrelatie zoeken, wat ze ervan verwachten, kan verschillend zijn, maar de belangrijkste behoefte is toch wel dat men door de ander gezien wordt, geaccepteerd zoals je bent, vastgehouden wordt. Waar als kind het vooral je ouders zijn die deze holding moeten bieden, wordt het binnen je relatie je partner die hierin moet voldoen. Daarom is het belangrijk dat koppels in therapie weer uiting leren geven aan dit diepgevoelde verlangen. Onder invloed van problemen en destructieve patronen stoppen we met het uiten van deze door en door kwetsbare behoefte en vervallen we in duivelse dialogen. De eerste taak van de relatietherapeut is om weer voldoende veiligheid te scheppen in de sessies, waardoor het mogelijk wordt om te reflecteren op wat er gebeurd, duivelse dialogen te `ontmaskeren’, en weer ruimte te creëren om kwetsbaar te durven zijn, zonder meteen bang te moeten zijn om `afgemaakt’ te worden.

Het samen verhaal maken kan hierbij enorm helpend zijn voor stellen. We gaan terug naar hoe het ooit was, wat was het dat je zo in elkaar aantrok, wat was bijzonder aan jullie relatie, welke waarden zijn belangrijk, wat voor stel willen jullie zijn? Waar zit jullie veerkracht, hoe hebben jullie tot nu toe tegenslagen overwonnen, en stel dat het nu ook lukt om de tegenslagen te overwinnen, hoe ziet jullie toekomstige relatie er dan uit?

Door het versterken van het identiteitsverhaal over de relatie wordt veerkracht aangeboord, krachten geactiveerd en worden moeilijkheden in perspectief geplaatst. Dit werkt verbindend en activerend. We bewegen zo van een `probleemverzadigd’ verhaal, een smal verhaal dat vooral draait om alles wat er mis gaat, naar een breed en perspectief biedend verhaal, een verhaal van hoop en kracht, waarbinnen de pijn van wat niet goed ging ook een plaats kan krijgen, maar wel een verhaal waarmee je verder kunt.