Wat voor ADHD heb jij dan?

“Oh, dus jij hebt ADHD? Wat voor ADHD heb je dan?”
“Euh, wat bedoelt u?”
“Nou, er zijn heel veel verschillende soorten ADHD, wist je dat niet? Ze zien er allemaal anders uit, ze gedragen zich anders, hebben verschillende plannetjes en verschillende namen. Ik ben benieuwd welke ADHD bij jullie in het gezin is gekomen. Kun je me eens vertellen hoe hij eruit ziet, welke kleur heeft hij bijvoorbeeld?”
“Oh, dat weet ik wel: geel natuurlijk!”
“Aah, dus bij jullie is er een gele ADHD. En wat betekent dat, denk je, dat die van jullie geel is?”
“Nou, hij lijkt op een smiley, zo een met zo’n hele grote lach, weet u wel?”
“Je bedoelt zoals op whatsapp, zo’n smiley?”
“Ja! Maar soms wordt hij gemeen, en dan wordt het zo’n smiley met van die hoorntjes, en dat vind niemand hem meer aardig en worden ze allemaal boos”
“Aha, wow, je weet het wel goed te vertellen zeg. Herkennen jullie dat, papa en mama?”

Ik weet dat Michael White, een van de grondleggers van de narratieve systeemtherapie, zijn consulten vaak begon met zo’n vraag: “maar wat voor ADHD heb jij dan?”. Misschien dat zo’n gesprek dan ongeveer zo had kunnen verlopen als hierboven omschreven. In ieder geval deed hij dit heel bewust, namelijk om al meteen vanaf het begin de diagnose uit het kind te halen (te externaliseren). Wat het kind hier omschrijft is wat er namelijk vaak gebeurd: als het kind te druk, te impulsief, te ongecontroleerd gedrag laat zien, dan wordt de omgeving geprikkeld, reageren mensen boos en afwijzend, wordt het kind voortdurend gecorrigeerd. Het effect daarvan kan zijn dat het kind gaat voelen dat er iets mis met hem/haar is, het kind wordt ahw de ADHD. En als je dat gevoel krijgt heeft dat een heel negatief effect op je zelfbeeld en worden alle interacties met je omgeving vaak beladen. Sterker: je gaat er zelfs rekening mee houden, erop anticiperen. En zo kan het steeds meer vast komen te zitten.

In werkelijkheid is het maar de vraag hoeveel er nu eigenlijk mis is met een kind dat regelmatig impulsief is, moeite heeft met het verwerken van veel prikkels, overstroomt van de energie (en die moeilijk kwijt kan). In de jaren `80 hadden alle jongetjes ADHD, alleen werd het toen niet zo genoemd en speelden we altijd buiten in plaats van achter de playstation, zeg ik wel eens. Dat is natuurlijk wat gechargeerd, maar feit is wel dat `drukke’ jongetjes vandaag de dag sneller geproblematiseerd worden dan toen. Eigenlijk is ADHD, zo zie ik het, niet zozeer een probleem van het kind, maar veel meer een probleem in de interactie met de omgeving. Dat geldt trouwens voor veel meer diagnoses. Hoe komt het dat in het ene gezin de symptomen van ADHD nauwelijks tot problemen leiden, en het andere gezin er door ontwricht wordt? Hoe komt het dat er zo’n groot verschil is tussen de sfeer in de ene school en die in de andere, terwijl er geen noemenswaardige verschillen zijn in klassengrootte of aantallen kinderen die wat extra aansturing nodig hebben?

Het doel van externaliseren is om het probleem uit de persoon te halen, en zo meer te benadrukken dat het om een probleem in de interactie gaat. Op het moment dat ADHD een geel druk-doe-mannetje wordt waar iedereen een beetje van slag van kan raken, dan wordt het meer een gezamenlijk probleem, en moet het gezin ook samen aan de slag om een strategie te bedenken waardoor het druk-doe-mannetje niet teveel ruimte krijgt. Misschien is er ook nog wel zoiets als een goede-sfeer-fee die af en toe langs komt en helpt om het goed te hebben met elkaar. Als ik met gezinnen op deze manier werk, dan probeer ik het hen zoveel mogelijk zelf te laten bedenken, en sluit ik daarbij aan. De ene keer wordt het dan een geel druk-doe-mannetje, de andere keer een Stressaap of Alvin (van de Chipmunks). Alles kan werken, zolang het maar dichtbij de belevingswereld van het kind/het gezin ligt en ervoor zorgt dat we het probleem uit het kind kunnen halen. Het liefst ook geen door en door slecht personage, want het karakter heeft ook goede kanten, kan soms ook helpend zijn. Bijvoorbeeld de vrolijke en energieke/initiatiefrijke kant van ADHD.

Als we het personage en eventuele hulpkarakter vorm hebben gegeven (bv door een tekening te maken), gaan we proberen te achterhalen wat diens plannetjes zijn, waardoor de gezinsharmonie verstoord wordt. Vervolgens kunnen we op zoek naar strategieën om die plannetjes te dwarsbomen en het personage meer in toom te houden. Hij hoeft niet te verdwijnen, maar we willen wel dat hij minder macht krijgt, minder groot kan worden. Dit is in een notendop hoe een narratieve gezinsbehandeling kan gaan.

Herken je iets van de beschreven dynamiek binnen je gezin en/of in de omgeving van je kind? Overweeg dan eens om een aantal sessies narratieve gezinstherapie te doen. Mijn ervaring is dat een negatief patroon dat is vast komen te zitten op deze manier vaak heel goed doorbroken kan worden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s