Ouderschap – de strijd om het gelijk

Stellen gaan niet altijd in relatietherapie omdat er op het gebied van de liefde iets mis is. Soms gaat het juist mis op het vlak van ouderschap. Je zou kunnen zeggen dat ouders altijd twee rollen hebben: die van partner naar elkaar, maar ook die van ouder richting de kinderen. De liefde is de brandstof voor de relatie, maar in het ouderschap draait het om teamwork. En het is geen garantie dat, wanneer de liefde nog altijd sprankelt, dat je automatisch ook een goed team bent als opvoeders.

Een belangrijk struikelblok voor ouders is vaak de strijd om het gelijk. Vaak is er een onevenwichtigheid in geslopen. Een van de partners heeft bijvoorbeeld sterke ideeën over hoe het zou moeten, wat goed is voor kinderen, en stelt zich superieur op. Meestal is dit ook degene die wat strenger is. De ander heeft misschien wat andere ideeën, is wat soepeler, maar kan soms ook gewoon niet zo sterk verwoorden wat hij/zij vind, of is geneigd om de visie van de ander hoger aan te slaan dan die van zichzelf. De dynamiek waar ouders dan in terecht kunnen komen is de volgende: één ouder bepaald feitelijk wat er moet gebeuren, de ander voelt zich niet bij machte om er iets tegen in te brengen en beweegt mee, maar niet van harte. Het lukt niet om allebei dezelfde lijn vast te houden, en de eerste ouder wordt dan kritisch en veroordelend, zowel naar de andere partner als naar de kinderen. De eerste ouder voelt zich niet gesteund, de tweede ouder voelt zich niet serieus genomen. Dit kan behoorlijk scheef groeien als ouder twee niet de confrontatie hierover aangaat of durft te gaan. Deze gaat zich dan schikken, of komt in passief verzet terecht, en gaat compenseren, wat de escalatie vergroot. Kinderen maken dankbaar gebruik van de ruimte om uit te spelen, en zo wordt de boel nog meer op scherp gezet. De ene ouder wordt nog kritischer, strikter en strenger, de andere ouder van de weeromstuit nog soepeler, toegeeflijker, zachter.

In plaats van elkaar verwijten te maken (jij doet het niet goed, jij neemt mij niet serieus) zou het goed zijn om terug te gaan naar de `tekentafel’. Tegen de eerste ouder zou ik zeggen: wat geeft jou het recht om te denken dat je het beter weet dan de ander? Tegen de tweede ouder zou ik zeggen: wie zegt er dat jouw visie en aanpak minder goed zijn, misschien werkt het juist soms wel beter?

Als je dit wil oplossen is er een belangrijke vraag die ieder van de ouders zichzelf eerst zou moeten stellen: klopt mijn waarheid wel altijd? Wanneer je overtuigd blijft van je eigen gelijk (of juist overtuigd dat jij nooit gelijk kunt hebben), dan komt er nooit een goed gesprek op gang en zul je ook nooit een effectief team kunnen vormen. Voor teamwork is consensus nodig, wederzijdse waardering en samenwerking op een manier waarbij ieders krachten zo goed mogelijk worden benut. Mbt het ouderschap betekent dat bijvoorbeeld dat de één heel goed is in het stellen van grenzen en de ander juist in het maken van verbinding. Ga je dan van de ander verwachten dat die het precies zo gaat doen als jij, precies zo wordt als jij, dan ga je elkaar tegenwerken en ondermijnen. Wanneer je je bewust wordt van elkaars individuele krachten en in staat bent die gezamenlijk constructief in te zetten, dan komt er een samenwerking op gang die zo krachtig is, dat er rust en duidelijkheid komt en je kinderen er wel bij zullen varen. Soms vraagt dat een stevige investering, veel gesprek en oefening. Maar het begint erbij dat je stopt met elkaar veroordelen en oog gaat krijgen voor elkaars krachten. Neem van mij aan, er is niet één goede opvoedmethode, dus ook die van jou of die van je partner is dat niet. Laat je vooringenomen waarheid los en ga met elkaar in gesprek om te ontdekken hoe je elkaar vanuit ieders eigen kracht kunt aanvullen.

Ik help jullie daar graag bij, als het nodig is.

Huidhonger – over het levensbelang van fysiek contact

Nu we een paar maanden verder zijn begin ik steeds meer serieuze vragen te krijgen over de noodzaak en het effect van de drastische maatregelen die zijn ingezet, met name als het gaat over social distancing en fysiek contact. Ik begin er steeds meer moeite mee te krijgen dat een clubje van met name virologen, op basis van zeer gebrekkige informatie en zonder gedegen wetenschappelijk onderzoek, zoveel invloed op het overheidsbeleid kan hebben, zonder enig democratisch proces en zonder dat er serieus rekening gehouden wordt met andere deskundigen, zoals bijvoorbeeld psychologen en ethici. Laat me over 1 ding duidelijk zijn: ik wil niet beweren dat corona (covid-19) een onschuldig griepje is en ook wil ik niet beweren dat het beter was geweest als we niets hadden gedaan. Een `intelligent lockdown’, zoals onze premier het zo mooi noemde, was nodig; wel kun je/moet je je afvragen of het wel in alle opzichten zo `intelligent’ was, zeker gezien de gebrekkige kennis die er was over de wijze van verspreiding van het virus, en daarmee dus ook een gebrekkige onderbouwing voor een aantal maatregelen. De grote economische en maatschappelijke gevolgen die de maatregelen hebben gehad en die nog lang zullen doorwerken, rechtvaardigen een kritische evaluatie achteraf. Om er lering uit te trekken, en misschien om het een volgende keer (die zeker zal komen) anders te doen, wellicht.

Bij een van de maatregelen wil ik hier specifiek vragen stellen: de social distancing maatregelen, en met name het gebrek aan fysiek contact. Er is al meer over geschreven, en volgens mij is het aan de Vlaamse psychiater Dirk de Wachter te danken dat velen van ons nu de term `huidhonger’ kennen. Huidhonger staat voor die diepe menselijke behoefte aan fysiek contact. Nu we daar noodgedwongen van verstoken zijn, of in ieder geval op zwaar rantsoen zijn, zijn we ons des te meer bewust van deze behoefte.

Persoonlijk heb ik het geluk dat ik getrouwd ben en 4 kinderen heb, wat maakt dat ik mijn huidhonger over het algemeen wel kan stillen. Maar er zijn heel wat mensen die alleen een huishouden vormen, of in een onveilige gezinssituatie moeten leven; deze mensen raakten de afgelopen maanden meer geïsoleerd. En we hebben allemaal gemerkt wat de maatregelen hebben betekend voor ouderen in verzorgingshuizen, en andere hulpbehoevenden in instellingen, die langdurig verstoken waren van contact. Gelukkig komt er voorzichtig aan weer wat ruimte en worden de al te strikte maatregelen hier en daar weer versoepelt. Maar hoeveel schade is er intussen wel niet ontstaan? Hoeveel doden heeft dat niet opgeleverd, of in ieder geval: hoeveel verkorting van levensjaren, hoeveel derving van levensgeluk?

Fysiek contact is van levensbelang voor mensen. Om meerdere redenen.

1. We communiceren beter door fysiek contact en nabijheid. Ik heb het de afgelopen tijd duidelijk gemerkt met al het videobellen. Hoewel het soms een prima alternatief is (in elk geval voor een tijdje) mis je toch heel veel non-verbale communicatie en dat werkt beide kanten op. Non-verbale en fysieke signalen maken een groot deel uit van onze communicatie, en het is van belang omdat het wat we zeggen onderschrijft dan wel tegenspreekt. Wanneer je deze signalen (grotendeels) mist kan een boodschap dus wezenlijk anders overkomen.

2. We worden er gelukkiger van. Het zogenaamde `knuffelhormoon’ (oxytocine) komt vrij als we elkaar aanraken, knuffelen. Het maakt dat we ons meer geliefd en beschermd voelen, het brengt rust, het kalmeert. Omgekeerd leidt een gebrek aan fysiek contact vaak juist tot somberheid, isolatie en toename van psychische problemen.

3. Het vergroot de kwaliteit van onze relaties. Door aanraking wordt empathie en medeleven uitgedrukt, het versterkt de band. Het is niet voor niets dat we bij belangrijke levensgebeurtenissen meer behoefte hebben elkaar beet te pakken, aan te raken, vast te houden. We bieden elkaar letterlijk houvast.

4. Het werkt genezend. Onderzoekt wijst uit dat de mate van fysiek contact, aanraking, nabijheid, rechtstreeks invloed heeft op onze weerstand en het herstellend vermogen van ons lichaam. Datzelfde geldt ook voor het herstel van psychische wonden. Daarom is het juist zo schrijnend dat juist bij zwakken/zieken/hulpbehoevenden het fysiek contact zo radicaal werd stopgezet. Veel mensen hebben hier erg onder geleden, en is het is bekend dat bij ouderen de levensverwachting korter wordt naarmate er meer eenzaamheid is en minder fysiek contact.

We zijn met zijn allen in een soort collectieve kramp geschoten uit angst voor het (relatief) onbekende virus. Maar wat is de prijs die we daarvoor hebben betaald? Welke prijs vinden we eigenlijk verantwoord? In crisistijd moeten er maatregelen genomen worden, en is er vaak weinig ruimte voor een genuanceerd gesprek, dat begrijp ik ook wel. Nu het gevaar – in elk geval voorlopig – is geweken, wordt het tijd om dit gesprek wel te gaan voeren. De kans dat we in het najaar weer opnieuw voor deze vragen komen te staan is niet denkbeeldig. Laten we dit keer beter voorbereid zijn.

Beeldbellen en de kracht van huis tuin en keuken symbolen

Ik moet zeggen dat ik dat beeldbellen over het algemeen maar een surrogaat oplossing vind, door noodzaak ingegeven, maar het komt niet in de buurt van een face-to-face gesprek. Het belangrijkste wat ik mis is het echte contact, de `energie’ in de kamer, die `energie’ laat zich maar moeilijk vertalen in nullen en enen…
Niettemin heb ik de afgelopen tijd juist ook mooie ervaringen gehad dankzij het beeldbellen. Ikwil er een met u delen, hopelijk ter inspiratie.

Ik had een video-sessie met twee ouders en hun bijna volwassen dochter. Ik ken hen als stuk voor stuk creatieve personen, en dacht: ik kan wel eens iets proberen, en dus stelde ik voor de eerste minuten van de sessie als volgt in te vullen: ieder zou in huis en/of in de tuin op zoek gaan naar twee symbolen voor de relatie met de ander: een die staat voor wat je waardeert in de relatie, en een die staat voor wat je zorgen baart in de relatie. Dit leverde een zeer interessant, ontspannen, en toch inspirerend en verbindend gesprek op met onverwacht veel diepgang. En ik kon me niet onttrekken aan het idee dat het juist met het gebruik van deze huis tuin en keuken symbolen te maken had, beeldmateriaal dat uit het alledaagse leven van dit gezin door hen zelf gekozen was. Op kantoor gebruik ik wel eens mijn set ansichtkaarten voor dit doel, maar dat komt nooit zo dichtbij de leefwereld van de clienten.

Met name werd ik geraakt door het verhaal dat moeder vertelde over het huisdier van haar dochter, een vogeltje, waar zorgzaamheid van haar dochter in naar voren komt, maar ook de rommel en troep die het beestje veroorzaakt, de impact die dit wezentje heeft op het hele huis en de gedachte dat het op een dag wellicht door het raam naar buiten zal vliegen (wat met eerdere vogeltjes al een paar keer gebeurd is), en hoe pijnlijk dat voor dochter was geweest. De rotzooi die het beestje maakt en het feit dat het de hele dag door de keuken vliegt zijn voor moeder (zelf nogal op netheid en orde gericht) een doorn in het oog, maar in haar eigen woorden: het beestje dwingt me ook om wat minder rigide te zijn, het introduceert een luchtigheid en ruimte in mijn leven die ik zelf onbeer.
De spanning die tussen moeder en dochter vrijwel dagelijks speelt had niet mooier en niet hoopgevender verwoord kunnen worden, dan door dit voor het oprapen liggende verhaal in hun directe leefomgeving. En dit is maar een voorbeeld, er waren nog meer verhalen, die zoveel ruimte gaven voor nuance en verschillende perspectieven, en terwijl ze deze verhalen met elkaar deelden voelde ik ondanks de nullen en enen de verbinding groeien.

Normaal gesproken vinden de meeste van mijn therapieën plaats in de aangename maar toch ook wat onpersoonlijke ruimte van de behandelkamer. Het is een veilige plek waar ik me thuis voel, en dat draagt bij om ook de clienten zich veilig en thuis te helpen voelen. De nabijheid helpt mij om de `energie’ te voelen, ik kan de kleinste non-verbale signalen makkelijk waarnemen. Dit alles is via een digitale verbinding vele malen moeilijker te realiseren, hetgeen ook maakt dat ik digitaal behandelen als veel vermoeiender ervaar. De andere kant is dat die digitale verbinding me plots in de directe leefwereld van de cliënten brengt, en ineens liggen er nieuwe mogelijkheden voor het oprapen. Een cliënt kan me via de camera van haar tablet haar kamer laten zien, ik zie een stel ineens in de persoonlijke sfeer van hun woonkamer, en dit gezin levert me gouden therapiemateriaal uit hun dagelijks leven op een presenteerblaadje.

Ik heb een haat/liefde relatie met dat digitaal behandelen. Maar ik ben gewend om onder moeilijke omstandigheden te werken en altijd op zoek te gaan naar mogelijkheden tot verbinding. Ondank alle frustratie die er ook bij komt kijken voel ik me dankbaar en geïnspireerd. Ik kan er weer even tegenaan…

Het Nieuwe Normaal – gedachten over het post-corona tijdperk

De overheid spreekt bij monde van premier Mark Rutte over onze `anderhalve meter samenleving’ als Het Nieuwe Normaal. Dat klinkt leuk natuurlijk, en politici zijn altijd al handig met taal, maar wat is dat eigenlijk voor een vreemde uitdrukking, of snijdt het misschien toch hout? Wat is Het Nieuwe Normaal eigenlijk?

Ten eerste: als je spreekt van Het Nieuwe Normaal, dan suggereer je dat er eerst zoiets is geweest als Het Oude Normaal. Maar hoe normaal was dat eigenlijk, de periode voor corona? De ironie is dat de pandemie juist een gevolg is van dat Oude Normaal, wat misschien dus helemaal niet zo normaal was. Deze oude werkelijkheid met zijn jachtige tempo, groeigedreven economie, hypermobiliteit, overconsumptie, vervuiling; het blijkt nu we noodgedwongen in de Grote Pauze terecht zijn gekomen helemaal niet zo normaal te zijn geweest. Natuurlijk wisten we dat diep van binnen allang, maar we hadden geen tijd om er bij stil te staan, want er moesten carrières worden gemaakt, hypotheken betaald, spullen gekocht, uitjes gedaan, en dan nog even snel tussendoor naar joga, om onze productiviteit ook op de langere termijn op peil te kunnen houden. Ik hoop dat we, nu velen van ons zijn stilgezet, eens goed nadenken over hoe normaal dit eigenlijk was…

Dan het Nieuwe Normaal waar Rutte en co op doelen. Dit is ook misleidend, want hoe normaal is het om geen fysiek contact te hebben, hoe normaal is het dat we nergens meer heen mogen, dat scholen dicht zijn etc? Rutte’s Nieuwe Normaal is ook niet normaal, hooguit een status quo, waar positieve en negatieve kanten aan zitten. Ondertussen doen onze regeringsleiders zich voor als redders in nood, als de perfecte crisismanagers, die in no-time honderden IC-bedden de grond uit weten te stampen en een heleboel blikken extra zorgpersoneel open weten te trekken, maar vergeten we dat het diezelfde leiders zijn geweest die de zorg eerst kapot hebben bezuinigd. Die IC-bedden waren er een aantal jaar geleden nog gewoon. Nu klappen en juichen ze huichelachtig mee met de rest van Nederland, maar tot voor kort was het nog `normaal’ om de zorg uit te kleden, waar was die waardering toen? Hier in Europa verbazen we ons misschien wel iets teveel over de draaikonterij en pertinente leugens van Trump, onze eigen politici gedragen zich wezenlijk niet echt anders, al weten ze het netter te verpakken, dat wel.

Nee, het Nieuwe Normaal van Rutte is niet normaal, en ik vrees dat het vooral een opmaat is naar een zo snel als mogelijke terugkeer naar hoe het was.

En daar zit hem precies de angel. Want wie zegt er dat we ergens naar terug moeten keren? Is dat uberhaupt wel zo wenselijk? Zou het kunnen dat Het Nieuwe Normaal nog helemaal niet is aangebroken, zouden we die term niet van toepassing moeten laten zijn op het aankomende post-corona-tijdperk? Als dat zo is, dan leven we nog helemaal niet in Het Nieuwe Normaal, maar leven we nu in de Grote Pauze, de bij uitstek meest geschikte periode om eens goed stil te staan en ons te bezinnen op onze manier van leven.

Want als dit straks allemaal voorbij is, hoe willen we dan verder? Welke positieve inzichten heeft corona ons gebracht en wat daarvan zouden we willen behouden? Welke dingen van het tijdperk voor corona willen we liever helemaal niet meer terug? Als we hier niet over nadenken, dan vrees ik dat we straks bedolven zullen worden onder politieke praat en commerciele druk, allemaal erop gericht om zo snel mogelijk weer terug te keren naar het Oude Normaal, en dan gaan we het ook binnen no time weer normaal vinden…

Corona houdt de wereld een spiegel voor. Kijk eens hoe snel dit virus zich kon verspreiden via onze vliegtuigen en ski-oorden. Kijk eens hoe snel de luchtvervuiling door onze overconsumptie en hypermobiliteit kon oplossen, zelfs de toppen van de Himalaya zijn sinds decennia weer gewoon zichtbaar. Kijk naar de beelden van wilde dieren op Italiaanse pleinen. Met het gedwongen thuiszitten lijkt er een herwaardering te zijn voor het gezinsleven en andere belangrijke relaties. We zien een toename aan lokale initiatieven, gericht op steun, hulp voor zwakkeren, omzien naar eenzamen. Oké, het is allemaal wat kunstmatig, via Zoom enzo, maar juist door het tijdelijk ontbreken van fysiek contact lijken we ons bewuster te worden van de waarde ervan. Er staat een zomer voor de deur waarin de meesten van ons waarschijnlijk niet op vakantie kunnen, of in ieder geval niet ver weg. En dus werken we massaal aan het verbeteren en veraangenamen van onze eigen stek; bij ons heeft de tuin heeft er nog nooit zo mooi bijgestaan…

Corona is een drama, zeker. Maar in een zekere zin is het ook een zegen, of althans, dat kan het zijn. Willen we niet allemaal eigenlijk heel graag een simpeler/eenvoudiger leven, een trager tempo, minder druk, meer aandacht voor relaties, een kleinere footprint?

De Grote Pauze geeft ons allemaal een ongemakkelijk gevoel, er zitten hele nare kantjes aan. Tegelijk is het de uitgelezen kans om ons te bezinnen. Zodat we ons straks niet opnieuw massaal laten opjagen, alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Ik hoop dat de wereld straks, na corona, het echte Nieuwe Normaal kan worden, dat we deze kans aangrijpen om fundamenteel andere keuzes te maken. Doen we dit niet, dan worden we opnieuw speelbal van politieke en commerciële krachten, en zitten we in no-time weer in hetzelfde keurslijf. Zullen we ons Nieuwe Normaal niet laten invullen door politici, beleidsmakers, bedrijven, want dan wordt het niet normaal, en ook niet nieuw. Het Nieuwe Normaal, dat is wat we er zelf van maken, wat kan zijn. Het is onmogelijk om je ogen te openen als je ze niet eerst hebt gesloten. De Grote Pauze zorgt ervoor dat we onze ogen moeten sluiten, om te bezinnen, na te denken, te dromen, plannen te maken. Als we dat durven, dan kunnen we onze ogen straks ook openen voor een nieuwe werkelijkheid, een nieuwe wereld, Het Nieuwe Normaal…

De kunst van het alleen zijn

Een tijdje geleden schreef ik al over eenzaamheid, dit was nog ruim voor de corona crisis. Ineens is het thema hyperactueel. Afgelopen week een uitgebreid artikel in de Volkskrant over hoe men echt alleen kan leren zijn.
Het blijkt dat mensen heel verschillend reageren op een crisis. Ik zie mensen die wat angstig zijn aangelegd in paniek raken, ik zie mensen die gesteld zijn op regelmaat en vastigheid het spoor bijster raken, en ik zie mensen die gek worden van eenzaamheid. Maar er zijn ook mensen die juist floreren, mensen die minder spanning ervaren vanwege de sociale druk die plots afwezig is, mensen die juist heel goed alleen kunnen zijn. Zelf hoor ik ook een beetje bij die laatste groep. Ik kan heel goed functioneren in een sociale omgeving, daar niet van, maar uiteindelijk ben ik het meest gelukkig met mezelf (klinkt een beetje raar misschien). Ik kan heel goed alleen zijn, sterker: ik krijg er nieuwe energie van, veel meer dan van sociale activiteiten.

Alleen zijn is een kunst. En het lijkt iets dat we in onze samenleving niet meer zo goed kunnen, of althans opnieuw moeten leren. Steeds meer mensen zoeken de eenzaamheid juist weer op, in ieder geval voor een periode, zo nu en dan. Het is heel gezond om zo nu en dan eens een tijd met jezelf alleen te zijn. Mensen zijn sociale dieren, en uiteindelijk kunnen we niet echt zonder contact met elkaar, zonder verbinding. Maar er zit iets heel goeds in om die verbindingen zo nu en dan eens op pauze te zetten, al dat niet gedwongen door de omstandigheden.
Op dit moment worden vele mensen teruggeworpen op zichzelf en/of hun directe omgeving (gezin). Zo ook bij ons. Ineens komt ons drukke soms jachtige sociale leven abrupt tot stilstand, en brengen we veel meer tijd met elkaar door, of alleen. We moeten er samen iets van maken, we verzinnen creatieve dingen om te doen, om het leven leuk te houden, we trekken erop uit. En regelmatig zijn we ook even alleen, trekken we ons terug in onszelf. In ons gezin lukt dat best goed, vind ikzelf. Mijn vrouw heeft er meer moeite mee dan ik. Zij leeft op van sociale contacten, afspreken met vriendinnen, familie opzoeken etc. Ik vind dat meestal ook wel leuk (zolang ik ook maar tijd voor mezelf overhou), maar nu dat er allemaal veel minder is bevalt het mij wel prima.

Ik denk terug aan het moment dat ik jaren terug voor het eerst een aantal dagen naar een klooster ging, om rust en bezinning te zoeken. Ik herinner me dat het de eerste 2 dagen behoorlijk lastig was, ik liep een beetje tegen de muren op, maar ja ik was zoiets ook niet gewend. Tegenwoordig kan ik prima dagenlang alleen zijn, ik trek er bv op uit in de natuur, met mijn backpack en 1-persoons tentje en zie dagenlang nauwelijks andere mensen. Heerlijk!
Ik kom ervan tot rust, kan even alles loslaten, en vind mezelf weer. Als ik daarna terugkom ben ik weer opgeladen en kan ik het leven en mijn relaties weer aan. Juist doordat ik even afstand heb genomen ga ik het allemaal ook weer meer waarderen.

Op dit moment is het de situatie die ons dwingt tot alleen zijn. Maar dat is ook een kans, een kans om met jezelf en met de mensen het dichtst bij je in het reine te komen: neem afstand, bezin, stel opnieuw je prioriteiten, maak keuzes, zet stappen, los dingen op met elkaar, spreek uit wat je al zo lang dwars zit, spreek uit wat je al zo lang zo graag eens tegen de ander wilde zeggen, verzoen je met jezelf en met elkaar, ruim op, hou schoonmaak, ontdoe je van ballast, wordt lichter, laat los, bezie elkaar opnieuw, als met frisse ogen, verbind je opnieuw met wie en wat echt belangrijk voor je is. Crisis is kans.

Coronatips – blijf gezond in moeilijke tijden

De maatregelen om de opmars van het Corona-virus zoveel mogelijk onder controle te houden zijn noodzakelijk. Dit betekent dat het sociale leven zoals we dat normaliter gewend zijn voor een groot deel tot stilstand komt. Hoe zorg je in deze tijden zo goed mogelijk voor jezelf en voor elkaar? Isolatie kan het risico op psychische problemen vergroten, dit vraagt om extra aandacht, juist nu fysiek contact bemoeilijkt wordt. Hoe doen we dat?

  1. Let erop dat je een zo gezond mogelijk ritme houdt. Probeer je dagstructuur zoveel mogelijk aan te houden, eet gezond, blijf actief. Natuurlijk zul je je schema wat moeten aanpassen. Probeer het afwisselend te houden, doe nuttige dingen maar wissel het af met ontspanning en leuke momenten. Blijf wel bezig en probeer niet meer dan normaal achter netflix/computer/telefoon te gaan. Kijk in huis eens rond welke klusjes er nog gedaan moeten worden, dit kan een nuttige tijdsbesteding zijn. We raden je aan om echt een schema/dagboekkaart te gebruiken, zo hou je overzicht en stimuleer je jezelf om actief te blijven.
  2. Blijf in beweging. Kun je niet meer naar de sportschool? Ga buiten hardlopen en gebruik hierbij een app. Stel doelen voor jezelf, bouw een competitie/prestatie-element in.
  3. Ga regelmatig naar buiten, zonlicht en buitenlucht zijn goed voor je gemoedstoestand en algeheel welbevinden.
  4. Onderhoudt zoveel mogelijk het contact met belangrijke personen in je leven. Voor jongeren en kinderen geldt dat je gewoon lekker naar buiten mag. Hou wat afstand en hou de veiligheidsvoorschriften aan, maar face-to-face contact is niet verboden!
  5. Wanneer face-to-face contact niet lukt, probeer dan regelmatig even te facetimen/whatsapp-beeldbellen met elkaar. we zijn gewend berichtjes uit te wisselen via sociale media, maar beeldbellen heeft echt een meerwaarde: verdwijn niet in je telefoontje, maar gebruik het apparaat om een zo echt mogelijk contact met elkaar te hebben. Het verminderd het gevoel van isolatie.
  6. Praat met anderen over de vreemde situatie en wat het met je doet. Het delen van je gevoelens helpt. In je gezin: probeer een paar keer per week even samen te zitten en te bespreken hoe het gaat. Het bindt samen en vermindert onderlinge irritaties.
  7. Het is onvermijdelijk dat er soms spanningen en irritaties ontstaan, dat je soms even niet weet waar je met je gevoel naartoe moet. Het is handig om ergens in huis een `uitraasplek’ te creëren, daar kun je jezelf even helemaal laten gaan. Dit kan een kamertje zijn, of (met kinderen) bouw ergens een hut, of wijs een vloerkleed aan. Gooi het er maar uit, dan kun je er daarna weer tegenaan.
  8. Trek jezelf op tijd even terug als het allemaal teveel wordt, denk na over welke dingen je op zo’n moment kunt doen om even tot jezelf te komen. Een mindfulness oefening, even muziek luisteren op je koptelefoon, dagboekschrijven, wat bij jou past. Gun de andere gezinsleden ook hun rust, nu en dan.
  9. Verzin met elkaar activiteiten om samen te doen, dingen waar je normaal niet of niet zo vaak aan toe komt: ga koekjes bakken, pak een gezelschapsspel, verzin een spelactiviteit voor in het park, ga ergens naartoe waar je mooi kunt wandelen. Maar ook dingen die je normaal niet doet, zoals samen muziek maken of zingen, een schilderij maken, iets met toneel. Zoek iets dat bij je past en toch bijzonder is. Zo creëer je positieve samen-tijd.
  10. Merk je dat je last krijgt van angstige en negatieve gedachtes? Zoek afleiding, praat met anderen, ga iets actiefs doen. Zo doorbreek je negatieve gedachtepatronen en verlaag je je adrenaline en zul je je beter voelen.

Over eenzaamheid

Eenzaamheid, je hoort er veel over, het lijkt wel een ziekte van deze tijd. Maar hoort eenzaamheid niet intrinsiek bij het mens zijn? Een kleine zoektocht naar de diepere krochten van onze ziel…

Waarom is eenzaamheid zo’n probleem in onze samenleving? Ik denk dat er meerdere factoren een rol spelen hierbij. Ten eerste is er in onze individualistisch georiënteerde samenleving minder samenhang, minder verbinding. Er ligt daarbij veel nadruk op individueel presteren; dit wordt bevestigd door de teneur op sociale media, een voortdurende stroom aan persoonlijke successen, geluksmomenten, bruisende gezelligheid en fantastische belevenissen. Eenzaamheid wordt dan al snel gezien als een persoonlijk falen. Een persoonlijk onvermogen om je te verbinden met de ander.

Maar liefde en verbinding houden per definitie onzekerheid en verwarring in. Je denkt de ander te begrijpen, je hebt het gevoel dat de ander jou begrijpt, en dan blijkt dit toch ten diepste niet zo te zijn. Ook al vind je troost en begrip van mensen om je heen, niemand blijkt werkelijk in staat te voelen wat jij voelt, en ten slotte draag je je verdriet, je angst, je wanhoop toch eenzaam en alleen. Verbinding is mogelijk, maar alleen tot op zekere hoogte, er blijft altijd ook onderscheid tussen jou en de ander. En die verbinding staat ook nog eens continu onder druk in onze competatieve ego-gedreven samenleving. Een liefdesrelatie die 10 jaar duurt wordt tegenwoordig als duurzaam bestempelt. Mijn partner en ik zijn bijna 25 jaar getrouwd, en reken maar dat wij ons bij tijd en wijle binnen onze relatie behoorlijk eenzaam hebben gevoeld. De verbinding is er echter nog steeds; m.a.w.: verbinding en eenzaamheid vormen niet noodzakelijkerwijs een tegenstelling, ze kunnen prima naast elkaar bestaan, mits je het kunt (leren) verdragen.

In mijn werken met cliënten kom ik eenzaamheid vaak tegen als thema. Het ligt niet altijd meteen op tafel, maar het speelt vaak een grote rol in levens van mensen. En zelf ben ik niet anders, ook ik ken mijn eigen eenzaamheid. Soms ontmoeten deze eenzaamheden elkaar in de therapiekamer, en dat kan best pittig zijn. In het tijdschrift voor Systeemtherapie staat deze keer een prachtig artikel over dit thema, van de hand van Jill Michiels en Dirk de Wachter (`onze’ Vlaamse lievelingspsychiater). Het artikel beschrijft heel mooi het thema eenzaamheid binnen de behandelrelatie en tipt ook aan waar de valkuilen en krachten liggen. Zeker voor vakgenoten een aanrader om te lezen.

Eenzaamheidsgevoelens duiden niet op een persoonlijk falen. Eenzaamheid hoort bij het leven, en ieder mens is er op de een of andere manier vertrouwd mee. In de kern zijn al onze gevoelens intrinsiek eenzaam, omdat het onze gevoelens zijn, gevoelens die niemand anders volledig zal kunnen meevoelen. Belangrijk is om het niet uit de weg te gaan, te bedekken of snel te proberen op te lossen, maar het in de ogen te durven kijken. In ons eenzaam zijn zijn we allemaal gelijk, en daar ligt ook weer de verbinding. Durf je eenzaamheid te erkennen. Je hoeft je er niet voor te schamen. Durf je eenzaamheid te benoemen; misschien eerst naar een therapeut, of naar je geliefde, of iemand anders die dichtbij je staat. Zoek een wijs persoon, waarvan je het gevoel hebt dat diegene het kan verdragen. Onderzoek je eenzaamheid. Kom er achter dat we allemaal eenzaam zijn, maar tegelijk ook allemaal op onze eigen manier. In het verschillend zijn zijn we gelijk. In het gelijke zijn we verschillend. Hoe eenzaam. Hoe verbindend.

Therapie is geen `quick-fix’

We leven in een maatschappij waarin de wetenschap pretendeert dat er voor alles een oplossing is, en zo niet dan toch binnen afzienbare tijd. Daarbij komt dat de heersende cultuur er een is van streven naar geluk en waarin succes de norm is. Er is maar weinig ruimte voor fouten, mislukkingen, zwakheden, lijden. Wanneer jij niet voldoet aan die onuitgesproken norm, wanneer jij te kort schiet of te zeer afwijkt, dan ligt dat aan jou en dan moet daar liefst zo snel mogelijk een oplossing voor gevonden worden.
Dit `discours’ blijkt op vele terreinen. Wanneer een werknemer zich ziek meldt, dan gaat er meteen een protocol in werking, gericht op het zo snel mogelijk weer productief maken van die werknemer. Als iemand in de rouw is, dan mag dat best eventjes, maar hé, het leven gaat wel door hè; na een paar maanden moet je je er maar weer overheen zetten. Het optimisme van de wetenschappers ten aanzien van de genezing van kanker is onstuitbaar. Etc.

Deze houding, de verwachting dat alles niet alleen te fixen is, maar ook zo snel mogelijk gefixt moet worden, komt ook naar voren wanneer mensen psychische problemen ervaren. De norm voor behandelmethodieken lijkt `evidence based’, en bijvoorbeeld een methode als CGT (cognitieve gedragstherapie) beloofd snelle resultaten en hapklare oplossingen. En dat is dus ook wat cliënten nogal eens verwachten, en geef ze eens ongelijk. Wat je zaait zul je oogsten. Maar hoe reëel is dat eigenlijk?

Dit interview met de Franse psycho-analyticus Eric Laurent (een leerling van Lacan), handelt over dit thema. En de Vlaamse psychiater Dirk de Wachter (door mij al vaker aangehaald) predikt dezelfde boodschap. De ellende hoort bij de mens, en het is een valse verwachting wanneer je denkt dat therapie je problemen op zal lossen. Therapie, en elke vorm van zelfonderzoek, kan je wel helpen om meer in het reine te komen met de moeilijkheden van het leven, manieren te vinden om ermee om te gaan.

Let wel, mensen maken soms echt heel moeilijke dingen mee, daar wil ik niets aan afdoen. Toch is de ene persoon veel beter in staat om te reageren op deze moeilijkheden dan de ander. Redenen kunnen liggen in de persoonlijkheid, maar wat is dat eigenlijk, die persoonlijkheid? Is dat iets wat van binnen zit of is het juist iets relationeels? Lacan introduceerde in de psycho-analyse de idee dat het onbewuste niet in de persoon zit, maar juist erbuiten. En ik denk dat dat klopt. Je kunt zelfs nog een stap verder gaan, door te beweren dat de persoonlijkheid van een mens niet persé van binnen zit, maar dat het iets is dat in interactie met belangrijke anderen en met je omgeving ontstaat en gevormd wordt. Ik denk zeker dat er factoren kunnen zijn in de aanleg die gedeeltelijk bepalen hoe je op situaties zult reageren, maar ik denk toch dat een veel groter deel bepaald wordt door de ervaringen die je in relatie met anderen opdoet.
Bijvoorbeeld, wanneer een kind pijn of verdriet ervaart, en de ouder reageert hier op met begrip, erkenning, troost en door het bieden van `holding’ (och, heb je pijn, kom maar even bij me zitten, ik begrijp waar je doorheen gaat, ik help je dit te doorstaan, wij kunnen dat samen). Wanneer de ouder niet begripvol, angstig of afwerend reageert op de emoties van het kind, dan bestaat de kans dat het kind niet leert om deze gevoelens op een gezonde manier te reguleren. De mate waarin we in ons leven dergelijke adequate of inadequate interacties ervaren bepaald voor een groot deel ons vermogen tot `verdragen’, de mate waarin we opgewassen zijn tegen de ellende die het leven soms voor ons in petto heeft.

Als we psychische problemen op deze manier kunnen zien, dan begrijpen we ook dat therapie geen `quick fix’ kan zijn. Natuurlijk helpen CGT-technieken tot op zekere hoogte best, net zoals een pleister helpt om het bloeden te stoppen. De wond eronder echter, geneest die pleister niet. Om in die analogie te blijven: het is het lichaam zelf dat de wond geneest, tenzij er natuurlijk iets mis is met het genezende vermogen van het lichaam. Wanneer therapie alleen gericht zou zijn op het bestrijden van symptomen, dan zal het resultaat ook zeer beperkt zijn. Het bloeden stopt, maar dan? Om de wond te genezen zal het zelfhelende vermogen versterkt moeten worden.
Maar het wordt pas echt vreemd wanneer we verwachten dat een pleister ervoor moet zorgen dat we geen pijn meer voelen. Het genezingsproces is een (relatief) langdurig en pijnlijk proces. Er bestaan geen toverpleisters tegen pijn.

Als therapeut (of het nu is als relatie-, gezins- of individueel therapeut) werk ik altijd aan het samen met de cliënt(en) tot stand brengen van een veilige therpeutische relatie, een `safe environment’, waarbinnen cliënt(en) een andere ervaring kunnen opdoen. De therapeutische relatie is de omgeving waarbinnen je samen met een ander bepaalde ervaringen opnieuw kunt doormaken, maar nu op een nieuwe manier. Het is een intensief en moeilijk proces van zelfonderzoek, maar dat resulteert als het goed is in persoonlijke groei en meer vermogen om te verdragen. Mensen hebben vaak sterke mechanismen om de oorzaak van hun problemen buiten zichzelf te leggen: het ligt aan de omstandigheden, het ligt aan de ander. Wat veel moeilijker is, maar wel de enige weg naar duurzaam herstel, is grondig zelfonderzoek. Ik citeer wel eens Michael White: `the problem is the problem, the person is not the problem’. In dit verband zouden we deze opmerking nog een stapje verder kunnen voeren: `the person is not the problem, the problem is not the problem, our avoidance is the problem’.
Therapie is geen `quick fix’. Therapie fixt uberhaupt niets. Therapie helpt wel, het vergroot je vermogen om te verdragen, je vermogen om binnen relaties problemen te overkomen.

Hoe hou je je vakantiegevoel vast?

Zijn jullie ook zo lekker bijgekomen tijdens de vakantie? Of heeft het juist de zaken extra onder spanning gezet? Of ben je na twee weken werken al weer bijna opgebrand? Over de kunst van het vasthouden van je vakantiegevoel.
Na in het verleden een aantal vreselijke decepties te hebben meegemaakt aan het einde van de zomervakantie (knallende ruzies, binnen no-time weer overwerkt, etc.) durf ik te zeggen dat ik inmiddels een expert geworden ben in het zolang mogelijk vasthouden van het vakantiegevoel. Hierbij wat tips.

Allereerst tijdens de vakantie zelf en in de aanloop ernaartoe:
• Zoek een goede balans tussen inspanning en ontspanning. Vermijdt must-sees, stedentrips, shoppen, toeristische attracties, en andere energievretende activiteiten. Ga wandelen in de natuur, dorpjes bezichtigen e.d. Helemaal niets doen en de hele vakantie op een bedje liggen naast het zwembad werkt meestal ook niet zo goed; het ligt tever van je dagelijkse ritme af en je `kakt helemaal in’. Probeer in je vakantie een meer ontspannen maar niet passief ritme te vinden, wat je gemakkelijker vast kunt houden als je weer thuis bent.
• Laat je telefoon thuis, of gebruik hem alleen als het echt nodig is (bv als routeplanner) en zet hem verder ook uit. Onze kinderen hadden trouwens ook geen telefoon ter beschikking, en dat was na 1 dag geen enkel probleem meer…
• Maak gebruik van elkaars kwaliteiten en vraag niet teveel van elkaar. De een vind het leuk een tent op te zetten, de ander is goed in kaartlezen.
• Vertrek niet op zwarte zaterdag, maar wacht even tot maandag of dinsdag. Je bent de ergste werkstress dan al kwijt en je staat niet de hele dag in de file op weg naar je vakantiebestemming.
• Probeer niet iedere dag met zijn allen dingen te doen. Als een of twee mensen zin hebben in een wandeling, en de anderen willen zwemmen, waarom dan niet een `keuzeprogramma’?

Maar goed, dat is nu voor de meeste mensen mosterd na de maaltijd (behalve als je buiten het hoogseizoen nu nog op vakantie gaat).
Wat ik doe nu ik weer terug ben:
• Ik beperk nog steeds de tijd dat ik met mijn telefoon bezig ben, op bepaalde tijden van de dag en verder niet.
• Ik rij bewust rustiger naar mijn werk, max. 100 km/u, het scheelt maar een paar minuten tijd maar maakt me minder gestrestst.
• We hebben thuis de tv naar een andere kamer verhuisd, zodat er in de woonkamer meer rust en minder afleiding is. Zo hebben we automatisch meer aandacht voor elkaar.
• Ik let erop dat ik niet meteen weer heel veel hooi op mijn vork neem. Dreigen er teveel afspraken op een dag te komen, of in de avond, dan zeg ik dat het die week niet meer kan en schuif ik het door.
• Ik maak iedere werkdag een (korte) wandeling; even naar buiten, even in beweging, het is goed voor mijn algemene welbevinden.
• We denken na over de activiteiten die we `s avonds ondernemen. Liever niet teveel verplichte dingen, wel met vrienden afspreken. Prioriteit aan relaties geven.
• We zorgen ervoor dat we minstens 1 avond door de weeks samen thuis zijn.

Wat in mijn ogen in ieder geval helpt is om anders naar vakantie te kijken. Als vakantie een korte onderbreking is van je jachtige bestaan, waarin je eigenlijk weer net zo jachtig op zoek moet naar insta-waardige belevenissen, dan kun je verwachten dat het rustgevende effect (als het er al is) heel snel weer is uitgewerkt. Vakantie is voor mij een kans om weer terug te gaan naar de basis, en een meer natuurlijk ritme te vinden. Als ik dat vervolgens probeer vast te houden na mijn vakantie, dan merk ik dat ik er veel meer en veel langer profijt van heb.
Er zijn vast nog veel meer ideeën, en niet alles werkt voor iedereen, uiteraard. Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen.

Gemarginaliseerde stemmen ruimte geven – over narratieve praktijken

Afgelopen vrijdag was ik op het Europees Congres voor Narratieve Therapie in Antwerpen. Ik heb er veel inspiratie opgedaan.

Zoals bekend draag ik de narratieve therapie een warm hart toe. Ik hou ervan om heersende opvatting uit te dagen, en mijn hart gaat sneller kloppen voor die stemmen die gemarginaliseerd worden. We leven in een harde en veeleisende maatschappij; als je mee wilt doen moet je hard werken, niet tezeer afwijken en continu `aan jezelf werken’. Zelfs op vakantie gaan is tegenwoordig voor veel mensen geen ontspanning meer, maar een zelfopgelegde prestratiedrang (lees Dirk de Wachter er maar op na). In veel opzichten is onze maatschappij `ziekmakend’, en het zijn diegenen die gevoeliger/kwetsbaarder zijn dan de rest die voortdurend dreigen gemarginaliseerd te worden. Afwijkingen worden gediagosticeerd als ziektebeelden, met steeds weer nieuwe categorieën die in de mode raken (tot voor kort ADHD en autisme, ook borderline en `narcisme’ vieren hoogtijdagen en de nieuwste `mode’ is trauma). Begrijp me goed, ik noem deze diagnoses niet waardeloos, ik constateer alleen een trend die ook zijn keerzijdes heeft. De heersende opvatting in onze maatschappij is daarbij dat afwijkingen gerepareerd moeten worden, het liefst zo snel en zo makkelijk mogelijk (ziehier de gloriedagen van EMDR). Ik zie dagelijks de heilzame effecten van EMDR-behandelingen, maar er zit ook een keerzijde aan: het lijkt bijna alsof psychische problemen als gevolg van trauma niet meer mogen bestaan. Terwijl ze vaak een adequate reactie zijn op de pijn die je is aangedaan.

In narratieve therapie proberen we niet te fixen, we geloven ook niet dat alles opgelost kan of zelfs moet worden. Het leven is moeilijk en niemand komt er zonder kleerscheuren doorheen. Lijden hoort erbij; het valt niet te voorkomen en het is niet eens altijd nodig om het op te lossen. Ik denk nog even aan de fantastische lezing van Femke van der Laan (de weduwe van wijlen de burgemeester van Amsterdam) in DWDD summerschool, over verdriet. Haar lessen: deel je verdriet, leef met je verdriet en verdriet is waardevol. Hoe wijs, en hoe tegengesteld aan onze oppervlakkige genotscultuur. Het is tekenend voor de tijd waarin wij leven dat iemand op televisie ons deze `lessen’ moet voorhouden. Misschien is een van de grootste problemen van onze tijd wel dat we zijn verleerd hoe we moeten lijden (zie wederom onze Vlaamse `profeet’ Dirk de Wachter).

Een schrijnend en tegelijk ontroerend en inspirerend voorbeeld was het verhaal van Lisa (verteld door een Engelse collega op de conferentie in Antwerpen). Lisa was gediagnosticeerd met MUS (Medically Unexplained Symptoms, in Nederland SOLK, niet eens een officiële diagnose). Zij had enorme pijnklachten, maar ondanks uitputtende onderzoeken konden de artsen de oorzaak niet vaststellen, en dus werd ze ontslagen uit het ziekenhuis en naar een psycholoog gestuurd. Zoals Lisa het zelf verwoordde: ik was een leugenaar, een fantast en de symptomen die ik had waren `niet bestaand’ verklaard. Over marginaliseren gesproken. Mijn collega ging met het meisje in gesprek op een narratieve manier, en zij ging haar Pijn interviewen (een externalisatie methode). Wat zou Pijn te vertellen hebben? Nou, niets, was Lisa’s antwoord, want `pain is sick of not being listened to’. Mijn collega probeerde alsnog te luisteren naar wat Pijn te vertellen had, en zodoende kwam ze, met hulp van de moeder van het meisje, op thema’s als rechtvaardigheid en oneerlijkheid. Pijn bleek een proteststem tegen onrecht! Wonderlijk genoeg begon Pijn zich steeds minder te manifesteren tijdens de sessies, sinds mijn collega Pijn probeerde te begrijpen. Het is wrange ironie: het als niet-bestaand verklaren van Pijn door de medische wetenschap had de klachten alleen maar erger gemaakt, maar nu de gemarginaliseerde stem gehoord werd, bleek Pijn aan kracht in te boeten.

Wat we in narratieve therapie vervolgens vaak doen is de gemarginaliseerde stem, eenmaal gehoord, versterken, door het verhaal terug te brengen naar de gemeenschap. In dit geval zou ik bijvoorbeeld een bijeenkomst beleggen met de familie en/of de medische staf en het meisje interviewen over Pijn (nadat we dit zorgvuldig voorbereid zouden hebben). Vervolgens zou ik de `getuigen’ interviewen over wat het verhaal met hen heeft gedaan, hoe ze hierdoor geraakt zijn, hoe zij het verbinden met hun eigen leven en wat zij uit het verhaal van Lisa meenemen (bijvoorbeeld voor hun eigen leven of in het werken met hun patiënten). Op de conferentie gebeurde dit ook, doordat aan ons gevraagd werd om onze reflecties op te schrijven, deze werden vervolgens verzameld en door de therapeut terug gebracht naar de cliënt waar het over ging (dit alles uiteraard met toestemming van de betrokken cliënt).

Ik heb genoten van deze dag, en me gelaafd aan de verhalen van mijn `stamgenoten’. In Narratieve Therapie proberen we niet primair problemen op te lossen, in Narratieve Therapie zijn we erop gericht om daar waar mensen gemarginaliseerd worden hen weer een stem te geven, zodat ze weer hersteld kunnen worden in hun waardigheid. En dat is van onschatbare waarde!