Zelfonthulling

Onlangs had ik met een collega een gezinsgesprek, waarbij het jongste kind een persoonlijke vraag stelde aan de therapeuten. Hij wilde graag iets weten over ons persoonlijk leven en overtuigingen. Mijn collega, degelijk geschoold in Rogers, leek hier weinig moeite mee te hebben en begon spontaan antwoord te geven. Ikzelf, dacht toch van mezelf dat ik de overtuiging had dat openheid binnen de therapeutische relatie goed is, had er toch even wat moeite mee. Ik merkte bij mezelf dat er meteen wat radertjes gingen draaien: waarom vraagt hij dit, wat wil ik eigenlijk hierover zeggen, is dat wel in het belang van het therapeutische proces? Kortom: mijn innerlijke dialoog kwam op gang.

Vooral de vraag `waarom vraagt hij dit?’ bracht me op een goed spoor. Ik bedacht me dat het eigenlijk een heel logische vraag is voor een kind. Waarom zou hij eigenlijk niet iets persoonlijks willen weten over die twee vreemde mensen tegenover hem? Een kind, en zeker dit kind, kan dan soms zo’n vraag ook spontaan stellen, maar waarschijnlijk is dat bij de meeste cliënten deze behoefte wel leeft. De tijd waarin een therapeut vooral afstandelijk, expert-achtig, neutraal moest zijn en weinig tot niets aan zelfonthulling deed is volgens mij wel voorbij. Dat neemt niet weg dat het wel een spannend proces is, en daarbij is het ook goed om je af te vragen in hoeverre die zelfonthulling helpend is voor de cliënt. Belangrijk lijkt me dat het in lijn is met het spoor waar de cliënt zich bevind, maar als dat zo is kan zelfonthulling een mooie en helpende bijdrage zijn voor het therapeutisch proces.

De therapeutische relatie is het belangrijkste instrument dat verandering kan brengen in een therapeutisch proces. Ik ga een relatie aan met mijn cliënten, en vice versa, en de mate waarin dit lukt bepaald voor een groot deel de uitkomst van het proces. Natuurlijk is het een bijzondere, zelfs enigszins vreemde, relatie; er is een groot verschil in positie, het is een asymmetrische relatie waarbij het zwaartepunt ligt bij de cliënt en diens ervaren problemen, en er zijn nog een aantal andere aspecten die de therapeutische relatie bijzonder en afwijkend maken. Doordat het zo’n bijzondere relatie is kan hij juist ook heel krachtig zijn. Binnen deze relatie kunnen dingen besproken worden die normaliter niet gezegd worden of zelfs nog niet eerder woorden hebben gekregen. Binnen deze relatie kun je oefenen, mag je fouten maken, kunnen zelfs breuken ontstaan, maar het zal nooit leiden (althans niet van de kant van de therapeut) tot een veroordeling, een afwijzing, een definitieve breuk. Deze relatie is primair gericht op groei. En die groei werkt beide kanten op. De mate waarin de therapeut in staat is zich open te stellen en zichzelf en de therapeutische relatie actief te onderzoeken, bepaald voor een groot deel de mate van groei, zowel bij de cliënt als bij de therapeut zelf. Het maakt daarbij niet uit of het een individuele therapie, een relatietherapie of gezinstherapie betreft.

Als we zo kijken naar de therapeutische relatie dan kan het niet anders dan dat de therapeut zich van tijd tot tijd persoonlijk en kwetsbaar laat zien. Ik heb meermaals gemerkt dat een goed getimede en op de cliënt afgestemde zelfonthulling enorm bijdraagt aan de groei van de therapeutische relatie. Enige tijd geleden heb ik bijvoorbeeld een 16-jarige cliënt mij laten interviewen over hoe ik me voel in groepen en hoe ik hiermee omga, een thema waar zij op dat moment erg mee worstelde. Dit gaf haar een gevoel van erkenning en leverde haar tevens nieuwe perspectieven op, plus een leuk project, waarbij ze nog meer andere mensen wil gaan interviewen over dit thema.

Volgens mij zijn er drie manieren van zelfonthulling die in een therapie kunnen plaatsvinden:
• Zelfonthulling van de therapeut over zijn/haar eigen innerlijke leven, gedachten en gevoelens ten aanzien van thema’s binnen de therapie. Waar dit passend en helpend is voor de cliënt probeer ik dit zoveel mogelijk (gedoseerd) te doen
• Zelfonthulling en reflectie ten aanzien van de therapeutische relatie. Binnen de therapeutische relatie gebeurt van alles en dit doet ook iets met de therapeut. Wanneer ik dit merk dan probeer ik hierover te reflecteren (mijn innerlijke dialoog) en maak ik dit (direct of in tweede instantie) bespreekbaar met de cliënt (mentaliseren). Het is in mijn ogen onmogelijk om effectief therapie te bieden zonder dit te doen.
• Concrete zelfonthulling van de therapeut, bijvoorbeeld over waar je woont, je geschiedenis, waar of hoe je bent opgeleid. Hier ben ik altijd wat voorzichtiger, maar ik vind niet dat het per definitie verkeerd is om te doen. Ik geef cliënten bijvoorbeeld niet mijn adres of privé-nummer, maar vertel wel dat ik uit Rotterdam kom en hoeveel kinderen ik heb. Enige concrete informatie weten over de therapeut kan voor de cliënt zeker bijdragen aan het vertrouwen.

Advertenties

De burn-out samenleving

De burn-out is een van de sterkst groeiende klachten van onze moderne tijd. Een op de zeven werknemers lijdt eronder en een kwart van de ziekmeldingen heeft met burn-out te maken. De burn-out krijgt meer aandacht, maar behoort nog steeds bij de aandoeningen die als een beetje vaag worden gezien; het is niet een echte depressie, het heeft te maken met uitputting, misschien heb je het dan ook wel een beetje aan jezelf te danken denken we dan al snel. Had je misschien beter voor jezelf moeten zorgen, je grenzen eerder moeten aangeven? Het effect van een burn-out is dan ook vaak dat degene die ermee kampt ook nog eens sterke negatieve gevoelens over zichzelf kan krijgen. Prestatie, succes en competitie zijn belangrijk in onze maatschappij, en om je heen lijkt het toch alsof iedereen het goed voor elkaar heeft, op sociale media zie je alleen maar successtory’s voorbij komen. En nu lukt het jou blijkbaar niet om bij te blijven in die ratrace, misschien ben je toch niet goed genoeg?…

Survival of the fittest. Ja, ja, maar wie zijn dan de fittest? In een samenleving waarin het belangrijk is om een gevoelloze werkslaaf te zijn, een productiemachine die altijd nog een tandje hoger kan en altijd succes heeft, is het een mooi selectiecriterium; de zwaksten vallen vanzelf af. In Japan hebben ze er zelfs een woord voor: Karoshi (dood door overwerk). Eigen schuld, dikke bult. Maar wacht, is dat dan de samenleving die we willen? Zouden we met zijn alleen willen evolueren naar zo’n extreme maatschappij waarbij Karoshi of Burn-out normaal gevonden worden, een onderdeel van het natuurlijk selectieproces? Ik niet, in ieder geval.

Zelf heb ik ooit ook een burn-out gehad, en ik ben er gelukkig sterker uitgekomen, al heeft dat wel een tijdje geduurd. Het heeft geholpen om me meer bewust te zijn van mijn eigen keuzes, beter te leren luisteren naar mijn eigen lichaam, grenzen in acht te nemen, meer mindful zijn. Uiteindelijk was dat echter niet het belangrijkste. Je kunt heel goed al die dingen doen en toch weer op weg zijn naar de volgende burn-out. Joga, assertiviteit, plannen, zelfzorg, allemaal in dienst van een hogere effectiviteit, een betere productie. Bij mij moest iets fundamenteels veranderen, en dat was mijn kijk op de samenleving en hoe ik me daartoe wil verhouden.

We leven in een maatschappij die burn-out veroorzaakt. Het doorgeslagen individualisme, productiedrang, geïnstitutionaliseerd wantrouwen, consumentisme, de sociale media met hun like-en-deel-zucht, economische onzekerheid, enz. Het draagt er allemaal aan bij. Het zijn niet de mensen die een burn-out krijgen waar iets mis mee is, het is de maatschappij die in een aantal opzichten ziekmakend is. De vraag is: wat voor samenleving willen we? Welke ziekmakende mechanismes zijn er in onze samenleving en waar we niet meer aan willen bijdragen? Welke waarden zijn belangrijk, waar willen we in investeren? Hoe willen we ons verhouden ten opzichte van die maatschappij?

Natuurlijk moeten we het eigen aandeel niet vergeten, moeten we ook beter voor onszelf leren zorgen. Daarnaast is het echter ook belangrijk te erkennen dat het niet persé aan jou ligt. Er zijn een aantal mechanismen in onze samenleving die oneerlijk en onmenselijk zijn, en het is goed dat te erkennen. En misschien kunnen we er zelfs een steentje aan bijdragen om die dingen bespreekbaar te maken, samenwerking te zoeken met anderen, om samen in je eigen werkomgeving iets te veranderen, waar mogelijk. Ik zie het als mijn taak als therapeut om hier de vinger op te leggen. Anders ben ook ik alleen maar een verlengstuk van een door productie geobsedeerde samenleving en help ik cliënten van de regen in de drup. Ik wil mijn cliënten empoweren en hen helpen weer hun eigenwaarde terug te vinden en opnieuw betekenis te geven aan hun leven, ook na een burn-out.

Mens, durf te leven…

In verband met de holocaust heb ik eens iemand horen zeggen dat er twee soorten overlevenden zijn: zij die niet zijn gestorven en zij die opnieuw zijn gaan leven. Traumatische gebeurtenissen hebben grote impact op mensenlevens. Trauma brengt veel schade toe, maar het ergste is misschien nog wel dat het je de lust tot leven ontneemt. Niet voor niets hebben mensen die een trauma hebben meegemaakt vaak last van somberheid, depressie, lusteloosheid, hopeloosheid en worstelen zij niet zelden met zelfbeschadiging en/of suïcidaliteit. Trauma is een donkere en eenzame plek.

Bij de instelling waar ik werk behandelen we trauma bij kinderen en jongeren. Vaak wordt daar een individuele psychotherapie op ingezet, ondersteund met EMDR (een methodiek die helpt om traumatische gebeurtenissen een plek te geven en te `ontkoppelen’ van het heden) en systeemtherapie. Als systeemtherapeut focus ik me dan graag op het versterken van de vernieuwde identiteit en dit te verankeren in het netwerk (de belangrijkste mensen) om de cliënt heen. Ik merk hoe belangrijk dit is. Een traumabehandeling is niet klaar wanneer het trauma een plek heeft gekregen en de nare gebeurtenissen niet meer zo’n verlammende invloed op iemand hebben. Daarna begint het nieuwe leven. Niet meer als slachtoffer maar als overlevende van trauma. Dan is het belangrijk om je levensverhaal (wie ben ik, waar kom ik vandaan, waar wil ik heen) opnieuw te gaan vormgeven, het is dan niet meer alleen een verhaal van trauma, het wordt een verhaal van leven na trauma. Dat opnieuw leren leven is van levensbelang. En daar is lef voor nodig.

Het opnieuw in contact komen met je bronnen, het opnieuw verbinding maken in je belangrijkste relaties, het opnieuw geven van betekenis aan hoe je leven is gelopen en hoe het verder kan gaan, daar gaat het dan om. Samen hieraan werken, en daar ondersteuning en waardering bij krijgen van je netwerk, is dan enorm helpend. Je hebt iets heel ergs overleefd. Maar overleven is niet vol leven. Het is op zijn best half leven, maar eigenlijk is het geen leven. Nu moet je weer leren midden in het leven te staan.
Durf opnieuw te leven!

In de stoel bij de kapper

Afgelopen zaterdag zat ik weer eens bij mijn vertrouwde kapper. Zo’n echte Rotterdamse herenkapper. Uitstervend ras. Witte stofjas. Klassieke scharen- en kammenset. No nonse knippen, niks hips, gewoon goed en rechttoe-rechtaan. Hondje in mand onder bank, koffie, krantje. Vrouwen komen hier alleen om hun man af te leveren (of voor de gezelligheid). Gespreksonderwerpen: het weer, Feyenoord (soms), Sparta (meer dan Feyenoord), en wat al niet meer aan alledaagse onderwerpen die een gezonde Rotterdamse man bezighouden. En Aad, die praat gewoon wat met je mee, altijd begripvol en lustig knippend met zijn scharen, soms ook gewoon in de lucht terwijl hij even staat na te denken.

Maar zaterdag geen Sparta of het weer. In de stoel zit een jongeman van eind 40 te vertellen over zijn moeder die een paar maanden geleden is overleden. Hij is al weer een tijdje niet naar de kapper geweest, vertelt hij, want zijn moeder stuurde hem altijd, en nu moet hij zelf gaan, en daar heeft hij meestal geen zin in. Terwijl Aad zijn woeste haarbos aan het uitdunnen is vertelt hij tot in detail hoe hij haar gevonden heeft, en hoe erg hij zijn moeder mist, en hoe eenzaam hij zich soms voelt. De kapper zwijgt, knipt hier en daar een haartje weg, en maakt na enige tijd een kleine opmerking: dat gaat je niet in de kouwe kleren zitten; of: je kunt het ook niet allemaal zo aan zien komen. Hij luistert vooral, en dat voel je. Het gesprek heeft ritme: een woordenstroom, dan weer een tijdje niets, het knippen van de schaar, een begripvolle opmerking van Aad, weer een stilte, en dan gaat het weer stromen, het verhaal krijgt steeds meer kleur en betekenis. Het gaat over moeite hebben met aanpassen, over diep gevoeld gemis, eenzaamheid, maar ook over verdergaan, leven met pijn, en kleine momenten van geluk, ondanks alles.

Ik ben geraakt, het is een mooi gesprek. En ik denk: wat jammer eigenlijk dat dit soort beroepsbeoefenaren een uitstervend ras zijn. Er verdwijnt daarmee veel meer dan alleen het ambacht. Geen wonder dat we tegenwoordig zoveel therapeuten nodig hebben…

Twijfel als leidraad voor therapie

`Zekerheid is de vijand van verandering’ – Minuchin

Ik wil het eens hebben over twijfel en onzekerheid. We leven in een tijd waarin zekerheid, meetbaarheid, bewijslast, empirische onderzoeksgegevens en harde feiten hoog gewaardeerd worden. Wil je mij ergens van overtuigen (of van afbrengen), dan moet je met goede steekhoudende argumenten komen. Tegelijkertijd weten we dat de drijfveren waarop mensen keuzes maken meestal juist helemaal niet rationeel zijn; we handelen impulsief, vanuit gevoel. Ook het aangaan of beëindigen van een relatie doen we vaak op gevoel. En de zogenaamde feiten zijn vaak helemaal niet zo objectief als ze lijken. Kijk bijvoorbeeld naar hoe de media werken: items worden als feitelijk gebracht, maar we weten allemaal dat het een vertekening is van de werkelijkheid, en het voedt onze sentimenten. Over sociale media zal ik het maar helemaal niet hebben en wat het met je werkelijkheidsbeleving doet wanneer je constant in een `bubble’ van gelijkdenkenden zit. Kortom: wat we zeker denken te weten, zou dat in werkelijkheid soms iets genuanceerder kunnen zijn?

De twijfel van de cliënt

Veel cliënten komen binnen met een behoorlijke portie zekerheid. Ouders vertellen bijvoorbeeld wat zij denken dat er mis is met hun kind. Een puber kan mij haarfijn uitleggen wat haar ouders allemaal fout doen. Beide partners in een relatie hebben een volstrekt verschillend verhaal over wat er aan de hand is, maar zijn beiden ook heel zeker van hun zaak. Een gescheiden man of vrouw vertelt een verhaal over de ex-partner, waardoor ik een heel zwart beeld krijg, en als ik die partner later spreek kan ik bijna niet geloven dat dit dezelfde persoon is als waar de ander het over had.

Minuchin (een van de grondleggers van de systeemtherapie) zei al dat zekerheid de grootste vijand is van verandering. En hij had gelijk. Een van de belangrijkste taken voor mij als therapeut in de eerste sessies is om dit verhaal van zekerheid wat aan het wankelen te brengen. Niet ontkennen of afdoen als niet relevant, wel proberen meerdere perspectieven te krijgen. Ik noem een voorbeeld: wanneer een vrouw vertelt dat ze het zo moeilijk vind dat haar man weinig verantwoordelijkheid neemt in de opvoeding van de kinderen en dat ze zich alleen voelt staan hierin, dan is dat waar. Dit is haar beleving van wat er gebeurd en het is een heel lastig gevoel. In diezelfde relatie kan het zijn dat de man klaagt dat hij nooit iets goed doet, dat zijn bijdrage niet gewaardeerd wordt, en dat hij het daarom maar opgeeft. Ook waar. Hoe meer deze partners zich hebben ingegraven in hun eigen loopgraaf van zekerheid, hoe lastiger het is om echt in gesprek te komen met elkaar. In dit geval kan het heel goed zijn dat het een wisselwerking is, dat het terugtrekken van de man een reactie is op de kritiek van zijn vrouw, en naarmate hij dit meer doet voelt zij zich eenzamer, en neemt haar kritiek toe, enzovoorts. Zekerheid maakt dat we ons opsluiten in ons eigen perspectief en ons niet meer verplaatsen in de ander. Verandering begint bij jezelf, en misschien begint het wel bij het twijfelen aan je eigen zekerheden.

De twijfel van de therapeut

Het vermogen om te twijfelen is een van de belangrijkste competenties van een therapeut. Niet alleen is het voorbeeldgedrag (hoe kun je verwachten dat je cliënten kwetsbaar leren zijn als je het zelf niet durft?), het is ook een voorwaarde om oprecht nieuwsgierig te kunnen zijn naar de ander. Als ik al denk te weten hoe het zit, als ik het patroon al lang heb gezien, als ik al weet hoe ik de volgende drie sessie ga invullen, kan ik dan nog wel oprecht geïnteresseerd zijn in het verhaal van de mensen waarmee ik in de kamer zit? De zogenaamde `not-knowing-stance’, de niet-wetende houding van de therapeut hangt hiermee samen. Ik weet misschien best veel, heb al veel cliënten gezien, veel boeken gelezen, veel ervaring met therapie geven, maar het gezin dat ik nu ontmoet ken ik nog helemaal niet. Ik zie en hoor misschien dingen die ik denk te herkennen, maar ik heb nog geen idee wat het voor hen betekent. Dit is een van de moeilijkste dingen voor een therapeut. Met al je kennis toch niets te weten. Met al je ervaring toch geen conclusies te trekken. Met alle verwachting en misschien wel druk die je op je af voelt komen (redt ons, vertel ons wat we moeten doen, etc) toch niet direct in actie gaan. Al zou mijn snelle inzicht en instant-oplossing al passen bij jouw situatie (maar dat kan ik onmogelijk nog weten), wat heb jij er dan echt aan dat ik je die zo snel geef? Zou het voor jou niet veel meer kracht hebben wanneer na een gezamenlijke zoektocht het inzicht toeneemt en je dan misschien wel zelf tot die oplossing komt. Grote kans dat dat dan toch net anders is dan wat ik misschien eerder dacht. Niets werkt altijd. Het gaat erom dat we datgene vinden wat voor jou in deze situatie werkt. Als ik te zeker ben van mijn zaak, dan vinden we alleen de oplossingen die ik al kende. Als ik durf te twijfelen, en nieuwsgierig blijf, vinden we samen nieuwe wegen. Daar groei jij van, maar ik ook. De weg is belangrijker dan het doel.

Zeker weten is stilstand. En daarom is zeker weten de vijand van verandering en groei. Wie wil groeien, moet durven twijfelen. Ook de therapeut.

Een leeg nest, en dan?

Veel vijftigers en zestigers worstelen hiermee. Ze zijn vaak al jaren samen, hebben samen kinderen opgevoed, maar dan, als de jongste het huis uit is, het nest is leeg, dan komt de klap. En niet alleen het gevoel van leegte, doelloosheid, en alles wat erbij kan horen, kan een probleem zijn, maar ook de relatie met je partner. Geen afleiding meer door opgroeiende kinderen en alle regelzaken eromheen. Wat bindt je nog samen? Ken je elkaar eigenlijk nog wel? Is het nog wel fijn om samen te zijn, of ben je elkaar gaandeweg kwijt geraakt, zo erg dat je je afvraagt of dit nog wel toekomst heeft?

Niet voor niets zie je steeds vaker dat echtparen gaan scheiden als de kinderen het huis uit zijn. Gelukkig zijn er ook voorbeelden van stellen die het prima hebben met elkaar, waarbij de liefde nog springlevend is, maar dat is toch niet zo vanzelfsprekend. En hoe doen die dat eigenlijk? Er kunnen vele redenen zijn waarom het juist dan mis gaat. De balans is al jaren zoek, er is structurele scheefgroei geweest, de ene partner heeft al die tijd teveel moeten geven, dan komt op een dag de afrekening. Of het is de sluipmoordenaar die op kousenvoeten komt; je bent zo in beslag genomen geweest door de `opvoedfabriek’ dat je niet in de gaten hebt gehad hoezeer je uit elkaar aan het groeien was. En dan kan het zijn dat je nog maar een uitweg ziet: scheiden.

Natuurlijk is dat begrijpelijk, een huwelijk kan als een gevangenis gaan voelen en je eigen ontwikkeling volledig verstikken. Maar vergis je niet, een scheiding maakt zaken er niet altijd beter op, je wordt er niet altijd gelukkiger van. Het kan vergaande invloed hebben op andere relaties, sommige mensen raken vrienden kwijt, familierelaties worden gespannen of verbroken, en het komt voor dat een van de ouders zijn/haar kinderen en kleinkinderen niet of nauwelijks meer ziet. Ook als de kinderen al het huis uit zijn kunnen rond een scheiding loyaliteitsproblemen de kop op steken. Er is veel eenzaamheid onder ouderen door echtscheiding.

Het is niet gemakkelijk als je in een dergelijke situatie terecht bent gekomen en je voelt je diep ongelukkig erover. Of je zou er wel iets aan willen doen, maar je partner ziet het probleem niet. Ik zou stellen in ieder geval altijd adviseren om hulp te zoeken en het nog een kans te geven. Misschien hebben jullie wel nooit geleerd om met elkaar over deze dingen of over gevoelens te praten. Een relatietherapeut kan je daar heel goed bij helpen. Hoe wakker je de liefde weer aan als het een wel erg klein smeulend vuurtje is geworden? Wat thuis niet mogelijk lijkt kan in de therapiekamer misschien wel lukken.

Maar het kan ook te laat zijn. Als er geen vonkje meer is kan een therapeut ook niets beginnen. Maar ook dan kan een therapeut helpend zijn, om samen met jullie dingen helder te krijgen, zodat je ook weet dat je alles geprobeerd hebt. Wacht niet te lang met hulp zoeken. Eigenlijk zou een echtpaar, wanneer een van twee aanvoelt dat er iets niet goed gaat, dat de verbinding erodeert, aan de bel moeten trekken en hulp moeten zoeken. Denk niet: het komt later wel, als de kinderen het huis uit zijn dan hebben we wel weer tijd voor elkaar. Nee, begin vandaag, wacht niet tot het misschien te laat is. Als je straks niet meer de belangrijkste persoon bent in het leven van je kinderen, dan heb je elkaar hard nodig. En als je er dan achter komt dat er niets meer is, dat de koek op is, dan is dat een bittere pil. Hulp zoeken en aan je relatie werken is niet altijd de makkelijkste weg. Het vraagt keuzes en het kost inzet. Maar het is het waard en het betaald zich terug.

Vraag gerust een vrijblijvend kennismakingsgesprek aan.

Vreemdgaan – is er nog liefde na overspel?

Onlangs was Esther Perel (psychotherapeut en relatietherapeut in New York) te gast in Zomergasten. Esther heeft baanbrekend werk gedaan op het gebied van erotiek binnen relaties en leverde een nieuwe kijk op overspel. Erotiek staat voor haar voor levenslust en is daarom veel breder dan seks (de daad).

Het is inspirerend om te lezen of te horen (je kunt haar sessies beluisteren in een podcast) hoe Esther paren behandeld in haar sessies. Een eyeopener voor mij was wat Esther zegt over vreemdgaan. Vaak zorgt het moment dat uitkomt dat een van de partners vreemd is gegaan voor de grote klap. Esther adviseert mensen niet om vreemd te gaan, maar in haar therapieën probeert ze stellen wel te helpen om verder terug te kijken naar waar het mis ging (en nog daarvoor: toen het nog goed was). Het is niet zo dat er alleen maar een dader (de overspelige) en een slachtoffer (de bedrogene) is, het verraad heeft al veel eerder plaatsgevonden, binnen de relatie. Het gaat vaak over niet begrepen zijn, uit elkaar groeien, teveel scheefgroei, elkaars groei belemmeren, jezelf langzaam afsluiten voor elkaar, buiten spel gezetten voelen ten aanzien van de opvoeding, jezelf verstoppen in een bepaalde rol, veel onuitgesproken zaken en opgekropte woede of teleurstelling.

Mensen die vreemdgaan willen niet weg uit hun relatie, ook zijn ze niet op zoek naar iemand anders, ze zijn op zoek naar zichzelf. Ze willen nieuwe kanten van zichzelf ontdekken, of bepaalde kanten herontdekken, uitbreken uit de beperking die hun relatie is gaan vormen. Degene die het slachtoffer is van het overspel is niet altijd ook degene die het slachtoffer is van de relatie.

Daarnaast is ontrouw iets van alle tijden. Het verschil met vroeger is dat relaties tegenwoordig anders in elkaar zitten. Vroeger was het vaak een verstandshuwelijk, een economische overeenkomst tussen twee families, wat niet altijd veel met liefde van doen had. De (romantische) liefde werd dan ook vaak buiten de deur gezocht. Kwam dit uit dan was dat een bedreiging voor de economische overeenkomst, maar werd vaak wel weer toegedekt omwille van het grotere verband (familie-eer). Tegenwoordig verwachten we al ons geluk en welbevinden van onze relatie. Overspel is dan ook een doodzonde, want het vernietigt de liefde en het geluk. Overspel is niets nieuws, maar het heeft nog nooit zoveel pijn gedaan.

Hoopvol is dat er altijd mogelijkheden zijn voor een nieuwe start. Voorwaarde is dat stellen voorbij de daad durven kijken en gaan spreken over waar het werkelijk om gaat: waar zijn we elkaar kwijtgeraakt? Na overspel is je (eerste) huwelijk voorbij. Je kunt dan besluiten om ook daadwerkelijk uit elkaar te gaan. Je kunt ook samen aan je volgende huwelijk beginnen. Sommige mensen trouwen meerdere keren, met dezelfde persoon.

Lessen uit de systeemtherapie

Het systeemdenken heeft ons interessante invalshoeken opgeleverd, die echt niet alleen beperkt hoeven te blijven tot de therapiekamer. Laatst schreef ik een blog over hoe ik als systeemtherapeut inspiratie haal uit een ander discipline (jazzmuziek), maar het kan net zo goed andersom: wat hebben we aan de inzichten uit de systeemtherapie voor het `gewone’ leven, voor de maatschappij, voor de commerciële wereld? Ik zal proberen wat lijnen te trekken.

Luisteren naar ieders verhaal

In de systeemtherapie is het belangrijk dat ieders verhaal op waarde wordt geschat. Alles is communicatie en iedereen heeft iets belangrijks te vertellen. Pas op dat niet één verhaal dominant wordt, want dan worden andere verhalen ondergesneeuwd. Je ziet het gebeuren in onze maatschappij, waar hele groepen zich niet vertegenwoordigd (lees gehoord) voelen. Verbinding begint met oprecht luisteren naar de ander; misschien brengt hij/zij het op een manier die je lastig of irritant vind, maar probeer te begrijpen wat diegene wil zeggen. Kunnen jouw verhaal en dat van de ander misschien naast elkaar bestaan? Ook voor het bedrijfsleven of overheidsinstanties, probeer eens anders te kijken naar die ontevreden klant of boze burger: zou zijn/haar verhaal misschien iets waardevols kunnen opleveren voor jouw bedrijf/instantie, kun je er iets van leren en daardoor beter worden in wat je doet?

Samenwerken

In het verlengde daarvan, werk eraan om de relatie wederkerig te maken. Wil jij slechts een product verkopen aan je klant, is je doel om de burger zo snel mogelijk weer de deur uit te werken? Of ben je gericht op het tot stand brengen van een (zoveel mogelijk gelijkwaardige) samenwerkingsrelatie? Eenrichtingsverkeer is devaluerend voor iedere persoon, betrokkenheid ontstaat pas wanneer de relatie wederkerig en gelijkwaardig wordt. Wat heeft de ander jou te bieden? Als voorbeeld noem ik de manier waarop het bedrijf Coolblue met haar klanten omgaat. Klanttevredenheid staat bij hen hoog in het vaandel en zij snappen dat dat veel waardevoller is dan een klein beetje financieel verlies. Daarom maken zij er nooit een probleem van als je een product wilt terugsturen of omruilen. Klachten worden gezien als een kans om de service en kwaliteit te verbeteren. Zij dragen dit ook expliciet uit in al hun communicatie. Een klant die iets komt terugbrengen omdat hij/zij niet tevreden is is een partner, je wilt graag weten waarom diegene niet tevreden is, zodat je die klant en vele anderen in de toekomst beter kunt helpen.

Verhaal maken

Verhaal maak je samen. Iemand kan bij je komen met een klacht of een negatieve houding, maar diegene heeft iets zinnigs te vertellen, ga daar maar van uit. Het wordt alleen in negatieve en probleembevestigende termen verwoord. Probeer de ander te helpen om het perspectief te verbreden en werk samen aan een meer helpend verhaal. Stap niet in de valkuil om overdreven optimistisch te gaan doen als iemand je net iets verschrikkelijks heeft verteld, valideer de pijn en het rotgevoel, maar laat het daar niet bij. Ga samen op zoek naar een manier van spreken die jullie beiden verder helpt.
Ik denk bijvoorbeeld aan een huurder die bij de woningbouwvereniging een klacht komt indienen over de leefbaarheid in het woonblok. Het is gemakkelijk om te denken: zeur niet zo, iedereen heeft wel eens overlast van buren, dat valt niet te voorkomen in een portiekflat, en bovendien: wat kunnen wij eraan doen? Dergelijke gedachten leiden tot een apatische houding, de klacht wordt genoteerd, de huurder wordt afgescheept of voelt zelfs dat je hem irritant vind. Je weet dan iig zeker dat de huurder ontevreden zal zijn en in de toekomst zal diegene waarschijnlijk alleen maar meer gaan klagen en het nog steviger aanzetten. Je kunt ook denken: wat fijn dat iemand zich hier druk maakt om de leefomgeving! Deze huurder kan een partner zijn. Je zou dan bijvoorbeeld kunnen reageren door te zeggen: meneer, ik hoor dat u zich zorgen maakt over de leefbaarheid, wat vervelend dat u zoveel overlast ervaart. Blijkbaar vind u het belangrijk dat mensen in uw buurt goed met elkaar omgaan. Bent u bereid om samen eens na te denken wat we zouden kunnen doen om de leefomgeving te verbeteren? Zoiets kunnen wij als woningbouwvereniging niet alleen, daar hebben we de input en inzet van mensen zoals u bij nodig. Ik ben benieuwd naar uw ideeën.

Betekenis geven

Het probleem is het probleem, de persoon is niet het probleem. Samen geef je betekenis aan de situatie, dat gebeurd in interactie. Dat is een zoekproces, waarbij aanvankelijk misschien twee (schijnbaar) tegengestelde verhalen tegen over elkaar staan, maar waarbij je op zoek gaat naar `common ground’. Waar kun je elkaar vinden? Hoe kunnen we samen het probleem begrijpen, welke betekenis geven we eraan en lukt het om samen een richting te vinden op weg naar een oplossing? Dit is wat ik als systeemtherapeut dagelijks doe, maar die principes zijn evengoed toepasbaar in allerlei alledaagse situaties.
Doe er je winst mee.

Therapie is jazz

Jazz is. Jazz leeft. Jazz is therapie.

In het vak van systeemtherapeut heb ik mijn professionele passie gevonden. Ik had al een andere passie en dat is muziek, en dan met name jazzmuziek. Dat is mooi, want de twee lijken op elkaar. Luisteren naar (jazz) muziek kan zeer therapeutisch zijn. Maar therapie is vaak ook als jazzmuziek.

jazz

De jazzmuzikant is vaak goed geschoold, beheerst zijn instrument en en alle techniek die erbij hoort. Maar daarmee krijg je nog geen jazz. Jazz is improvisatie, en daarvoor is durf nodig, vertrouwen in elkaar, vrijheid. Als therapeut werk ik vaak op dezelfde manier: ik heb een toolbox, kennis en ervaring ter beschikking, maar in de praktijk is het toch een kwestie van afstemmen op het gezin, improviseren, werken met wat zich aandient en daarop reageren. Het is ook zoeken naar een melodie, de een speelt een stukje, de ander herhaalt dit maar dan net anders, en zo blijf je op elkaar reageren en maak je samen een verhaal.

chemie

Wie wel eens een legendarisch concert heeft meegemaakt kent die mysterieuze chemie die de muzikanten tot grotere hoogten tilt en de muziek een magisch karakter geeft. In therapie is het niet anders: het draait om betekenis geven. En betekenis is er niet al van tevoren, het is ook niet iets wat de therapeut het gezin biedt, het is iets dat in het samen spreken en bezig zijn ontstaat. Soms gebeurd er niets of weinig, of duurt het een hele poos, maar er zijn ook momenten dat je het gevoel hebt dat je met zijn allen ineens vleugels krijgt. Je kunt dat niet plannen, en het is ook niet precies te zeggen waarom het soms wel en soms niet gebeurd. Ik denk wel dat er een aantal belangrijke factoren van invloed zijn: de kundigheid van de therapeut, de mate waarin deze in staat is om samen met het gezin een veilige basis te creëren (grondmelodie) waarop geïmproviseerd kan worden, de mate waarin het systeem zich open stelt (en dat weer in wisselwerking met de therapeut), komt er een goede samenwerking tot stand, zijn alle betrokken het eens over het doel van de therapie, voelt ieder zich gehoord, maakt de therapeut een verschil tov het verhaal van het gezin en is dat verschil precies groot genoeg (sluit het voldoende aan maar opent het tegelijk ook nieuwe perspectieven?), enzovoorts.

de therapeut als jazzmuzikant

En dan is er nog de vraag: wat voor muzikant ben ik, zou ik willen zijn, als therapeut? Ik hou enorm van het geluid van de tenorsaxofoon, maar iedere saxofonist speelt anders. Coleman Hawkins (the Hawk) was een toeteraar, met een aanwezig geluid, hard en robuust, een beetje als Charlie Parker. Lester Young (Prez) had een zachter en soepeler geluid, hij vertelde als het ware een verhaal met zijn spel. Ben Webster (the Brute and the Beautiful) kon allebei, hij kon fluisteren maar ook plots knorren en brullen. Spannend om naar te luisteren.

Als therapeut wordt ik echter het meest geïnspireerd door trompettist Miles Davis. Wie luistert naar zijn bekendste album Kind of Blue, hoort een verhaal dat zich heel voorzichtig en langzaam ontvouwt. Davis luistert ahw meer dan hij speelt, de melodie ontvouwt zich in samenspel, maar als die er dan is dan gaat hij hem steeds steviger aanzetten. Davis kan ook langere tijd stil zijn en het podium aan de andere muzikanten laten. Hij speelt dan niet, maar als hij terugkomt vermengt hij al het voorgaande en geeft er een nieuwe dimensie aan. Bescheidenheid en vakkundigheid gaan hier hand in hand. Dat inspireert mij.

Gezag is relatie & opvoeden doe je niet alleen

Ik ben de afgelopen jaren regelmatig ouders tegengekomen die met hun handen in het haar zaten. En dat was echt niet alleen omdat ze een kind hadden dat agressief was of op het criminele pad begon te raken (ook dat), maar vaak ging het over veel alledaagser dingen: altijd gedoe over huishoudelijke taken, voortdurend achter de computer willen of de hele dag op dat telefoontje, etc.

Nu ben ik toevallig zelf ook ouder, en herken ik dit gevoel. Mijn vrouw en ik hebben ook regelmatig van die momenten gehad dat we het even niet meer zagen zitten. En sommige van die momenten duurden best lang…

In de verhalen hoor ik vaak bepaalde thema’s terugkomen: opvoeden in deze tijd is moeilijk(er), kinderen zijn mondiger, gezag is niet meer vanzelfsprekend, er is veel meer afleiding, soms het gevoel hebben er alleen voor te staan of tegen de stroom in te moeten zwemmen. Vroeger was gezag misschien meer vanzelfsprekend: vaders woord was wet, de leraar had aanzien, en wie het toch waagde er tegenin te gaan die… Er is veel veranderd wat dat betreft, en we zouden ook niet meer terugwillen naar bv de jaren `50 van de vorige eeuw. Maar hoe doe je het dan wel vandaag de dag? Hoe geef je je gezag als ouders vorm zonder autoritair of conflict vermijdend te worden?

Toen wij daar thuis mee worstelden hebben we inspiratie gehaald bij Chaim Omer. Omer is bekend van met name twee boeken: Nieuwe Autoriteit en Geweldloos Verzet (in gezinnen). De term geweldloos verzet verwijst naar Gandhi, die door middel van verzet zonder geweld te gebruiken verandering bewerkte binnen de Indiase maatschappij. De term geweldloos verzet raakt inmiddels wat uit zwang, tegenwoordig wordt vaker het begrip Verbindend Gezag gebruikt. Dat begrip geeft mooi aan hoe gezag en verbinding (warmte) hand in hand kunnen gaan. Gezag is tegenwoordig niet meer persé `ik moet zorgen dat je naar mij luistert’, het is veel meer `ik maak me zorgen om je en ik ga iets doen om die zorgen te verminderen’, of `ik geef om je en daarom kan ik niet langer toestaan dat…’.

Verbindend gezag is aanwezig zijn. En naarmate je zorgen groter worden zal je aanwezigheid ook groter worden. Bijvoorbeeld: je zorgt dat je weet waar je kind is, en als je dat niet weet, vraag je hulp aan anderen om ook op te letten, en zo je aanwezigheid te vergroten. Cruciaal bij verbindend gezag is om het niet (langer) alleen te doen. Er is een uitdrukking `it takes a village to raise a child’, en dat is waar. Ouders hebben tegenwoordig vaak het gevoel het alleen te moeten doen, voelen schroom om anderen `tot last te zijn’, en andersom voelen we ook schroom om onze buren of familieleden aan te spreken: `he, het valt me op dat er vaak ruzie is bij jullie de laatste tijd’, `ka n ik iets voor jullie betekenen?’. Opvoeden wordt dan een eenzame bezigheid met voortdurend falen als gevolg. Verbindend gezag betekent ook verbreden van gezag. Vertel je kind dat je dingen niet langer geheim wilt houden en neem de stap om een aantal mensen uit je omgeving die je vertrouwd erbij te betrekken. Deel je verhaal, geef openheid, vraag hulp en steun. De meeste mensen waarderen het vaak alleen maar als je hen om advies of hulp vraagt, het komt bijna niet voor dat mensen helemaal niets kunnen/willen doen. Maak het concreet, bijvoorbeeld: `mag ik je de volgende keer als we weer eens ruzie hebben bellen, wil je dan komen en bemiddelen?’, of `onze zoon is vaak na 22u nog buiten terwijl dat niet mag, zou je hem eens willen aanspreken als je hem rond die tijd nog op straat ziet?’. Als ouders blijf je verantwoordelijk, maar je kunt wel steun organiseren voor je opvoeding. Je gezag als ouder wordt er alleen maar door versterkt.

Dit (vak)artikel van het Lorentzhuis gaat wat dieper in de op de materie en geeft wat richtingaanwijzers. Het belangrijkste is denk ik om gezag te gaan benaderen als iets relationeels. Gezag heeft weinig of niets te maken met controle uitoefenen, gehoorzaamheid afdwingen of willen winnen. Gezag heeft alles te maken met geraakt worden, grenzen bieden, samenwerken, herstellen en verbinding zoeken. En nogmaals: ouders, kom uit je schulp, doe het niet langer alleen. Zoek steun in je omgeving.
Opvoeden doe je niet alleen!