Gemarginaliseerde stemmen ruimte geven – over narratieve praktijken

Afgelopen vrijdag was ik op het Europees Congres voor Narratieve Therapie in Antwerpen. Ik heb er veel inspiratie opgedaan.

Zoals bekend draag ik de narratieve therapie een warm hart toe. Ik hou ervan om heersende opvatting uit te dagen, en mijn hart gaat sneller kloppen voor die stemmen die gemarginaliseerd worden. We leven in een harde en veeleisende maatschappij; als je mee wilt doen moet je hard werken, niet tezeer afwijken en continu `aan jezelf werken’. Zelfs op vakantie gaan is tegenwoordig voor veel mensen geen ontspanning meer, maar een zelfopgelegde prestratiedrang (lees Dirk de Wachter er maar op na). In veel opzichten is onze maatschappij `ziekmakend’, en het zijn diegenen die gevoeliger/kwetsbaarder zijn dan de rest die voortdurend dreigen gemarginaliseerd te worden. Afwijkingen worden gediagosticeerd als ziektebeelden, met steeds weer nieuwe categorieën die in de mode raken (tot voor kort ADHD en autisme, ook borderline en `narcisme’ vieren hoogtijdagen en de nieuwste `mode’ is trauma). Begrijp me goed, ik noem deze diagnoses niet waardeloos, ik constateer alleen een trend die ook zijn keerzijdes heeft. De heersende opvatting in onze maatschappij is daarbij dat afwijkingen gerepareerd moeten worden, het liefst zo snel en zo makkelijk mogelijk (ziehier de gloriedagen van EMDR). Ik zie dagelijks de heilzame effecten van EMDR-behandelingen, maar er zit ook een keerzijde aan: het lijkt bijna alsof psychische problemen als gevolg van trauma niet meer mogen bestaan. Terwijl ze vaak een adequate reactie zijn op de pijn die je is aangedaan.

In narratieve therapie proberen we niet te fixen, we geloven ook niet dat alles opgelost kan of zelfs moet worden. Het leven is moeilijk en niemand komt er zonder kleerscheuren doorheen. Lijden hoort erbij; het valt niet te voorkomen en het is niet eens altijd nodig om het op te lossen. Ik denk nog even aan de fantastische lezing van Femke van der Laan (de weduwe van wijlen de burgemeester van Amsterdam) in DWDD summerschool, over verdriet. Haar lessen: deel je verdriet, leef met je verdriet en verdriet is waardevol. Hoe wijs, en hoe tegengesteld aan onze oppervlakkige genotscultuur. Het is tekenend voor de tijd waarin wij leven dat iemand op televisie ons deze `lessen’ moet voorhouden. Misschien is een van de grootste problemen van onze tijd wel dat we zijn verleerd hoe we moeten lijden (zie wederom onze Vlaamse `profeet’ Dirk de Wachter).

Een schrijnend en tegelijk ontroerend en inspirerend voorbeeld was het verhaal van Lisa (verteld door een Engelse collega op de conferentie in Antwerpen). Lisa was gediagnosticeerd met MUS (Medically Unexplained Symptoms, in Nederland SOLK, niet eens een officiële diagnose). Zij had enorme pijnklachten, maar ondanks uitputtende onderzoeken konden de artsen de oorzaak niet vaststellen, en dus werd ze ontslagen uit het ziekenhuis en naar een psycholoog gestuurd. Zoals Lisa het zelf verwoordde: ik was een leugenaar, een fantast en de symptomen die ik had waren `niet bestaand’ verklaard. Over marginaliseren gesproken. Mijn collega ging met het meisje in gesprek op een narratieve manier, en zij ging haar Pijn interviewen (een externalisatie methode). Wat zou Pijn te vertellen hebben? Nou, niets, was Lisa’s antwoord, want `pain is sick of not being listened to’. Mijn collega probeerde alsnog te luisteren naar wat Pijn te vertellen had, en zodoende kwam ze, met hulp van de moeder van het meisje, op thema’s als rechtvaardigheid en oneerlijkheid. Pijn bleek een proteststem tegen onrecht! Wonderlijk genoeg begon Pijn zich steeds minder te manifesteren tijdens de sessies, sinds mijn collega Pijn probeerde te begrijpen. Het is wrange ironie: het als niet-bestaand verklaren van Pijn door de medische wetenschap had de klachten alleen maar erger gemaakt, maar nu de gemarginaliseerde stem gehoord werd, bleek Pijn aan kracht in te boeten.

Wat we in narratieve therapie vervolgens vaak doen is de gemarginaliseerde stem, eenmaal gehoord, versterken, door het verhaal terug te brengen naar de gemeenschap. In dit geval zou ik bijvoorbeeld een bijeenkomst beleggen met de familie en/of de medische staf en het meisje interviewen over Pijn (nadat we dit zorgvuldig voorbereid zouden hebben). Vervolgens zou ik de `getuigen’ interviewen over wat het verhaal met hen heeft gedaan, hoe ze hierdoor geraakt zijn, hoe zij het verbinden met hun eigen leven en wat zij uit het verhaal van Lisa meenemen (bijvoorbeeld voor hun eigen leven of in het werken met hun patiënten). Op de conferentie gebeurde dit ook, doordat aan ons gevraagd werd om onze reflecties op te schrijven, deze werden vervolgens verzameld en door de therapeut terug gebracht naar de cliënt waar het over ging (dit alles uiteraard met toestemming van de betrokken cliënt).

Ik heb genoten van deze dag, en me gelaafd aan de verhalen van mijn `stamgenoten’. In Narratieve Therapie proberen we niet primair problemen op te lossen, in Narratieve Therapie zijn we erop gericht om daar waar mensen gemarginaliseerd worden hen weer een stem te geven, zodat ze weer hersteld kunnen worden in hun waardigheid. En dat is van onschatbare waarde!

Advertenties

De inspiratie van de liefde

Naast mijn werk als systeemtherapeut draai ik nog steeds regelmatig plaatjes (ouderwets vinyl), op bedrijfsfeestjes, festivals en regelmatig op een bruiloft. Afgelopen weekend mocht ik komen draaien bij een ontzettend leuk stel, die in de openlucht gingen trouwen, op een gemoedelijke natuurcamping (het volume niet al te hoog om de rust niet teveel te verstoren). Ik vind dit altijd leuk om te doen, het is een leuke aanvulling op mijn dagelijkse werk, dat toch vooral om problemen en moeilijkheden draait. Het is dan fijn om eens een gangmaker te zijn en deel te zijn van een feestelijke bedoening waar iedereen vrolijk is en goedgemutst. Deze keer was echter heel bijzonder, en ik kwam er geïnspireerd weer vandaan (en nog betaald ook!).

Bij sommige van die `jonge’ geliefden spat de verliefdheid er vanaf, en dat is mooi. Maar zo puur, zo kwetsbaar mooi, zo ongebreideld openhartig en zelfs erotisch geladen, zo heb ik het nog niet eerder meegemaakt. Misschien dat beider voorgeschiedenissen (niet al te makkelijk) meespeelden, maar deze twee vulden elkaar zo mooi aan, leken zo voor elkaar gemaakt. Een inspirerend koppel; de meeste mensen (ondergetekende incluis) moesten nu en dan een traantje wegpinken. De woorden die ze tegen elkaar spraken, zo authentiek, zo persoonlijk en zo openhartig intiem, konden je niet onberoerd laten.

De cynicus zal zeggen: ja, zo begint het altijd, maar kom over 10 a 20 jaar nog eens kijken wat er van over is… Dan zeg ik: ja, dat zou kunnen (al wil ik liever niet geloven dat zo’n pure liefde al te gemakkelijk verloren zal gaan), maar is dat niet juist deel van het probleem? Als we niet meer durven geloven in de liefde, is dan niet alles verloren? Misschien ben ik hopeloos romantisch, maar ik liet mezelf inspireren. Dit is wat het met mij deed:

Ik wil meer aandacht hebben voor mijn vrouw. Naar haar kijken, echt kijken, de tijd nemen. Haar op allerlei manieren laten weten hoe mooi, hoe lief ze is. Ik wil me weer kunnen verwonderen, dat dit prachtige mens voor mij gekozen heeft (waar heb ik het aan verdiend?), weer dankbaar zijn dat ik iedere dag van haar nabijheid mag genieten. Wij vullen elkaar niet alleen maar aan, wij maken elkaar compleet. Ik wil mijn aandacht weer op haar richten, erop toezien dat zij gelukkig kan zijn, kan groeien, tot haar recht kan komen. Er zijn zoveel andere dingen die mijn aandacht opeisen, maar uiteindelijk doen de meeste van die dingen er eigenlijk niet toe, niet in vergelijking met het wonder van haar aanwezigheid in mijn leven en de vier kinderen die we samen hebben.

Ik werk hard, en ik ben gedreven om een steeds betere therapeut te worden. Dat vind ik belangrijk. Maar uiteindelijk, wat heb ik eraan al zou ik de beste relatietherapeut van Nederland zijn, maar ik zou de liefde thuis verliezen, voor mijn vrouw en voor mijn kinderen? Daarom ben ik blij met de puurheid (noem het voor mijn part naïviteit) van de prille liefde, die mij helpt niet te vergeten wat het meest waardevol is in dit leven.

Hoe vind je een goede relatietherapeut?

Stel, je bent al heel wat jaren samen, je hebt zo je ups en downs gehad samen, maar de laatste tijd loopt het niet lekker meer. Er is iets gebeurd wat zijn sporen heeft nagelaten (ziekte van een kind, overspel, psychische problemen, burnout), of je merkt dat je langzaam uit elkaar aan het groeien bent. Dat zou een goed moment kunnen zijn om een relatietherapeut in te schakelen. Maar hoe vind je nu een goede relatietherapeut? Het aanbod is enorm, en de kans dat je door de bomen het bos niet meer ziet, is best reëel. Hoe onderscheid je nu de goede van de minder goede therapeuten? Waar moet je op letten?

Uiteraard kan dit heel persoonlijk zijn, en het is belangrijk dat je je bij de persoon van de therapeut op je gemak voelt, dat er een klik is, je je beiden veilig voelt om met behulp van deze persoon je kwetsbare kanten naar voren te kunnen brengen. Een goede therapeut weet wat het belang hiervan is, en zal daarom over het algemeen belang hechten aan het eerste contact, de kennismaking. Zelf doe ik dat onder andere door een vrijblijvend kennismakingsgesprek aan te bieden.

Bij je vooronderzoek kun je kijken naar opleiding, ervaring en kennis van de therapeut. Hoe breed is de therapeut opgeleid, en wat vind je daarin belangrijk? Stel, er is (ook) sprake van persoonlijkheidsproblematiek bij een van de partners, wellicht kan het handig zijn om dan een therapeut te zoeken die naast systeemtherapeut ook psychotherapeut is. Goede opleidingen voor relatietherapeuten (systeemtherapeuten) zijn bijvoorbeeld: het Lorentzhuis, Rhino, Euthopia, of de Interactie Academie in Antwerpen. Iedereen mag zich relatie- en gezinstherapeut noemen (net als b.v. psycholoog is het geen beschermde titel), maar niet iedereen mag zich systeemtherapeut noemen. Systeemtherapeuten zijn degelijk opgeleid op WO-niveau, hebben brede kennis en zijn grondig getraind in het werken met relaties/interacties. De meeste systeemtherapeuten zijn aangesloten bij de NVRG, je kunt ze opzoeken in het register. Als een systeemtherapeut geregistreerd is bij de NVRG is dit een garantie dat diegene goed opgeleid is en zich regelmatig blijft bijscholen om aan de registratie-eisen te blijven voldoen.

Relatietherapie kan over veel dingen gaan (communiceren, patronen, etc), maar in mijn ogen gaat het vooral over de liefde. Ooit bracht de liefde jullie samen, en nu het moeilijk is geworden staat de liefde onder druk. Maar de liefde is ook het antwoord. Een goede relatietherapeut gaat verder dan het verbeteren van de communicatie, of het ontrafelen en aanpakken van negatieve patronen, een goede relatietherapeut durft ruimte te maken voor intimiteit & kwetsbaarheid, voor de liefde. Maar dus ook voor dat wat de liefde bedreigd, de moeilijke gevoelens: twijfel, woede, angst, verdriet, wanhoop. Ik ga met stellen altijd terug naar het begin, naar de ontluikende liefde, en ik geloof dat daar ook de oplossing ligt om de moeilijkheden die zijn ontstaan te overkomen. Seks is ook belangrijk, als spiegel van de relatie, en kan dus niet ontbreken als gespreksonderwerp. Kortom: een goede therapeut heeft lef en durft ook te confronteren; dat merk je meestal al vrij snel.

Veel relatietherapeuten zijn opgeleid in of hebben affinteit met EFT (Emotionally Focussed Therapy). Ook in het EFT-register kun je zoeken naar een therapeut, als je graag een gecertificeerde EFT-therapeut hebt.
Let op: een EFT-therapeut is niet per definitie hetzelfde opgeleid als een systeemtherapeut. Zelf werk ik veel met principes uit de EFT, maar beperk ik me daar niet toe.

Tot slot: een goede relatietherapeut is nooit partijdig. Dat klinkt makkelijker dan het is, maar het is van levensbelang. Op het moment dat ik meer sympathie krijg voor de ene partner, gaat dat ten koste van de ander, en dat merken jullie meteen; de therapie is dan gedoemd te mislukken. Ik let erop dat ik altijd meervoudig partijdig ben en blijf, en mijn feedbackformulieren bij iedere sessie helpen mij ook om me bewust te blijven van het effect van mijn handelen, zodat ik kan bijsturen. Een goede therapeut organiseert op de een of andere manier feedback; therapie is samenwerking.

Uiteraard blijft de keuze voor een therapeut een heel persoonlijke. Het is uiteindelijk het belangrijkste dat je je beiden op je gemak voelt bij een therapeut, en vertrouwen hebt in de persoon. Ik hoop dat de hier beschreven tips je wel goed op weg kunnen helpen.

Succes!

Wat voor ADHD heb jij dan?

adhd externaliseren narratieve therapie systeemtherapie gezin kind

“Oh, dus jij hebt ADHD? Wat voor ADHD heb je dan?”
“Euh, wat bedoelt u?”
“Nou, er zijn heel veel verschillende soorten ADHD, wist je dat niet? Ze zien er allemaal anders uit, ze gedragen zich anders, hebben verschillende plannetjes en verschillende namen. Ik ben benieuwd welke ADHD bij jullie in het gezin is gekomen. Kun je me eens vertellen hoe hij eruit ziet, welke kleur heeft hij bijvoorbeeld?”
“Oh, dat weet ik wel: geel natuurlijk!”
“Aah, dus bij jullie is er een gele ADHD. En wat betekent dat, denk je, dat die van jullie geel is?”
“Nou, hij lijkt op een smiley, zo een met zo’n hele grote lach, weet u wel?”
“Je bedoelt zoals op whatsapp, zo’n smiley?”
“Ja! Maar soms wordt hij gemeen, en dan wordt het zo’n smiley met van die hoorntjes, en dat vind niemand hem meer aardig en worden ze allemaal boos”
“Aha, wow, je weet het wel goed te vertellen zeg. Herkennen jullie dat, papa en mama?”

Ik weet dat Michael White, een van de grondleggers van de narratieve systeemtherapie, zijn consulten vaak begon met zo’n vraag: “maar wat voor ADHD heb jij dan?”. Misschien dat zo’n gesprek dan ongeveer zo had kunnen verlopen als hierboven omschreven. In ieder geval deed hij dit heel bewust, namelijk om al meteen vanaf het begin de diagnose uit het kind te halen (te externaliseren). Wat het kind hier omschrijft is wat er namelijk vaak gebeurd: als het kind te druk, te impulsief, te ongecontroleerd gedrag laat zien, dan wordt de omgeving geprikkeld, reageren mensen boos en afwijzend, wordt het kind voortdurend gecorrigeerd. Het effect daarvan kan zijn dat het kind gaat voelen dat er iets mis met hem/haar is, het kind wordt ahw de ADHD. En als je dat gevoel krijgt heeft dat een heel negatief effect op je zelfbeeld en worden alle interacties met je omgeving vaak beladen. Sterker: je gaat er zelfs rekening mee houden, erop anticiperen. En zo kan het steeds meer vast komen te zitten.

In werkelijkheid is het maar de vraag hoeveel er nu eigenlijk mis is met een kind dat regelmatig impulsief is, moeite heeft met het verwerken van veel prikkels, overstroomt van de energie (en die moeilijk kwijt kan). In de jaren `80 hadden alle jongetjes ADHD, alleen werd het toen niet zo genoemd en speelden we altijd buiten in plaats van achter de playstation, zeg ik wel eens. Dat is natuurlijk wat gechargeerd, maar feit is wel dat `drukke’ jongetjes vandaag de dag sneller geproblematiseerd worden dan toen. Eigenlijk is ADHD, zo zie ik het, niet zozeer een probleem van het kind, maar veel meer een probleem in de interactie met de omgeving. Dat geldt trouwens voor veel meer diagnoses. Hoe komt het dat in het ene gezin de symptomen van ADHD nauwelijks tot problemen leiden, en het andere gezin er door ontwricht wordt? Hoe komt het dat er zo’n groot verschil is tussen de sfeer in de ene school en die in de andere, terwijl er geen noemenswaardige verschillen zijn in klassengrootte of aantallen kinderen die wat extra aansturing nodig hebben?

Het doel van externaliseren is om het probleem uit de persoon te halen, en zo meer te benadrukken dat het om een probleem in de interactie gaat. Op het moment dat ADHD een geel druk-doe-mannetje wordt waar iedereen een beetje van slag van kan raken, dan wordt het meer een gezamenlijk probleem, en moet het gezin ook samen aan de slag om een strategie te bedenken waardoor het druk-doe-mannetje niet teveel ruimte krijgt. Misschien is er ook nog wel zoiets als een goede-sfeer-fee die af en toe langs komt en helpt om het goed te hebben met elkaar. Als ik met gezinnen op deze manier werk, dan probeer ik het hen zoveel mogelijk zelf te laten bedenken, en sluit ik daarbij aan. De ene keer wordt het dan een geel druk-doe-mannetje, de andere keer een Stressaap of Alvin (van de Chipmunks). Alles kan werken, zolang het maar dichtbij de belevingswereld van het kind/het gezin ligt en ervoor zorgt dat we het probleem uit het kind kunnen halen. Het liefst ook geen door en door slecht personage, want het karakter heeft ook goede kanten, kan soms ook helpend zijn. Bijvoorbeeld de vrolijke en energieke/initiatiefrijke kant van ADHD.

Als we het personage en eventuele hulpkarakter vorm hebben gegeven (bv door een tekening te maken), gaan we proberen te achterhalen wat diens plannetjes zijn, waardoor de gezinsharmonie verstoord wordt. Vervolgens kunnen we op zoek naar strategieën om die plannetjes te dwarsbomen en het personage meer in toom te houden. Hij hoeft niet te verdwijnen, maar we willen wel dat hij minder macht krijgt, minder groot kan worden. Dit is in een notendop hoe een narratieve gezinsbehandeling kan gaan.

Herken je iets van de beschreven dynamiek binnen je gezin en/of in de omgeving van je kind? Overweeg dan eens om een aantal sessies narratieve gezinstherapie te doen. Mijn ervaring is dat een negatief patroon dat is vast komen te zitten op deze manier vaak heel goed doorbroken kan worden.

Over het belang van de behandelrelatie

Ik lees momenteel met veel plezier het boekje `eendagsvlinders’ van de Amerikaanse psychiater/psychotherapeut en schrijver Irvin D. Yalom (bekend van `Nietzsches tranen’). In het boekje beschrijft hij sessies met clienten. Net als bij bijvoorbeeld Carl Rogers (clientgerichte psychotherapie) komt in al zijn verhalen de authenticiteit van de behandelrelatie (therapeutische relatie) naar voren. Yalom is een verademing. Met zijn inmiddels 87 jaar is hij opvallend nuchter en flexibel. Yalom stelt nooit een diagnose (waarom zou ik?), heeft een broertje dood aan evidence based behandelingen (catastrofaal en mindless!) en weigert zijn clienten als patienten te zien.

Een authentieke, wezenlijke, relatie tussen de client en de therapeut is van groot belang. Pas wanneer die tot stand komt vertelt de client wat werkelijk belangrijk is voor hem/haar. Het is niet zo dat je geen succesvolle therapie kunt hebben wanneer deze wezenlijke relatie er niet is, maar de diepgang zal er niet komen. Met een paar snelle sessies cognitieve gedragstherapie kun je iemand weer even aardig op gang helpen, zeker. Maar diens angst voor de dood, diens diepgaande onzekerheid over zichzelf, het meest intense lijden, zal niet zichtbaar worden. Ik wil hier overigens niet mee zeggen dat alleen klassieke psycho-analytische therapie werkt, en ook niet dat het altijd vooral moet gaan over het meest pijnlijke en moeilijke. Wat ik bedoel is dat mensen zichzelf niet zomaar zullen onthullen, en al helemaal niet als er geen veilige en authentieke, eerlijke en open relatie wordt ervaren. Voor alles is het de taak van een therapeut om de voorwaarden te scheppen waarin zo’n relatie kan ontstaan. Ik herken bij Yalom en bij Rogers, dat de succesfactoren voor het slagen van een behandeling vaak niet evident zijn, maar dat er hoe dan ook altijd sprake is van zo’n authentieke, accepterende relatie. Zonder dat zal er niets wezenlijks gebeuren.

Wat we uit onderzoek in ieder geval weten is dat die therapeutische relatie de belangrijkste factor is in het slagen van een behandeling. Een nog grotere factor is alles wat zich in het leven de client afspeelt (buiten de therapie om), zijn/haar `way of being’. Maar binnen de therapie is de therapeutische relatie (alliantie) de belangrijkste factor, en de kennis en vaardigheden (skills) dragen maar voor een klein gedeelte bij.

De systeemtherapeut (relatie- en gezinstherapeut) heeft het daarbij nog wat zwaarder: hij/zij moet met alle gezinsleden een even wezenlijke relatie aangaan. Het aangaan van een authentieke relatie met 1 client is al een hele klus. Het is natuurlijk makkelijker als je al een natuurlijke sympathie voelt ten opzichte van je client (hoewel dat zeker geen garantie is). Met een gezinssysteem wordt het ingewikkelder. Wellicht voel ik met een van de gezinsleden een natuurlijke connectie, maar bij een ander ervaar ik juist meteen een bepaalde irritatie of zelfs afkeer. Als systeemtherapeut kan ik me daar niet door laten leiden. Het is mijn verantwoordelijkheid om dergelijke weerstanden bij mezelf te onderzoeken en te proberen die te overbruggen, zodat ik met alle gezinsleden een gelijkwaardige behandelrelatie aan kan gaan. Dat klinkt misschien als `a hell of a job’, en heel soms is dat ook zo. Maar over het algemeen ervaar ik het als een enorme verrijking voor mezelf, zowel op professioneel als persoonlijk vlak.

The Road Ahead – over betekenisgevingsvaardigheden

De afgelopen weken ben ik met verschillende cliënten bezig geweest met betekenisgeving ten aanzien van ervaringen die ze hebben gehad in hun leven. Michael White heeft me geleerd dat alle mensen betekenisgevingsvaardigheden hebben. De taak van de therapeut is om een context te creëren waarin deze vaardigheden bevorderd worden. Mensen vertellen verhalen over hun leven, en door die verhalen geven ze betekenis aan wat ze meemaken. Door de manier waarop we onze ervaringen opnemen in ons levensverhaal, kennen we er een bepaalde betekenis aan toe.

Wanneer mensen ernstige (traumatiserende) dingen meemaken, treden overlevingsmechanismes in werking. De een trekt zich terug, de ander reageert agressief, de een gaat oplossingen bedenken, de ander probeert iedereen tevreden te houden. Iedereen reageert anders.

Het risico van het bespreken van traumatische gebeurtenissen is dat mensen hierdoor opnieuw getraumatiseerd kunnen worden, of het trauma in stand gehouden wordt. Het kan ook heel therapeutisch zijn, om tot in detail te vertellen wat er gebeurd is, maar daar is een sterke, veilige therapeutische setting voor nodig, en het is zeker niet aan te bevelen om dat met andere gezinsleden samen te doen. In systeemtherapie wil ik juist iets anders doen, een andere setting creëren.

Vandaag heb ik bijvoorbeeld met twee kinderen gesproken over de nare thuissituatie van de afgelopen tijd, en ik ga ze dan niet precies vragen wat er allemaal gebeurd is (zo nu en dan vertellen ze daar uit zichzelf wel over), maar ik ben vooral nieuwsgierig wat de Situatie met ze gedaan heeft en hoe ze er mee om zijn gegaan. Ik vraag naar hun betekenisgevingsvaardigheden. Dit doen we door bijvoorbeeld dingen op te schrijven, of te tekenen. We staan stil bij hoe groot de invloed is van de Situatie en alle Gevoelens die erbij horen, en hoeveel Gewoon Leven er nog over is. We bespreken hoe ze zichzelf helpen, hoe ze hulp vragen als het nodig is en bij wie, enzovoorts. Opvallend hoe de kinderen, na een aanvankelijk wat gereserveerd en afwachtende houding, gedurende de sessie loskomen en steeds meer gaan vertellen, tekeningen maken, betekenis geven. Ze krijgen weer grip op hun Situatie en hun eigen binnenwereld.

Vorige week werkte ik met twee jongeren uit eenzelfde gezin en bespraken we hun Situatie op een vergelijkbare manier. Ik hielp ze om naar elkaar uit te spreken waar ze groei zien bij elkaar, waarop ze trots zijn en dankbaar voor zijn, hoe ze elkaar hebben geholpen om te gaan met de Situatie, waarin ze elkaar bewonderen. De Situatie had hen veel negatieve gevoelens opgeleverd, negatief zelfbeeld, somberheid, depressie, angst, verdriet, boosheid. Hoewel ze elkaar in crisissituaties altijd opzochten en oplossingen gingen bedenken, hadden ze deze waardering nog nooit naar elkaar uitgesproken. Het was hartverwarmend om te zien en achteraf hoor ik dat het ze heeft geholpen om anders naar zichzelf en elkaar te kijken, er waren nieuwe betekenissen ontstaan.

Ieder mens heeft betekenisgevingsvaardigheden. Het mooie aan mijn werk vind ik dat ik mensen kan helpen om deze vaardigheden aan te boren en te ontwikkelen. Een levensverhaal van verlies, trauma, somberheid en negativiteit kan dan weer een verhaal van hoop en van groei worden. Het is geen verhaal meer van eindeloze herhaling, maar een verhaal met een open eind, met zicht op een betere toekomst. Dat is voor mij therapie.

Werk Ohne Autor – een film over trauma

Waarschuwing: spoiler alert!

Afgelopen zondagmiddag had ik sinds lang weer eens tijd om naar de bioscoop te gaan. De keuze viel op Werk Ohne Autor, een film van Florian Henckel von Donnersmarck (Das Leben Der Anderen), vanwege een tip van een collega. Ik heb er al weer een nacht over geslapen en het leven vraagt al weer allerlei verantwoordlijkheden van me, maar diep van binnen ben ik er nog steeds stil van. Het verhaal, gebaseerd op het leven van de Oost-Duitse kunstenaar Gerhard Richter, volgt ten tijde van de tweede wereldoorlog en daarna de jonge kunstenaar Kurt, die zwaar getraumatiseerd is geraakt in zijn vroege jeugd. Zijn zoektocht naar de kunst, naar zichzelf, en hoe hij uiteindelijk vanuit zijn onderbewuste vorm weet te geven aan zijn verdrongen herinneringen, is aangrijpend.

De film laat heel veel zien, en dat maakt het ook een goed verhaal: aan de hand van een persoonlijke levensgeschiedenis worden grote thema’s aangeraakt, de beste manier om deze thema’s dichterbij te brengen. Als therapeut kijk ik toch op een bepaalde manier naar zo’n film, ik kan het niet helpen.

Alle personages in de film worstelen met zichzelf; er is veel verdringing. De een probeert met alle macht een slechte kant van zichzelf te verdringen (de rol van Sebastian Koch als voormalig nazi-arts), een ander (diens vrouw) probeert krampachtig net te doen of het er allemaal niet is, weer een ander (Kurt, de jonge kunstenaar) heeft alles zo onbewust verdrongen dat die er helemaal niet meer bij kan. Tekenend is de scene waarbij hij geïnterviewd wordt na zijn eerste succesvolle expositie, en niet bij machte is zijn eigen werk te duiden. Zijn kunst is met recht Werk Ohne Autor, zoals de regisseur een recensent laat zeggen: hij heeft iets gemaakt waarvan hij zelf niet weet waarom het zoveel impact heeft. De enige personen in de film die niets verdringen zijn zijn tante Elizabeth die hem leert nooit weg te kijken (maar zelf langzaam gek wordt) en zijn kunstdocent in Düsseldorf die zich op zeker moment in al zijn authentieke kwetsbaarheid toont aan Kurt, maar wel dag in dag uit in zijn trauma leeft. Dat laatste zet hem ook op het spoort om meer naar zichzelf op zoek te gaan in zijn kunst. Uiteindelijk maakt het autobusconcert het verhaal rond, en lijkt het alsof er bij Kurt toch iets van `in het reine komen’ heeft plaatsgevonden. Of weet hij het nog steeds niet?

Nu ik er over nadenk zijn er wel meer katharsis-achtige elementen in de film. Wanneer hij bezig is met `geestdodend’ handwerk, het boenen van de trappen in het ziekenhuis, volgt hij eigenlijk in de voetsporen van zijn vader. Wanneer zijn vrienden hem daar komen opzoeken en een dolletje maken met sop en water is dat vlak nadat hij zijn `paintersblock’ heeft doorbroken. Ondanks de zwaarte van de film klinkt er toch ook hoop in door. En het devies van tante Elizabeth zindert door de hele film: Never Look Away. Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Kurt probeert het wel, maar wanneer hij probeert te kijken wordt alles wazig. Dat is hoe trauma werkt, probeer het maar eens onder ogen te zien, zoiets ondraaglijks, je zelfbeschermingsmechanisme zorgt dat alles wazig wordt of een andere betekenis krijgt. Totdat het niet anders meer kan. De voormalige nazi-arts breekt als hij in het atelier van Kurt de werken ziet die als een spiegel voor hem zijn. Hij kan zijn zorgvuldig opgebouwde façade niet langer ophouden en kan alleen nog vluchten. Dit is te pijnlijk, te groot, te confronterend. Als hij weg is blijft Kurt verdwaasd achter, geen idee wat er zojuist is gebeurd…

Acceptatie

Mensen gaan vaak in therapie omdat ze ontevreden zijn. Ontevreden over zichzelf, over de ander, over de relatie. Ze willen graag dat er iets verandert. Dat lukt vaak niet, en dat levert frustratie op. Waarom hebben we eigenlijk zoveel moeite met acceptatie?

Een van de belangrijkste aspecten van mijn houding als therapeut vind ik die acceptatie van de ander. De cliënt, het koppel, het gezin, voor me accepteer ik zoals ze zijn. Bij de een is dat makkelijker dan bij de ander; wanneer iemand me ligt, er is een natuurlijke klik, ik vind iemand sympathiek, dan is dat makkelijker. Sommige mensen raken een gevoelige snaar bij me, hun gedrag irriteert me, het maakt dat ik geneigd ben op een bepaalde manier te reageren; dan moet ik wat harder werken om tot die acceptatie te komen. Het oprecht willen begrijpen van de ander en zijn/haar beweegredenen zijn daar belangrijk in. Ik voel dit als een grote verantwoordelijkheid.

Wat er bij van binnen gebeurd gebeurt bij de cliënt ook, al is het meestal grotendeels een onbewust proces. Therapie is een middel om dat onbewuste proces meer bewust te maken. Hierdoor, en door mijn accepterende houding, help ik mensen verder op weg naar acceptatie. Acceptatie van zichzelf, van de ander en van de relatie(s).

Ik geef een alledaags voorbeeld om duidelijk te maken wat ik bedoel. Wanneer een kind zich op school niet netjes gedraagt, bijvoorbeeld in de klas verstorend gedrag laat zien, niet luistert naar de juf, zich boos of agressief uit; wat gebeurd er dan over het algemeen? Het kind wordt gecorrigeerd, krijgt straf, wordt streng toegesproken. Wanneer dit gedrag terugkeert worden ouders erbij gehaald, en de focus komt vaak nog meer op het probleemgedrag van het kind te liggen. Gelukkig is dat zeker niet overal zo, maar er zijn nogal wat scholen en leerkrachten waarbij het zo gaat. Een kind vertoont echter nooit zomaar bepaald gedrag. Heeft het te maken met een gespannen thuissituatie? Wordt het kind niet voldoende uitgedaagd op school? Wordt het gepest door andere leerlingen? Er kunnen vele verklaringen zijn voor het gedrag van het kind, en dat moet je proberen te begrijpen. Wanneer de juf, samen met de ouders, het kind gaat proberen te begrijpen, en daar op een helpende manier op leert reageren, ontstaat er een andere dynamiek. Het kind kan zich begrepen voelen, gezien, niet veroordeeld. Het kind voelt zich geaccepteerd. Het kind kan dan ook meer open staan voor wat zijn/haar gedrag met de ander doet. Eerst connectie, dan correctie, wordt weleens gezegd. Acceptatie betekent dus niet persé het uit de weg gaan van moeilijkheden, integendeel. Het betekent wel dat je leert het niet te veroordelen, niet van jezelf en ook niet van de ander.

Wanneer we proberen te begrijpen, en vervolgens te accepteren, gebeurd er iets anders dan wanneer we proberen te controleren en te veranderen. Dit proces speelt in bijna elke therapie een rol, of het nu individuele therapie, relatietherapie of gezinstherapie is. Via het begrijpen en betekenisgeven komen we tot acceptatie. Acceptatie van onszelf, en van de belangrijke relaties in ons leven. De therapeut gaat hierin voorop. De therapeut creëert met zijn cliënt(systeem) een accepterende relatie die een helend effect kan hebben. Daarom gebeurd er in therapie niet zelden iets anders dan waar mensen aanvankelijk voor komen. Men komt binnen met een sterke drang dat dingen moeten veranderen (bij zichzelf of bij de ander). Na verloop van tijd komt er meer begrip, meer acceptatie, en daarmee ontspanning. De persoon verandert niet persé, de ander ook niet, het is de relatie (met zichzelf, met de ander) die verandert.

Acceptatie is een van de moeilijkste dingen. Het alternatief, het wegduwen en veroordelen van negatieve emoties, lijkt makkelijker en heeft misschien een tijd gewerkt; om jezelf te beschermen, te voorkomen dat je tezeer gekwetst wordt, tezeer uit balans gebracht. Wanneer je daarin vastloopt of dreigt te lopen, is het misschien tijd voor een andere benadering?

Van destructieve naar helende patronen – het behandelen van gezinstrauma

Ik zie regelmatig gezinnen waarbij een gezinslid getraumatiseerd is geraakt. Ik ga steeds meer zien dat het trauma niet tot dat ene gezinslid beperkt blijft, maar dat vaak het hele gezin getraumatiseerd is geraakt door de gebeurtenis(sen). Een traumabehandeling zou dan ook nooit beperkt moeten blijven tot een individuele behandeling, hoe effectief bv EMDR ook kan zijn.

Scott Sells heeft een mooie methode ontwikkeld om gezinstrauma te behandelen (FST, Family Systems Trauma). Ik lees en werk momenteel met zijn boek `Treating The Traumatized Child‘. Het boek is helder en zeer gestructureerd opgezet, en dat doet een beetje Amerikaans aan; enerzijds fijn om zo’n concreet inzicht te krijgen in hoe hij werkt, anderzijds voelt het dan ook weer een beetje als een keurslijf. Zelf hou ik meer van het integreren van nieuwe methodieken in mijn bestaande werkwijze, en ik ontdek zeker mooie dingen bij Sells die ik dankbaar kan gebruiken.

Vooral de methode voor het in kaart brengen van de destructieve, door trauma gevoede, patronen met de ongezonde onderstromen vind ik helpend om met cliënten wat inzicht te krijgen in hoe deze processen werken. Het ontschuldigt en externaliseert de problemen. Vervolgens kun je dan samen op zoek gaan naar helende patronen die helpen om de invloed van het trauma te verkleinen en de onderlinge relaties te herstellen. De methode van Sells is een combinatie van structurele, strategische en narratieve elementen, en vormt daardoor een mooie aanvulling op mijn bestaande werkwijze. Hier en daar doet het me ook wel eens denken aan de EFT benadering van Sue Johnson (voor koppels), maar dan op gezinnen en op trauma toegepast.

Ik merk vaak dat tussen gezinsleden ongezonde en destructieve patronen ontstaan die gevoed worden door het trauma. Bijvoorbeeld bij een moeder en zoon, die beiden nog worstelen met de gevolgen van een gewelddadige relatie tussen ouders. Op momenten dat de zoon zich wat dwingend opstelt naar moeder roept dat allerlei traumatische herinneringen op (onderstroom), waardoor moeder niet meer rustig kan blijven en voor het kind helpend reageren. De heftige reactie van moeder roept op zijn beurt weer angst en afwijzing op bij de zoon, en dit ontaardt in een destructief patroon waarbij aan het eind van het liedje beiden weer in hun trauma versterkt worden. Belangrijk is te beseffen dat dit niet opzettelijk gebeurd, het is het trauma dat dit patroon voedt en ze hebben er geen verweer tegen. Samen gaan we dan in dit patroon op zoek naar wat de onderstroom van behoeften is, en installeren we helende patronen/rituelen/acties. De invloed van het trauma in het hier en nu wordt nu teruggedrongen en er kan herstel plaatsvinden, zowel in de individuen als in de relatie. In plaats van dat het trauma en de schaamte voortdurend bevestigd worden en hun invloed steeds verder kunnen uitbreiden zorgen de helende acties ervoor dat er weer ruimte komt voor samen, voor heling, en voor trots, hoe ze samen het trauma te boven komen.

Terugblikken en vooruitkijken

Het einde van het jaar nadert. Voor velen een moment van bezinning. We kijken terug op het afgelopen jaar en we denken na over waar we heen willen, wat belangrijk is. Reflectie, introspectie, bezinning, het is goed om hiermee bezig te zijn in de donkere dagen rond kerst. In de natuur gaat het ook zo: planten en dieren trekken zich terug, houden winterslaap, verliezen hun bladeren, alle energie trekt zich terug naar de kern, krachten verzamelen voor het nieuwe lenteseizoen dat in aantocht is. Een natuurlijk ritme.

Ook in therapie doe ik dit regelmatig en probeer ik er vorm aan te geven met creatieve hulpmiddelen en rituelen. Ik heb in de loop der tijd een bijzondere collectie kaarten verzameld (waarvan er op de afbeelding een paar te zien zijn), die ik hierbij vaak gebruik. Ik laat cliënten een aantal kaarten uitzoeken, bijvoorbeeld om elkaar voor te stellen, of in dit geval om ruimte te maken voor reflectie. Ik vraag dan om 1 kaart uit te zoeken voor `wat van de afgelopen periode wil je graag meenemen/vasthouden?’, 1 kaart voor `wat zou je graag af willen sluiten/achter je laten?’ en 1 kaart voor `hoe ga je de toekomst tegemoet?’. Dit levert vaak mooie gesprekken op, de kaarten nodigen uit tot associatie, reflectie, introspectie. Je bent eerst even met jezelf bezig (introspectie), deelt vervolgens met elkaar wat de kaarten betekenen (expressie) en staat stil bij hoe het verhaal van de ander je raakt (reflectie). Ik merk dat het voor mensen vaak makkelijker is om tot woorden te komen wanneer je begint met in stilte een beeld uit te zoeken.

Ook maak ik graag gebruik van bepaalde rituelen, zoals iets markeren, afsluiten, of juist visualiseren en uitspreken. In een therapiegroep waar al veel aan reflectie en uitwisseling was gedaan vroeg ik de deelnemers laatst om hun diepste wens op te schrijven op een velletje papier. Dit velletje konden ze dubbelvouwen en in een kistje stoppen. Onze belofte daarbij was dat wij hun wensen zorgvuldig zouden bewaren. Het was een mooi moment van introspectie, waarbij iets wat misschien nog moeilijk of niet uit te spreken is toch geconcretiseerd kon worden en waardevol gemaakt.

In ons gezin thuis doen we vaak ook iets met reflectie, meestal op oudjaarsavond. Het is goed om terug te kijken, uit te spreken wat fijn was, wat moeilijk was, waar je trots op bent, waardering naar elkaar uit te spreken. Ook om vooruit te kijken en ruimte te bieden aan mijmeren over de toekomst, voorzichtig woorden geven aan een verlangen dat in je leeft. Het kan heel anders lopen, maar het is goed om af en toe stil te staan en te bezinnen. Het brengt je naar de kern, naar datgene wat werkelijk waarde voor je heeft. En dat met elkaar te delen bindt samen.

Fijne feestdagen en een verrijkend 2019 gewenst!