The Road Ahead – over betekenisgevingsvaardigheden

De afgelopen weken ben ik met verschillende cliënten bezig geweest met betekenisgeving ten aanzien van ervaringen die ze hebben gehad in hun leven. Michael White heeft me geleerd dat alle mensen betekenisgevingsvaardigheden hebben. De taak van de therapeut is om een context te creëren waarin deze vaardigheden bevorderd worden. Mensen vertellen verhalen over hun leven, en door die verhalen geven ze betekenis aan wat ze meemaken. Door de manier waarop we onze ervaringen opnemen in ons levensverhaal, kennen we er een bepaalde betekenis aan toe.

Wanneer mensen ernstige (traumatiserende) dingen meemaken, treden overlevingsmechanismes in werking. De een trekt zich terug, de ander reageert agressief, de een gaat oplossingen bedenken, de ander probeert iedereen tevreden te houden. Iedereen reageert anders.

Het risico van het bespreken van traumatische gebeurtenissen is dat mensen hierdoor opnieuw getraumatiseerd kunnen worden, of het trauma in stand gehouden wordt. Het kan ook heel therapeutisch zijn, om tot in detail te vertellen wat er gebeurd is, maar daar is een sterke, veilige therapeutische setting voor nodig, en het is zeker niet aan te bevelen om dat met andere gezinsleden samen te doen. In systeemtherapie wil ik juist iets anders doen, een andere setting creëren.

Vandaag heb ik bijvoorbeeld met twee kinderen gesproken over de nare thuissituatie van de afgelopen tijd, en ik ga ze dan niet precies vragen wat er allemaal gebeurd is (zo nu en dan vertellen ze daar uit zichzelf wel over), maar ik ben vooral nieuwsgierig wat de Situatie met ze gedaan heeft en hoe ze er mee om zijn gegaan. Ik vraag naar hun betekenisgevingsvaardigheden. Dit doen we door bijvoorbeeld dingen op te schrijven, of te tekenen. We staan stil bij hoe groot de invloed is van de Situatie en alle Gevoelens die erbij horen, en hoeveel Gewoon Leven er nog over is. We bespreken hoe ze zichzelf helpen, hoe ze hulp vragen als het nodig is en bij wie, enzovoorts. Opvallend hoe de kinderen, na een aanvankelijk wat gereserveerd en afwachtende houding, gedurende de sessie loskomen en steeds meer gaan vertellen, tekeningen maken, betekenis geven. Ze krijgen weer grip op hun Situatie en hun eigen binnenwereld.

Vorige week werkte ik met twee jongeren uit eenzelfde gezin en bespraken we hun Situatie op een vergelijkbare manier. Ik hielp ze om naar elkaar uit te spreken waar ze groei zien bij elkaar, waarop ze trots zijn en dankbaar voor zijn, hoe ze elkaar hebben geholpen om te gaan met de Situatie, waarin ze elkaar bewonderen. De Situatie had hen veel negatieve gevoelens opgeleverd, negatief zelfbeeld, somberheid, depressie, angst, verdriet, boosheid. Hoewel ze elkaar in crisissituaties altijd opzochten en oplossingen gingen bedenken, hadden ze deze waardering nog nooit naar elkaar uitgesproken. Het was hartverwarmend om te zien en achteraf hoor ik dat het ze heeft geholpen om anders naar zichzelf en elkaar te kijken, er waren nieuwe betekenissen ontstaan.

Ieder mens heeft betekenisgevingsvaardigheden. Het mooie aan mijn werk vind ik dat ik mensen kan helpen om deze vaardigheden aan te boren en te ontwikkelen. Een levensverhaal van verlies, trauma, somberheid en negativiteit kan dan weer een verhaal van hoop en van groei worden. Het is geen verhaal meer van eindeloze herhaling, maar een verhaal met een open eind, met zicht op een betere toekomst. Dat is voor mij therapie.

Advertenties

Werk Ohne Autor – een film over trauma

Waarschuwing: spoiler alert!

Afgelopen zondagmiddag had ik sinds lang weer eens tijd om naar de bioscoop te gaan. De keuze viel op Werk Ohne Autor, een film van Florian Henckel von Donnersmarck (Das Leben Der Anderen), vanwege een tip van een collega. Ik heb er al weer een nacht over geslapen en het leven vraagt al weer allerlei verantwoordlijkheden van me, maar diep van binnen ben ik er nog steeds stil van. Het verhaal, gebaseerd op het leven van de Oost-Duitse kunstenaar Gerhard Richter, volgt ten tijde van de tweede wereldoorlog en daarna de jonge kunstenaar Kurt, die zwaar getraumatiseerd is geraakt in zijn vroege jeugd. Zijn zoektocht naar de kunst, naar zichzelf, en hoe hij uiteindelijk vanuit zijn onderbewuste vorm weet te geven aan zijn verdrongen herinneringen, is aangrijpend.

De film laat heel veel zien, en dat maakt het ook een goed verhaal: aan de hand van een persoonlijke levensgeschiedenis worden grote thema’s aangeraakt, de beste manier om deze thema’s dichterbij te brengen. Als therapeut kijk ik toch op een bepaalde manier naar zo’n film, ik kan het niet helpen.

Alle personages in de film worstelen met zichzelf; er is veel verdringing. De een probeert met alle macht een slechte kant van zichzelf te verdringen (de rol van Sebastian Koch als voormalig nazi-arts), een ander (diens vrouw) probeert krampachtig net te doen of het er allemaal niet is, weer een ander (Kurt, de jonge kunstenaar) heeft alles zo onbewust verdrongen dat die er helemaal niet meer bij kan. Tekenend is de scene waarbij hij geïnterviewd wordt na zijn eerste succesvolle expositie, en niet bij machte is zijn eigen werk te duiden. Zijn kunst is met recht Werk Ohne Autor, zoals de regisseur een recensent laat zeggen: hij heeft iets gemaakt waarvan hij zelf niet weet waarom het zoveel impact heeft. De enige personen in de film die niets verdringen zijn zijn tante Elizabeth die hem leert nooit weg te kijken (maar zelf langzaam gek wordt) en zijn kunstdocent in Düsseldorf die zich op zeker moment in al zijn authentieke kwetsbaarheid toont aan Kurt, maar wel dag in dag uit in zijn trauma leeft. Dat laatste zet hem ook op het spoort om meer naar zichzelf op zoek te gaan in zijn kunst. Uiteindelijk maakt het autobusconcert het verhaal rond, en lijkt het alsof er bij Kurt toch iets van `in het reine komen’ heeft plaatsgevonden. Of weet hij het nog steeds niet?

Nu ik er over nadenk zijn er wel meer katharsis-achtige elementen in de film. Wanneer hij bezig is met `geestdodend’ handwerk, het boenen van de trappen in het ziekenhuis, volgt hij eigenlijk in de voetsporen van zijn vader. Wanneer zijn vrienden hem daar komen opzoeken en een dolletje maken met sop en water is dat vlak nadat hij zijn `paintersblock’ heeft doorbroken. Ondanks de zwaarte van de film klinkt er toch ook hoop in door. En het devies van tante Elizabeth zindert door de hele film: Never Look Away. Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Kurt probeert het wel, maar wanneer hij probeert te kijken wordt alles wazig. Dat is hoe trauma werkt, probeer het maar eens onder ogen te zien, zoiets ondraaglijks, je zelfbeschermingsmechanisme zorgt dat alles wazig wordt of een andere betekenis krijgt. Totdat het niet anders meer kan. De voormalige nazi-arts breekt als hij in het atelier van Kurt de werken ziet die als een spiegel voor hem zijn. Hij kan zijn zorgvuldig opgebouwde façade niet langer ophouden en kan alleen nog vluchten. Dit is te pijnlijk, te groot, te confronterend. Als hij weg is blijft Kurt verdwaasd achter, geen idee wat er zojuist is gebeurd…

Acceptatie

Mensen gaan vaak in therapie omdat ze ontevreden zijn. Ontevreden over zichzelf, over de ander, over de relatie. Ze willen graag dat er iets verandert. Dat lukt vaak niet, en dat levert frustratie op. Waarom hebben we eigenlijk zoveel moeite met acceptatie?

Een van de belangrijkste aspecten van mijn houding als therapeut vind ik die acceptatie van de ander. De cliënt, het koppel, het gezin, voor me accepteer ik zoals ze zijn. Bij de een is dat makkelijker dan bij de ander; wanneer iemand me ligt, er is een natuurlijke klik, ik vind iemand sympathiek, dan is dat makkelijker. Sommige mensen raken een gevoelige snaar bij me, hun gedrag irriteert me, het maakt dat ik geneigd ben op een bepaalde manier te reageren; dan moet ik wat harder werken om tot die acceptatie te komen. Het oprecht willen begrijpen van de ander en zijn/haar beweegredenen zijn daar belangrijk in. Ik voel dit als een grote verantwoordelijkheid.

Wat er bij van binnen gebeurd gebeurt bij de cliënt ook, al is het meestal grotendeels een onbewust proces. Therapie is een middel om dat onbewuste proces meer bewust te maken. Hierdoor, en door mijn accepterende houding, help ik mensen verder op weg naar acceptatie. Acceptatie van zichzelf, van de ander en van de relatie(s).

Ik geef een alledaags voorbeeld om duidelijk te maken wat ik bedoel. Wanneer een kind zich op school niet netjes gedraagt, bijvoorbeeld in de klas verstorend gedrag laat zien, niet luistert naar de juf, zich boos of agressief uit; wat gebeurd er dan over het algemeen? Het kind wordt gecorrigeerd, krijgt straf, wordt streng toegesproken. Wanneer dit gedrag terugkeert worden ouders erbij gehaald, en de focus komt vaak nog meer op het probleemgedrag van het kind te liggen. Gelukkig is dat zeker niet overal zo, maar er zijn nogal wat scholen en leerkrachten waarbij het zo gaat. Een kind vertoont echter nooit zomaar bepaald gedrag. Heeft het te maken met een gespannen thuissituatie? Wordt het kind niet voldoende uitgedaagd op school? Wordt het gepest door andere leerlingen? Er kunnen vele verklaringen zijn voor het gedrag van het kind, en dat moet je proberen te begrijpen. Wanneer de juf, samen met de ouders, het kind gaat proberen te begrijpen, en daar op een helpende manier op leert reageren, ontstaat er een andere dynamiek. Het kind kan zich begrepen voelen, gezien, niet veroordeeld. Het kind voelt zich geaccepteerd. Het kind kan dan ook meer open staan voor wat zijn/haar gedrag met de ander doet. Eerst connectie, dan correctie, wordt weleens gezegd. Acceptatie betekent dus niet persé het uit de weg gaan van moeilijkheden, integendeel. Het betekent wel dat je leert het niet te veroordelen, niet van jezelf en ook niet van de ander.

Wanneer we proberen te begrijpen, en vervolgens te accepteren, gebeurd er iets anders dan wanneer we proberen te controleren en te veranderen. Dit proces speelt in bijna elke therapie een rol, of het nu individuele therapie, relatietherapie of gezinstherapie is. Via het begrijpen en betekenisgeven komen we tot acceptatie. Acceptatie van onszelf, en van de belangrijke relaties in ons leven. De therapeut gaat hierin voorop. De therapeut creëert met zijn cliënt(systeem) een accepterende relatie die een helend effect kan hebben. Daarom gebeurd er in therapie niet zelden iets anders dan waar mensen aanvankelijk voor komen. Men komt binnen met een sterke drang dat dingen moeten veranderen (bij zichzelf of bij de ander). Na verloop van tijd komt er meer begrip, meer acceptatie, en daarmee ontspanning. De persoon verandert niet persé, de ander ook niet, het is de relatie (met zichzelf, met de ander) die verandert.

Acceptatie is een van de moeilijkste dingen. Het alternatief, het wegduwen en veroordelen van negatieve emoties, lijkt makkelijker en heeft misschien een tijd gewerkt; om jezelf te beschermen, te voorkomen dat je tezeer gekwetst wordt, tezeer uit balans gebracht. Wanneer je daarin vastloopt of dreigt te lopen, is het misschien tijd voor een andere benadering?

Van destructieve naar helende patronen – het behandelen van gezinstrauma

Ik zie regelmatig gezinnen waarbij een gezinslid getraumatiseerd is geraakt. Ik ga steeds meer zien dat het trauma niet tot dat ene gezinslid beperkt blijft, maar dat vaak het hele gezin getraumatiseerd is geraakt door de gebeurtenis(sen). Een traumabehandeling zou dan ook nooit beperkt moeten blijven tot een individuele behandeling, hoe effectief bv EMDR ook kan zijn.

Scott Sells heeft een mooie methode ontwikkeld om gezinstrauma te behandelen (FST, Family Systems Trauma). Ik lees en werk momenteel met zijn boek `Treating The Traumatized Child‘. Het boek is helder en zeer gestructureerd opgezet, en dat doet een beetje Amerikaans aan; enerzijds fijn om zo’n concreet inzicht te krijgen in hoe hij werkt, anderzijds voelt het dan ook weer een beetje als een keurslijf. Zelf hou ik meer van het integreren van nieuwe methodieken in mijn bestaande werkwijze, en ik ontdek zeker mooie dingen bij Sells die ik dankbaar kan gebruiken.

Vooral de methode voor het in kaart brengen van de destructieve, door trauma gevoede, patronen met de ongezonde onderstromen vind ik helpend om met cliënten wat inzicht te krijgen in hoe deze processen werken. Het ontschuldigt en externaliseert de problemen. Vervolgens kun je dan samen op zoek gaan naar helende patronen die helpen om de invloed van het trauma te verkleinen en de onderlinge relaties te herstellen. De methode van Sells is een combinatie van structurele, strategische en narratieve elementen, en vormt daardoor een mooie aanvulling op mijn bestaande werkwijze. Hier en daar doet het me ook wel eens denken aan de EFT benadering van Sue Johnson (voor koppels), maar dan op gezinnen en op trauma toegepast.

Ik merk vaak dat tussen gezinsleden ongezonde en destructieve patronen ontstaan die gevoed worden door het trauma. Bijvoorbeeld bij een moeder en zoon, die beiden nog worstelen met de gevolgen van een gewelddadige relatie tussen ouders. Op momenten dat de zoon zich wat dwingend opstelt naar moeder roept dat allerlei traumatische herinneringen op (onderstroom), waardoor moeder niet meer rustig kan blijven en voor het kind helpend reageren. De heftige reactie van moeder roept op zijn beurt weer angst en afwijzing op bij de zoon, en dit ontaardt in een destructief patroon waarbij aan het eind van het liedje beiden weer in hun trauma versterkt worden. Belangrijk is te beseffen dat dit niet opzettelijk gebeurd, het is het trauma dat dit patroon voedt en ze hebben er geen verweer tegen. Samen gaan we dan in dit patroon op zoek naar wat de onderstroom van behoeften is, en installeren we helende patronen/rituelen/acties. De invloed van het trauma in het hier en nu wordt nu teruggedrongen en er kan herstel plaatsvinden, zowel in de individuen als in de relatie. In plaats van dat het trauma en de schaamte voortdurend bevestigd worden en hun invloed steeds verder kunnen uitbreiden zorgen de helende acties ervoor dat er weer ruimte komt voor samen, voor heling, en voor trots, hoe ze samen het trauma te boven komen.

Terugblikken en vooruitkijken

Het einde van het jaar nadert. Voor velen een moment van bezinning. We kijken terug op het afgelopen jaar en we denken na over waar we heen willen, wat belangrijk is. Reflectie, introspectie, bezinning, het is goed om hiermee bezig te zijn in de donkere dagen rond kerst. In de natuur gaat het ook zo: planten en dieren trekken zich terug, houden winterslaap, verliezen hun bladeren, alle energie trekt zich terug naar de kern, krachten verzamelen voor het nieuwe lenteseizoen dat in aantocht is. Een natuurlijk ritme.

Ook in therapie doe ik dit regelmatig en probeer ik er vorm aan te geven met creatieve hulpmiddelen en rituelen. Ik heb in de loop der tijd een bijzondere collectie kaarten verzameld (waarvan er op de afbeelding een paar te zien zijn), die ik hierbij vaak gebruik. Ik laat cliënten een aantal kaarten uitzoeken, bijvoorbeeld om elkaar voor te stellen, of in dit geval om ruimte te maken voor reflectie. Ik vraag dan om 1 kaart uit te zoeken voor `wat van de afgelopen periode wil je graag meenemen/vasthouden?’, 1 kaart voor `wat zou je graag af willen sluiten/achter je laten?’ en 1 kaart voor `hoe ga je de toekomst tegemoet?’. Dit levert vaak mooie gesprekken op, de kaarten nodigen uit tot associatie, reflectie, introspectie. Je bent eerst even met jezelf bezig (introspectie), deelt vervolgens met elkaar wat de kaarten betekenen (expressie) en staat stil bij hoe het verhaal van de ander je raakt (reflectie). Ik merk dat het voor mensen vaak makkelijker is om tot woorden te komen wanneer je begint met in stilte een beeld uit te zoeken.

Ook maak ik graag gebruik van bepaalde rituelen, zoals iets markeren, afsluiten, of juist visualiseren en uitspreken. In een therapiegroep waar al veel aan reflectie en uitwisseling was gedaan vroeg ik de deelnemers laatst om hun diepste wens op te schrijven op een velletje papier. Dit velletje konden ze dubbelvouwen en in een kistje stoppen. Onze belofte daarbij was dat wij hun wensen zorgvuldig zouden bewaren. Het was een mooi moment van introspectie, waarbij iets wat misschien nog moeilijk of niet uit te spreken is toch geconcretiseerd kon worden en waardevol gemaakt.

In ons gezin thuis doen we vaak ook iets met reflectie, meestal op oudjaarsavond. Het is goed om terug te kijken, uit te spreken wat fijn was, wat moeilijk was, waar je trots op bent, waardering naar elkaar uit te spreken. Ook om vooruit te kijken en ruimte te bieden aan mijmeren over de toekomst, voorzichtig woorden geven aan een verlangen dat in je leeft. Het kan heel anders lopen, maar het is goed om af en toe stil te staan en te bezinnen. Het brengt je naar de kern, naar datgene wat werkelijk waarde voor je heeft. En dat met elkaar te delen bindt samen.

Fijne feestdagen en een verrijkend 2019 gewenst!

Zelfonthulling

Onlangs had ik met een collega een gezinsgesprek, waarbij het jongste kind een persoonlijke vraag stelde aan de therapeuten. Hij wilde graag iets weten over ons persoonlijk leven en overtuigingen. Mijn collega, degelijk geschoold in Rogers, leek hier weinig moeite mee te hebben en begon spontaan antwoord te geven. Ikzelf, dacht toch van mezelf dat ik de overtuiging had dat openheid binnen de therapeutische relatie goed is, had er toch even wat moeite mee. Ik merkte bij mezelf dat er meteen wat radertjes gingen draaien: waarom vraagt hij dit, wat wil ik eigenlijk hierover zeggen, is dat wel in het belang van het therapeutische proces? Kortom: mijn innerlijke dialoog kwam op gang.

Vooral de vraag `waarom vraagt hij dit?’ bracht me op een goed spoor. Ik bedacht me dat het eigenlijk een heel logische vraag is voor een kind. Waarom zou hij eigenlijk niet iets persoonlijks willen weten over die twee vreemde mensen tegenover hem? Een kind, en zeker dit kind, kan dan soms zo’n vraag ook spontaan stellen, maar waarschijnlijk is dat bij de meeste cliënten deze behoefte wel leeft. De tijd waarin een therapeut vooral afstandelijk, expert-achtig, neutraal moest zijn en weinig tot niets aan zelfonthulling deed is volgens mij wel voorbij. Dat neemt niet weg dat het wel een spannend proces is, en daarbij is het ook goed om je af te vragen in hoeverre die zelfonthulling helpend is voor de cliënt. Belangrijk lijkt me dat het in lijn is met het spoor waar de cliënt zich bevind, maar als dat zo is kan zelfonthulling een mooie en helpende bijdrage zijn voor het therapeutisch proces.

De therapeutische relatie is het belangrijkste instrument dat verandering kan brengen in een therapeutisch proces. Ik ga een relatie aan met mijn cliënten, en vice versa, en de mate waarin dit lukt bepaald voor een groot deel de uitkomst van het proces. Natuurlijk is het een bijzondere, zelfs enigszins vreemde, relatie; er is een groot verschil in positie, het is een asymmetrische relatie waarbij het zwaartepunt ligt bij de cliënt en diens ervaren problemen, en er zijn nog een aantal andere aspecten die de therapeutische relatie bijzonder en afwijkend maken. Doordat het zo’n bijzondere relatie is kan hij juist ook heel krachtig zijn. Binnen deze relatie kunnen dingen besproken worden die normaliter niet gezegd worden of zelfs nog niet eerder woorden hebben gekregen. Binnen deze relatie kun je oefenen, mag je fouten maken, kunnen zelfs breuken ontstaan, maar het zal nooit leiden (althans niet van de kant van de therapeut) tot een veroordeling, een afwijzing, een definitieve breuk. Deze relatie is primair gericht op groei. En die groei werkt beide kanten op. De mate waarin de therapeut in staat is zich open te stellen en zichzelf en de therapeutische relatie actief te onderzoeken, bepaald voor een groot deel de mate van groei, zowel bij de cliënt als bij de therapeut zelf. Het maakt daarbij niet uit of het een individuele therapie, een relatietherapie of gezinstherapie betreft.

Als we zo kijken naar de therapeutische relatie dan kan het niet anders dan dat de therapeut zich van tijd tot tijd persoonlijk en kwetsbaar laat zien. Ik heb meermaals gemerkt dat een goed getimede en op de cliënt afgestemde zelfonthulling enorm bijdraagt aan de groei van de therapeutische relatie. Enige tijd geleden heb ik bijvoorbeeld een 16-jarige cliënt mij laten interviewen over hoe ik me voel in groepen en hoe ik hiermee omga, een thema waar zij op dat moment erg mee worstelde. Dit gaf haar een gevoel van erkenning en leverde haar tevens nieuwe perspectieven op, plus een leuk project, waarbij ze nog meer andere mensen wil gaan interviewen over dit thema.

Volgens mij zijn er drie manieren van zelfonthulling die in een therapie kunnen plaatsvinden:
• Zelfonthulling van de therapeut over zijn/haar eigen innerlijke leven, gedachten en gevoelens ten aanzien van thema’s binnen de therapie. Waar dit passend en helpend is voor de cliënt probeer ik dit zoveel mogelijk (gedoseerd) te doen
• Zelfonthulling en reflectie ten aanzien van de therapeutische relatie. Binnen de therapeutische relatie gebeurt van alles en dit doet ook iets met de therapeut. Wanneer ik dit merk dan probeer ik hierover te reflecteren (mijn innerlijke dialoog) en maak ik dit (direct of in tweede instantie) bespreekbaar met de cliënt (mentaliseren). Het is in mijn ogen onmogelijk om effectief therapie te bieden zonder dit te doen.
• Concrete zelfonthulling van de therapeut, bijvoorbeeld over waar je woont, je geschiedenis, waar of hoe je bent opgeleid. Hier ben ik altijd wat voorzichtiger, maar ik vind niet dat het per definitie verkeerd is om te doen. Ik geef cliënten bijvoorbeeld niet mijn adres of privé-nummer, maar vertel wel dat ik uit Rotterdam kom en hoeveel kinderen ik heb. Enige concrete informatie weten over de therapeut kan voor de cliënt zeker bijdragen aan het vertrouwen.

De burn-out samenleving

De burn-out is een van de sterkst groeiende klachten van onze moderne tijd. Een op de zeven werknemers lijdt eronder en een kwart van de ziekmeldingen heeft met burn-out te maken. De burn-out krijgt meer aandacht, maar behoort nog steeds bij de aandoeningen die als een beetje vaag worden gezien; het is niet een echte depressie, het heeft te maken met uitputting, misschien heb je het dan ook wel een beetje aan jezelf te danken denken we dan al snel. Had je misschien beter voor jezelf moeten zorgen, je grenzen eerder moeten aangeven? Het effect van een burn-out is dan ook vaak dat degene die ermee kampt ook nog eens sterke negatieve gevoelens over zichzelf kan krijgen. Prestatie, succes en competitie zijn belangrijk in onze maatschappij, en om je heen lijkt het toch alsof iedereen het goed voor elkaar heeft, op sociale media zie je alleen maar successtory’s voorbij komen. En nu lukt het jou blijkbaar niet om bij te blijven in die ratrace, misschien ben je toch niet goed genoeg?…

Survival of the fittest. Ja, ja, maar wie zijn dan de fittest? In een samenleving waarin het belangrijk is om een gevoelloze werkslaaf te zijn, een productiemachine die altijd nog een tandje hoger kan en altijd succes heeft, is het een mooi selectiecriterium; de zwaksten vallen vanzelf af. In Japan hebben ze er zelfs een woord voor: Karoshi (dood door overwerk). Eigen schuld, dikke bult. Maar wacht, is dat dan de samenleving die we willen? Zouden we met zijn alleen willen evolueren naar zo’n extreme maatschappij waarbij Karoshi of Burn-out normaal gevonden worden, een onderdeel van het natuurlijk selectieproces? Ik niet, in ieder geval.

Zelf heb ik ooit ook een burn-out gehad, en ik ben er gelukkig sterker uitgekomen, al heeft dat wel een tijdje geduurd. Het heeft geholpen om me meer bewust te zijn van mijn eigen keuzes, beter te leren luisteren naar mijn eigen lichaam, grenzen in acht te nemen, meer mindful zijn. Uiteindelijk was dat echter niet het belangrijkste. Je kunt heel goed al die dingen doen en toch weer op weg zijn naar de volgende burn-out. Joga, assertiviteit, plannen, zelfzorg, allemaal in dienst van een hogere effectiviteit, een betere productie. Bij mij moest iets fundamenteels veranderen, en dat was mijn kijk op de samenleving en hoe ik me daartoe wil verhouden.

We leven in een maatschappij die burn-out veroorzaakt. Het doorgeslagen individualisme, productiedrang, geïnstitutionaliseerd wantrouwen, consumentisme, de sociale media met hun like-en-deel-zucht, economische onzekerheid, enz. Het draagt er allemaal aan bij. Het zijn niet de mensen die een burn-out krijgen waar iets mis mee is, het is de maatschappij die in een aantal opzichten ziekmakend is. De vraag is: wat voor samenleving willen we? Welke ziekmakende mechanismes zijn er in onze samenleving en waar we niet meer aan willen bijdragen? Welke waarden zijn belangrijk, waar willen we in investeren? Hoe willen we ons verhouden ten opzichte van die maatschappij?

Natuurlijk moeten we het eigen aandeel niet vergeten, moeten we ook beter voor onszelf leren zorgen. Daarnaast is het echter ook belangrijk te erkennen dat het niet persé aan jou ligt. Er zijn een aantal mechanismen in onze samenleving die oneerlijk en onmenselijk zijn, en het is goed dat te erkennen. En misschien kunnen we er zelfs een steentje aan bijdragen om die dingen bespreekbaar te maken, samenwerking te zoeken met anderen, om samen in je eigen werkomgeving iets te veranderen, waar mogelijk. Ik zie het als mijn taak als therapeut om hier de vinger op te leggen. Anders ben ook ik alleen maar een verlengstuk van een door productie geobsedeerde samenleving en help ik cliënten van de regen in de drup. Ik wil mijn cliënten empoweren en hen helpen weer hun eigenwaarde terug te vinden en opnieuw betekenis te geven aan hun leven, ook na een burn-out.

Mens, durf te leven…

In verband met de holocaust heb ik eens iemand horen zeggen dat er twee soorten overlevenden zijn: zij die niet zijn gestorven en zij die opnieuw zijn gaan leven. Traumatische gebeurtenissen hebben grote impact op mensenlevens. Trauma brengt veel schade toe, maar het ergste is misschien nog wel dat het je de lust tot leven ontneemt. Niet voor niets hebben mensen die een trauma hebben meegemaakt vaak last van somberheid, depressie, lusteloosheid, hopeloosheid en worstelen zij niet zelden met zelfbeschadiging en/of suïcidaliteit. Trauma is een donkere en eenzame plek.

Bij de instelling waar ik werk behandelen we trauma bij kinderen en jongeren. Vaak wordt daar een individuele psychotherapie op ingezet, ondersteund met EMDR (een methodiek die helpt om traumatische gebeurtenissen een plek te geven en te `ontkoppelen’ van het heden) en systeemtherapie. Als systeemtherapeut focus ik me dan graag op het versterken van de vernieuwde identiteit en dit te verankeren in het netwerk (de belangrijkste mensen) om de cliënt heen. Ik merk hoe belangrijk dit is. Een traumabehandeling is niet klaar wanneer het trauma een plek heeft gekregen en de nare gebeurtenissen niet meer zo’n verlammende invloed op iemand hebben. Daarna begint het nieuwe leven. Niet meer als slachtoffer maar als overlevende van trauma. Dan is het belangrijk om je levensverhaal (wie ben ik, waar kom ik vandaan, waar wil ik heen) opnieuw te gaan vormgeven, het is dan niet meer alleen een verhaal van trauma, het wordt een verhaal van leven na trauma. Dat opnieuw leren leven is van levensbelang. En daar is lef voor nodig.

Het opnieuw in contact komen met je bronnen, het opnieuw verbinding maken in je belangrijkste relaties, het opnieuw geven van betekenis aan hoe je leven is gelopen en hoe het verder kan gaan, daar gaat het dan om. Samen hieraan werken, en daar ondersteuning en waardering bij krijgen van je netwerk, is dan enorm helpend. Je hebt iets heel ergs overleefd. Maar overleven is niet vol leven. Het is op zijn best half leven, maar eigenlijk is het geen leven. Nu moet je weer leren midden in het leven te staan.
Durf opnieuw te leven!

In de stoel bij de kapper

Afgelopen zaterdag zat ik weer eens bij mijn vertrouwde kapper. Zo’n echte Rotterdamse herenkapper. Uitstervend ras. Witte stofjas. Klassieke scharen- en kammenset. No nonse knippen, niks hips, gewoon goed en rechttoe-rechtaan. Hondje in mand onder bank, koffie, krantje. Vrouwen komen hier alleen om hun man af te leveren (of voor de gezelligheid). Gespreksonderwerpen: het weer, Feyenoord (soms), Sparta (meer dan Feyenoord), en wat al niet meer aan alledaagse onderwerpen die een gezonde Rotterdamse man bezighouden. En Aad, die praat gewoon wat met je mee, altijd begripvol en lustig knippend met zijn scharen, soms ook gewoon in de lucht terwijl hij even staat na te denken.

Maar zaterdag geen Sparta of het weer. In de stoel zit een jongeman van eind 40 te vertellen over zijn moeder die een paar maanden geleden is overleden. Hij is al weer een tijdje niet naar de kapper geweest, vertelt hij, want zijn moeder stuurde hem altijd, en nu moet hij zelf gaan, en daar heeft hij meestal geen zin in. Terwijl Aad zijn woeste haarbos aan het uitdunnen is vertelt hij tot in detail hoe hij haar gevonden heeft, en hoe erg hij zijn moeder mist, en hoe eenzaam hij zich soms voelt. De kapper zwijgt, knipt hier en daar een haartje weg, en maakt na enige tijd een kleine opmerking: dat gaat je niet in de kouwe kleren zitten; of: je kunt het ook niet allemaal zo aan zien komen. Hij luistert vooral, en dat voel je. Het gesprek heeft ritme: een woordenstroom, dan weer een tijdje niets, het knippen van de schaar, een begripvolle opmerking van Aad, weer een stilte, en dan gaat het weer stromen, het verhaal krijgt steeds meer kleur en betekenis. Het gaat over moeite hebben met aanpassen, over diep gevoeld gemis, eenzaamheid, maar ook over verdergaan, leven met pijn, en kleine momenten van geluk, ondanks alles.

Ik ben geraakt, het is een mooi gesprek. En ik denk: wat jammer eigenlijk dat dit soort beroepsbeoefenaren een uitstervend ras zijn. Er verdwijnt daarmee veel meer dan alleen het ambacht. Geen wonder dat we tegenwoordig zoveel therapeuten nodig hebben…

Twijfel als leidraad voor therapie

`Zekerheid is de vijand van verandering’ – Minuchin

Ik wil het eens hebben over twijfel en onzekerheid. We leven in een tijd waarin zekerheid, meetbaarheid, bewijslast, empirische onderzoeksgegevens en harde feiten hoog gewaardeerd worden. Wil je mij ergens van overtuigen (of van afbrengen), dan moet je met goede steekhoudende argumenten komen. Tegelijkertijd weten we dat de drijfveren waarop mensen keuzes maken meestal juist helemaal niet rationeel zijn; we handelen impulsief, vanuit gevoel. Ook het aangaan of beëindigen van een relatie doen we vaak op gevoel. En de zogenaamde feiten zijn vaak helemaal niet zo objectief als ze lijken. Kijk bijvoorbeeld naar hoe de media werken: items worden als feitelijk gebracht, maar we weten allemaal dat het een vertekening is van de werkelijkheid, en het voedt onze sentimenten. Over sociale media zal ik het maar helemaal niet hebben en wat het met je werkelijkheidsbeleving doet wanneer je constant in een `bubble’ van gelijkdenkenden zit. Kortom: wat we zeker denken te weten, zou dat in werkelijkheid soms iets genuanceerder kunnen zijn?

De twijfel van de cliënt

Veel cliënten komen binnen met een behoorlijke portie zekerheid. Ouders vertellen bijvoorbeeld wat zij denken dat er mis is met hun kind. Een puber kan mij haarfijn uitleggen wat haar ouders allemaal fout doen. Beide partners in een relatie hebben een volstrekt verschillend verhaal over wat er aan de hand is, maar zijn beiden ook heel zeker van hun zaak. Een gescheiden man of vrouw vertelt een verhaal over de ex-partner, waardoor ik een heel zwart beeld krijg, en als ik die partner later spreek kan ik bijna niet geloven dat dit dezelfde persoon is als waar de ander het over had.

Minuchin (een van de grondleggers van de systeemtherapie) zei al dat zekerheid de grootste vijand is van verandering. En hij had gelijk. Een van de belangrijkste taken voor mij als therapeut in de eerste sessies is om dit verhaal van zekerheid wat aan het wankelen te brengen. Niet ontkennen of afdoen als niet relevant, wel proberen meerdere perspectieven te krijgen. Ik noem een voorbeeld: wanneer een vrouw vertelt dat ze het zo moeilijk vind dat haar man weinig verantwoordelijkheid neemt in de opvoeding van de kinderen en dat ze zich alleen voelt staan hierin, dan is dat waar. Dit is haar beleving van wat er gebeurd en het is een heel lastig gevoel. In diezelfde relatie kan het zijn dat de man klaagt dat hij nooit iets goed doet, dat zijn bijdrage niet gewaardeerd wordt, en dat hij het daarom maar opgeeft. Ook waar. Hoe meer deze partners zich hebben ingegraven in hun eigen loopgraaf van zekerheid, hoe lastiger het is om echt in gesprek te komen met elkaar. In dit geval kan het heel goed zijn dat het een wisselwerking is, dat het terugtrekken van de man een reactie is op de kritiek van zijn vrouw, en naarmate hij dit meer doet voelt zij zich eenzamer, en neemt haar kritiek toe, enzovoorts. Zekerheid maakt dat we ons opsluiten in ons eigen perspectief en ons niet meer verplaatsen in de ander. Verandering begint bij jezelf, en misschien begint het wel bij het twijfelen aan je eigen zekerheden.

De twijfel van de therapeut

Het vermogen om te twijfelen is een van de belangrijkste competenties van een therapeut. Niet alleen is het voorbeeldgedrag (hoe kun je verwachten dat je cliënten kwetsbaar leren zijn als je het zelf niet durft?), het is ook een voorwaarde om oprecht nieuwsgierig te kunnen zijn naar de ander. Als ik al denk te weten hoe het zit, als ik het patroon al lang heb gezien, als ik al weet hoe ik de volgende drie sessie ga invullen, kan ik dan nog wel oprecht geïnteresseerd zijn in het verhaal van de mensen waarmee ik in de kamer zit? De zogenaamde `not-knowing-stance’, de niet-wetende houding van de therapeut hangt hiermee samen. Ik weet misschien best veel, heb al veel cliënten gezien, veel boeken gelezen, veel ervaring met therapie geven, maar het gezin dat ik nu ontmoet ken ik nog helemaal niet. Ik zie en hoor misschien dingen die ik denk te herkennen, maar ik heb nog geen idee wat het voor hen betekent. Dit is een van de moeilijkste dingen voor een therapeut. Met al je kennis toch niets te weten. Met al je ervaring toch geen conclusies te trekken. Met alle verwachting en misschien wel druk die je op je af voelt komen (redt ons, vertel ons wat we moeten doen, etc) toch niet direct in actie gaan. Al zou mijn snelle inzicht en instant-oplossing al passen bij jouw situatie (maar dat kan ik onmogelijk nog weten), wat heb jij er dan echt aan dat ik je die zo snel geef? Zou het voor jou niet veel meer kracht hebben wanneer na een gezamenlijke zoektocht het inzicht toeneemt en je dan misschien wel zelf tot die oplossing komt. Grote kans dat dat dan toch net anders is dan wat ik misschien eerder dacht. Niets werkt altijd. Het gaat erom dat we datgene vinden wat voor jou in deze situatie werkt. Als ik te zeker ben van mijn zaak, dan vinden we alleen de oplossingen die ik al kende. Als ik durf te twijfelen, en nieuwsgierig blijf, vinden we samen nieuwe wegen. Daar groei jij van, maar ik ook. De weg is belangrijker dan het doel.

Zeker weten is stilstand. En daarom is zeker weten de vijand van verandering en groei. Wie wil groeien, moet durven twijfelen. Ook de therapeut.